O ik zie het

Luister naar dit artikel

Er zijn weer baby’s in mijn buurt en soms denk ik dat ik nu pas goed naar ze durf te kijken. Ik hoef niet meer bang te zijn dat ze me opeten of aanvallen. Ik kan ook meer redenen bedenken waarom ze zijn zoals ze zijn. Redenen die niet zoveel met mij te maken hebben.

Wat misschien ook scheelt is dat we ons nu in een moedervriendelijker maatschappij bevinden. Ik ben altijd een beetje huiverig om trends aan te wijzen, omdat ik er ten diepste – ten diepste ja – van overtuigd ben dat ík sneller verander dan de wereld en dat het dat is wat de wereld altijd een wonderlijke plek doet zijn. En ik sluit niet uit dat ik zelf gewoon een moedervriendelijker persoon ben geworden.

In de tijd dat ik mijn baby’s kreeg, had ik allerlei ideeën in mijn hoofd. Allereerst dit: ik mocht niet versagen. Ik werkte harder dan ooit, ging uit eten, drinken, op reis, deed alsof alles me mateloos interesseerde en leidde voor de buitenwereld een babyloos bestaan. Ondertussen noteerde ik in een notitieboekje met trompetterende olifantjes op de kaft van dag tot dag wat er in een babyleven gebeurde. Ik moest ergens naartoe met mijn verbazing.

En dan dit: ik moest het doen volgens de instructies. Ik kon niet anders, want ik wist van niks. Moet een baby iedere dag in bad? Ik deed het. Moet je een hydrofiel luier van tevoren klaarleggen en in drie punten vouwen? Logisch. Achteraf gezien vraag ik me af hoe het eruitzag. Hoe ik eruitzag. De fotografie was weliswaar uitgevonden, maar was vooral toch bedoeld voor feesten en partijen. In mijn hoofd hield ik een beetje op te bestaan. Heb je het tegen mij?

Moet je een hydrofiel luier van tevoren klaarleggen en in drie punten vouwen?

Ja, ik heb het over lang geleden. Maar dat is toch het gekke van een mensenleven: als het je je gegeven is dat een tijdje te leiden, dan gebeurt er best veel.

Nu ik hierover opnieuw nadenk omdat die typische babygeur zich weer in mijn neusgaten dringt, vraag ik me af of niet iets heel ouds mij parten speelde. Dat ik geneigd ben te denken dat er een manier bestaat om het te doen. En dat als je het niet goed doet, de dingen zich tegen je keren. Dat ook een baby zich tegen je kan keren. Sterker nog: dat als je niet oplet, de baby je verzwelgt.

Misschien dat over huilen toen nog anders werd gedacht. Ik denk het. Er werd een keer in de vroege zomeravond bij mij aangebeld door een bezorgde oudere heer. Ik was vergeten het raam van de babykamer dicht te doen. ‘O ik zie het al’, zei hij toen ik de deur opendeed. En vervolgde gerustgesteld zijn wandeling. Tot op de dag vandaag weet ik niet wat hij bedoelde. Zag ik eruit alsof ik ten einde raad was? Of oogde ik als verantwoord moederschap?

Dit is dus het moeilijke. Of dit is wat ik het moeilijkste vond, en nog steeds. Hoe te handelen in tijden van verdriet? In meegaan of weerstaan? Naarmate de baby kind wordt, zijn de tranen reëler. Mij sprongen de tranen in de ogen toen ik deze week een officieel opvoedkundig advies in de krant las. Het ging om een klein kind dat steevast huilde bij gezinsuitjes. Moest hij worden meegesleurd of niet? ‘Emoties laten zich niet corrigeren’, luidde het antwoord. ‘Emoties vragen om erkenning.’

Zoiets simpels, maar kom er maar eens op. Al sluit ik niet uit dat sommige moeders dit van nature weten. Het geldt in ieder geval voor de moeder die me nu haar huilende baby in de armen geeft, en die me vertelt een week van ‘absolute terreur’ door te maken. Ieder uur van de nacht meldt hij zich. ‘Hij leert zóveel’, zegt ze, ‘dat hij de hele tijd vastgehouden wil worden.’ Het klinkt even lief als logisch. Niet als iets om bang voor te zijn.