De vetes na de vrede

O ja, Afghanistan

Nu het spaaklopen van de Amerikaanse missie in Irak veelvuldig in het nieuws is, wordt het makkelijk vergeten: Bush’ oorlog tegen het terrorisme begon in Afghanistan. Ook daar loopt het niet lekker.

KABOEL – Op hoge snelheid stuiven twee Amerikaanse legervoertuigen door een stoffige straat in de Afghaanse hoofdstad Kaboel. Uit elke humvee – gepantserde terreinwagen – steekt een machinegeweerschutter. De gezichten onder hun bestofte helmen zijn gewikkeld in sjaals, de ogen beschermd met imponerende stofbrillen. Als ze een druk kruispunt bereiken, raken de voertuigen vast in het verkeer. De schutter uit de voorste humvee begint te schelden en met zijn armen te maaien. De geschrokken Afghaanse automobilisten, opeens geconfronteerd met woedende zwaarbewapende Amerikanen, proberen ruimte te maken. De militairen slaan zich door de opstopping heen en scheuren verder.

Iets later rijdt een Belgische VN-jeep van de Kabul Multinational Brigade door het centrum van de stad. De raampjes open, een arm bungelt losjes naar buiten. Een granaat naar binnen gooien zou een koud kunstje zijn, maar dat lijkt de Belgen niet te deren. Ze geven zich over aan de verkeerschaos en kijken verveeld om zich heen. Twee Duitse officieren zijn zo mogelijk nog minder «Amerikaans». Ze rijden rond in een open wagen en schromen niet te stoppen om iets te zeggen. Dat zou in de ogen van de Amerikanen zelfmoord zijn. Het moet dan ook wel een Amerikaanse officier zijn die rondneust in een meubelzaak vol kogelgaten in de gevel. Zes militairen met zonnebrillen bewaken de toegang tot de winkel, hun vinger aan de trekker. Ze hebben een deel van de straat afgezet.

De Kabul Multinational Brigade bestaat uit zo’n tweeduizend Navo-troepen en is onderdeel van de International Security and Assistence Force (Isaf) van de Verenigde Naties. In totaal telt Isaf negenduizend militairen uit 36 landen. De Amerikaanse gevechtseenheden, zoals de mannen in hun humvees, behoren niet tot Isaf en hebben geen VN-mandaat, maar vallen direct onder het Amerikaanse opper bevel. Feitelijk gezien zijn ze een bezettingsmacht. Zij bevechten de restanten van de Taliban-eenheden en al-Qaeda in het zuiden en oosten van het land. Er zijn twintigduizend Amerikaanse troepen in Afghanistan en met hun bullebakkerige optreden hebben ze zich niet geliefd gemaakt.

Nu het spaaklopen van de Amerikaanse missie in Irak veelvuldig in het nieuws is, wordt het makkelijk vergeten: Bush’ oorlog tegen het terrorisme begon in Afghanistan en ook daar loopt het niet lekker. Nog geen maand na de aanslagen van 11 september 2001 begonnen Amerikaanse bombardementen op Taliban-doelen. Amerikaanse Special Forces en miljoenen CIA-dollars hielpen de krijgsheren van de Noordelijke Alliantie aan een overwinning. Maar na de overwinning bleef Afghanistan, dat sinds 1979 louter oorlog heeft gekend, wat het was: een naar de Middel eeuwen teruggebombardeerd land. Om de strijd tegen de terreur te winnen was het zaak Afghanistan van een failed state om te vormen tot een redelijk functionerende democratie, want extremisme gedijt doorgaans in chaos en armoede. Daar hadden de Amerikanen niet veel trek in. Dus werd Isaf opgericht en een voorlopige regering ingesteld. De taakverdeling was helder: de Amerikanen voeren oorlog, Isaf bewaakt de vrede.

Maar net als later in Irak werd de oorlog gewonnen maar de vrede niet. Het slagen van de presidentsverkiezingen op 9 oktober is dan ook van cruciaal belang voor Bush, die de operatie in Afghanistan al tot een succes heeft bestempeld, maar dat nog niet heeft kunnen verzilveren met het brengen van democratie. De voorlopige regering van president Hamid Karzai wordt door veel Afghanen beschouwd als een verzameling corrupte Amerikaanse vazallen.

