Theater met therapeutisch effect

‘O jee, papa komt zo thuis’

Met forumtheater stelt STUK kindermishandeling en verwaarlozing aan de orde. Het publiek mag zelf meedoen. ‘We maken de dreiging in dat huis zichtbaar.’

Medium 014 20voorstelling 20op 20karel 20de 20grote 20hogeschool 20door 20forum 20theater 20antwerpen 20  20foto 20har 20tortike

In de jaren zestig, tijdens de donkere jaren van politieke crises en militaire dictatuur in zijn land, nam de Braziliaanse dramaschrijver en regisseur Augusto Boal (1931-2009) het initiatief tot het Teatro del Oprimido, het theater van de onderdrukten. Arme mensen, zonder stem in de macht, speelden hierin scènes uit het eigen bestaan, waarna zij met elkaar in debat gingen over de lessen die zij daaruit konden trekken om hun leven te verbeteren of verzet te organiseren.

De methode-Boal is ook in een andere tijd en andere omstandigheden goed bruikbaar. In het project STUK past de Amsterdamse theatermaker Har Tortike haar sinds tien jaar toe, om mishandeling en verwaarlozing van kinderen aan de orde te stellen. ‘Tienduizenden kinderen in Nederland vragen zich dagelijks angstig af: in welke stemming is mijn papa of mama vandaag?’ vertelt Tortike. ‘Het is zo stil in huis!’

Zijn ideaal is dat minder jongeren in de toekomst slachtoffer zullen zijn. Om mensen bewust te maken van het fysieke en psychische leed dat geweld kan veroorzaken in relaties waarin de een afhankelijk is van de ander, zoals een kind van zijn ouders, is het ‘forumtheater’ dat Boal heeft ontwikkeld een uitgelezen werkwijze.

Antwerpen, 24 maart. Aan het begin van de avond repeteren vier meisjes onder leiding van Tortike in een lokaal van het Stedelijk Lyceum Cadix op ’t Eilandje, de noordelijke havenbuurt. Uit het niets ontstaat een ontroerende, ook confronterende scène over twee verwaarloosde kinderen, twaalf en zestien jaar oud, alleen thuis, die rond etenstijd ontdekken dat de koelkast leeg is – en dat niet voor het eerst. De moeder, gescheiden, werkt tot in de late avond als schoonmaakster in kantoren. Als zo vaak heeft ze geen eten en geld voor haar kinderen achtergelaten.

De honger is voor even gestild met het vergeten zakje chips dat de meisjes in een la vinden, tot de buurvrouw, die toevallig aanbelt, in de gaten krijgt wat er aan de hand is en hun te eten vraagt. Later op de avond haalt de moeder haar kinderen op. Bij de buurvrouw is ze nog reuze dankbaar en voorkomend, maar zodra de deur thuis achter haar dicht valt barst ze los in gescheld en getier. De meisjes vluchten naar hun kamer. Met tips en een enkele regieaanwijzing van Tortike hebben Annelore, Nicole, Maya en Femke in een klein uurtje een volwaardige scène over kinderverwaarlozing uitgewerkt. Het is niet een en al treurnis wat ze laten zien: als de hongerige meisjes de tv aan zetten om de tijd te verdrijven, kibbelen ze over de leeftijd waarop je SpongeBob nog leuk kunt vinden zonder stom te zijn.

In dat uur wordt de scène steeds fijngevoeliger en indringender. De tederheid verschijnt in het tweede repetitierondje als Maya subtiel een kleinigheid in de scène wijzigt en, zijwaarts geleund tegen de denkbeeldige sofa, een typisch kinderlijke zithouding weet te vinden. Meteen is ze het twaalfjarige meisje dat ze speelt. Ook met de moeder, gespeeld door Annelore, heb je te doen, ondanks haar boosheid. Ze werkt zich rot, kan door haar schulden de huur niet betalen, en wordt dan door een zorgzame buurvrouw geconfronteerd met haar onvermogen om een goede moeder te zijn, hoe graag ze ook wil.

Annelore, Nicole, Maya en Femke, in het dagelijks leven scholier of oud-scholier aan het Stedelijk Lyceum, zijn vier van de jonge vrijwilligers met wie Tortike theatrale scènes over kindermishandeling of -verwaarlozing maakt. Hij doet dat samen met de jonge Belgische regisseur en acteur Mathias Van Mieghem. Een scène moet altijd zijn gebaseerd op eigen ervaringen van een van de acteurs, hoewel van niemand wordt verwacht dat hij zichzelf speelt. Aan het begin van de repetitie deze avond in Antwerpen hebben de vier meisjes gekozen voor het verhaal van Maya en het jaar waarin zij bijna elke dag honger had. Verder staat van de scène nog niets vast, behalve dan dat het slecht moet aflopen.

Dat laatste kan niet anders in het forumtheater dat Tortike met jongeren in Nederland en België brengt. De slechte afloop is noodzakelijk, om het publiek in samenspraak met de acteurs een wending aan de scène te laten geven die perspectief op beter biedt. Had de buurvrouw in Maya’s verhaal niet iets kunnen bedenken om de kinderen te voeden zonder de moeder dat schuldgevoel te bezorgen? Ook een maatschappijkritische invalshoek is mogelijk. Hoe kan het dat iemand in een rijk land als België werkt, zelfs in de avonduren, en toch te weinig geld heeft om haar kinderen goed te verzorgen? En schiet de jeugdzorg hier niet te kort?

Tortike aarzelde geen moment toen een van zijn leerlingen bij de Amsterdamse Studio West, Shehab Saddal, destijds vijftien jaar oud, hem in 2005 benaderde met het idee een theaterstuk over kindermishandeling te maken. Saddal sprak vaak met een meisje dat de blauwe plekken op haar lijf steevast toeschreef aan haar sport, kickboksen, maar uiteindelijk erkende dat haar vader en een broer haar mishandelden. Met Tortike vond hij andere jongeren om STUK te maken: Ahmed, Chantal, Racquelle, Dalorim, Abdoelah, Isabella, Abdelkarim, Sinan, Dylan en Yvonne.

‘Gisteren liep een meisje meteen de klas uit toen de scène heftig werd en Terry met de broekriem dreigde’

Hoewel in opzet forumtheater, dus met een publiek dat in een scène kan ingrijpen om het verhaal een ander verloop te geven, had STUK toen nog de vorm van een volledig opgetuigd theateroptreden, met uit het hoofd geleerde teksten, een decor, belichting. Tortike heeft de voorstelling sindsdien bewust kaler en kleiner gemaakt. Nu staat bij een optreden alleen vast wie de acteurs zijn en met welke scènes zij al improviserend aan de slag zullen gaan. Het decor wordt ter plekke georganiseerd. Drie stoelen in een klaslokaal zijn de ene keer een doorgezakte bank in een armoedige flat, waar de werkloze vriend van een sappelende moeder zijn handen niet kan thuishouden, en dan weer een riante designsofa in een villa in Amstelveen of Schoten, waarop de kinderen avond na avond met een tv-maaltijd zitten omdat de werkverslaafde vader en moeder er nooit zijn.

‘STUK moet op iedere straathoek, in ieder klaslokaal, op ieder tijdstip tot leven kunnen komen’, zegt Tortike. ‘We doen het daarom het liefst zo kaal mogelijk. Als we op een podium zouden staan en zeggen: “We hebben een toneelstuk ingestudeerd