Met het naderen van de presidentsverkiezingen verslechtert de veiligheidssituatie in Afghanistan gestaag. Het aantal aanslagen door «opposing military forces», zoals het heet in Isaf-jargon, neemt toe. Taliban en andere militanten, vaak Pashtoen-stammen die vrezen macht te verliezen met het sterker worden van de door de internationale gemeenschap geholpen regering in Kaboel, zijn uit hun schuilplaatsen gekomen en vallen militairen en hulpverleners aan. Op dit moment zijn in de zuidelijke provincie Zaboel en de oostelijke provincie Koenar hele districten in feite oorlogszones waar Amerikaanse eenheden en Afghaanse regeringstroepen vechten tegen opstandelingen. Voor westerse hulpverleners is het onmogelijk zich in die gebieden te vertonen. Begin juni werden in de westelijke provincie Badghis, waar het rustig was, vijf medewerkers van Artsen zonder Grenzen gedood, onder wie een Nederlander. Het was het begin van een uittocht van nongouvernementele organisaties die nog altijd voortduurt.

Door de toenemende chaos en onveiligheid werd het noodzakelijk de verkiezingen uit te stellen. Aanvankelijk zouden in juni tegelijkertijd presidents- en parlementsverkiezingen worden gehouden. Nu zijn die van elkaar gescheiden. De parlementsverkiezingen vinden pas plaats in april 2005.

Hoewel de Isaf-troepen niet zo schichtig zijn als de Amerikanen staan ook zij inmiddels op scherp. In Koendoez, in het rustige noorden, raakten vorige week vier Duitse Isaf-soldaten en een Afghaanse medewerker gewond toen hun commandopost werd getroffen door een raket. «Het was een Chinese 107 millimeter. Op-goed-geluk-raketten noemen wij die», vertelt majoor Robert de Jong van het Nederlandse helikopterdetachement in Kaboel. Hij maakt slingerende bewegingen met zijn arm om aan te geven hoe onvast de koers van het ding is. «Ze binden twee boomstammen kruislings aan elkaar en daar vanaf lanceren ze hem. De Duitsers hebben enorme pech gehad. Stel je een gigantische zandbak voor met daarin één huisje. En ze schieten nog raak ook. Je moet waakzaam blijven, zeker nu de verkiezingen eraan komen. Onze eigen veiligheid is het belangrijkste. Dan pas kijken we naar de veiligheid van de mensen om ons heen.»

Afgelopen maand bleek dat de scheids lijnen tussen de Amerikaanse oorlogstroepen en de vredestroepen van Isaf aan het vervagen zijn. In Herat braken rellen en schietpartijen uit nadat president Karzai gouverneur Ismaïl Khan – een eigenzinnige ex-moedjahedien die zich weinig aan Karzais autoriteit gelegen liet liggen – op een zijspoor had gerangeerd. De betogers vielen gebouwen van VN-organisaties en NGO’s aan. «Dood aan Amerika», scandeerden ze. De Canadees Garth Bedford, projectleider van Finca (Foundation for International Community Assistance), een organisatie die micro-leningen verschaft aan arme ondernemers, houdt kantoor in Herat. Inmiddels heeft hij zijn westerse stafleden geëvacueerd. «Het was een totale chaos tijdens de rellen. Wij evacueerden, andere NGO’s deden dat ook en de VN stuurden eveneens hun buitenlandse medewerkers het land uit. Ik zag VN-medewerkers piloten smeken te vertrekken terwijl vliegtuigen nog maar half vol waren en lang niet iedereen van de evacuatielijsten zich al had kunnen melden. De mensen zijn echt bang.» Zelf verkoos hij te blijven tijdens de rellen, want hij wilde zijn Afghaanse medewerkers niet in de steek laten. Maar met de verkiezingen in aantocht en de toenemende geruchten over zelfmoordaanslagen heeft hij besloten het land twee weken te verlaten. «Het moet hier eerst even afkoelen.»

De Amerikaan David Trilling, die radio stations opzet voor de organisatie Internews, maakt zich zorgen over een bericht dat hij die ochtend hoorde. Een motorrijder blies zich op, net iets te ver van een militaire controlepost om schade aan te richten, maar toch. «Als ze nu ook al motoren gaan gebruiken voor zelfmoordaanslagen is het einde zoek.»

Onlangs verkondigde de speciale Amerikaanse gezant voor Afghanistan, Zalmay Khalilzad, dat een spectaculair offensief door rebellen niet is uitgesloten. Volgens de top diplomaat zijn de Taliban en hun bondgenoten vastbesloten de presidentsverkiezingen te ontregelen. Khalilzad vreest taferelen die niet onderdoen voor het Tet-offensief, het verrassingsoffensief van bomaanslagen en bestormingen van Amerikaanse bases dat in 1968 het begin was van het einde van de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam. Niet lang na zijn onheilspellende woorden werd een aanslag gepleegd op president Karzai. Er werd een raket afgevuurd op een helikopter die hem naar een school vlak buiten Kaboel moest brengen in het kader van de verkiezingscampagne. De raket miste. Sinds die tijd vertoont Karzai zich nog maar zelden buiten het presidentiële paleis. Hij is zo wantrouwend dat hij geen Afghaanse bewakers heeft, maar gebruik maakt van Amerikaanse commando’s, wat volgens veel Afghanen bewijst dat hij aan de leiband van de VS loopt. Deze week werd bekendgemaakt dat de Amerikanen nu Afghanen aan het opleiden zijn om de beveiligingstaak op zich te nemen.

Als kapitein-commandant Bart Verbist hoort van Khalilzads Tet-offensief moet hij een beetje lachen. «Zo groot als dat zal het niet worden», zegt hij. «Maar we verwachten wel iets.» Verbist, een Belgische paracommando, leidt een Isaf-eenheid die op een veld in het centrum van Kaboel een oefening houdt. Drie Italiaanse militairen staan er wat slungelig bij, handen en gezicht voorzien van rode schmink. Zij zijn de «gewonden». Ze spreken geen woord Engels. De oefening dient om de bevolking te laten zien dat Isaf paraat is. Maar kennelijk is het houden van een medische oefening zo risicovol dat de straten die leiden naar het oefenveld zwaar bewaakt moeten worden. Noorse Isaf-mariniers en Belgische paracommando’s houden de wacht. Verbist: «Onze inlichtingendiensten herhalen elke dag dat we waakzaam moeten blijven. ‹Er komt iets aan›, zeggen ze, ‹we worden geobserveerd.› Lege straten zijn verdacht. Zie je overdag geen kinderen spelen, dan weten we dat het foute boel is.»

Afgelopen week werden bij gevechten aan de grens zeven Taliban-strijders gedood. Taliban en al-Qaeda-strijders bestormden een politiebureau en werden teruggeslagen. Een groep van zestig strijders werd onderschept die volgens de Amerikanen vanuit Pakistan binnendrong met als missie het verstoren van de verkiezingen. Bij de stad Spin Boldak werd een huis bestormd waarin zich vijftien Taliban bevonden die plannen smeedden voor aanslagen. En afgelopen week werden in Kaboel twaalf personen gearresteerd die eveneens uit waren op gewelddaden in de aanloop naar de verkiezingen.

Ook voor imam Malawi Muhammad Zarwar (74) van Kaboels grootste moskee, de Masjet Pul-e Khosti, zijn de Amerikanen en de VN inmiddels één pot nat. Hij is zeer erkentelijk voor het verdrijven van de Taliban, maar zo langzamerhand mogen de buitenlanders hun boeltje wel gaan pakken. «Blijven de buitenlandse troepen hier als we eenmaal ons eigen bestuur hebben, dan kunnen ze onze toorn verwachten», zegt hij met een glimlachje. «De mensen willen niet dat de buitenlanders zich bemoeien met de regering en de religie. We willen geregeerd worden door moslims, niet door ongelovigen.» Tijdens de opstand tegen de Russen leidde de imam een verzetsgroep in de provincie Bamiyan. «We namen wapens aan van welke politieke partij ook. Het ging ons niet om politiek, het ging ons om het verdrijven van de ongelovige Russen. Ik raakte gewond in mijn benen en werd in mijn buik geschoten, maar we vochten door en bereikten ons doel. Als de buitenlanders van plan zijn hier te blijven, zullen we ze eruit gooien. We zullen daarin nog beter slagen dan met de Russen, want we hebben toen veel geleerd.» De imam spreekt rustig. Hij laat zijn ketting van gebedskraaltjes door zijn vingers glijden en houdt zijn hoofd een beetje schuin. Traag slaat hij zijn blik op. «Vertel aan je mensen dat ze hier welkom zijn, maar dat ze zich niet bemoeien met het bestuur van ons land. Dat kunnen we zelf.»

Na het vrijdagmiddaggebed loopt de moskee leeg. Muhammad Zaman, winkelier, heeft zojuist gebeden. «Vóór de Taliban vocht iedereen met elkaar», zegt hij. «Als Isaf gaat, zal iedereen weer met elkaar vechten en wij, de gewone mensen, zullen daaronder het meest lijden.» Zoals veel Afghanen draagt Zaman zijn verkiezingskaart altijd bij zich, als een kostbaar kleinood. Hij vertelt dat hij bezig is alle achttien kandidaten te bestuderen. ‘s Avonds lichten steeds twee hun programma toe op Radio Kaboel. «Ik wil zeker weten dat ik op iemand stem die eerlijk is.» Zelf is hij een Tad zjiek, maar toch gaat hij waarschijnlijk stemmen op Karzai, al is die een Pashtoen. Veel Afghanen stemmen op grond van etnische afkomst. Yunus Qanuni, ex-minister van Onderwijs, is de meest kansrijke Tadzjiek in het rijtje van achttien kandidaten. «Voor mij maakt afkomst niet uit. Ik wil mijn stem geven aan wie ik de beste kandidaat vind. Onze stem is het enige wapen dat we hebben tegen de corruptie en de gewelddadige moedjahedien. Een paar doden zijn voor ons niet belangrijk. Wij zijn wel wat gewend. Ik ben mijn zoon verloren toen de moedjahedien elkaar bevochten in Kaboel. Ik zei hem: ‹Ga een brood kopen.› Onderweg werd hij in zijn hoofd getroffen toen hij in het kruisvuur raakte. Vrijwel iedereen in Kaboel heeft vrienden of familieleden verloren.»

In een buitenwijk waarschuwt Abdul Habib (21) voor mijnen. Enkele dagen eerder raakte een wegwerker zwaar gewond toen er één explodeerde. De Russen en de moedjahedien hebben het land bezaaid met miljoenen antipersoneelsmijnen die nooit meer allemaal gevonden kunnen worden. Hij gaat stemmen op de enige vrouwelijke kandidaat, Massouda Jalal. «We hebben laatst met onze familie een beraad gehouden over de verkiezingen. We waren het met elkaar eens. Mannen hebben dit land vernietigd. In de huidige regering zitten voormalige moedjahedien en die heb je ook onder de presidentskandidaten. Nu beloven ze mooie dingen, maar geef ze vijf jaar en ze zullen weer aan het vechten slaan. Het is tijd dat de vrouwen het overnemen en dit land naar vrede leiden.»

Habib studeert elektrotechniek aan de technische hogeschool. Van zijn twintig medeklasgenoten (allen man) was er slechts één die het niet met hem eens was. De enige dissident meende dat Jalal geen kans zou maken in de Afghaanse mannenmaatschappij, maar had graag op haar gestemd als dat anders was geweest. «Jalal is arts en lerares geweest», zegt Abdul Habib. In dit land is de meerderheid analfabeet en er sterven nog jaarlijks duizenden vrouwen bij de geboorte van hun kinderen. Gezondheidszorg en onderwijs hebben we nodig, en zij zal ons die brengen.»

Niet iedereen praat zo openlijk over zijn keuze. Bij het busstation in Kaboel waar de bussen naar het zuiden vertrekken, verzamelen zich zeker veertig buschauffeurs die van alles willen vertellen. Maar niet over de verkiezingen. De een na de ander doet zijn beklag over de corruptie van de politie, maar niemand wil zeggen op wie hij zal stemmen. Je weet nooit wie er meeluistert. In het zuiden zijn nog Taliban en al-Qaeda-groepen actief.

Als de meeste buschauffeurs vertrokken zijn, kijkt Muhammad Zaid (28) eerst om zich heen voordat hij begint te vertellen. «Het is bijna zelfmoord om je stemkaart bij je te hebben als je reist in het zuiden. Ik woon in Kandahar en ik zag de paniek. Mensen waren radeloos, ze waren hun zoons kwijt. Onthoofd omdat ze een stemkaart bij zich hadden.» Volgens Zaid gebeurde het even ten noorden van Kandahar, in de provincie Oeroezgan. «Mannen in politieuniform houden reizigers aan en vragen naar hun stemkaart. Wie hem niet bij zich heeft moet vijfduizend afghani betalen (ongeveer honderd euro, een fortuin — jb). Heb je hem wel bij je, dan word je gedood. Dit is zeker vier keer gebeurd. De mensen maken nu urenlange omwegen om maar niet door dat gebied te hoeven reizen.»

Als we even helemaal alleen zijn, zegt Muhammad Zaid dat hij iets moet laten zien: zijn stemkaart. «Wat ze ook doen, het zal ze niet lukken ons ervan af te houden. We gaan allemaal stemmen, want dat is de enige kans op een vreedzame toekomst.»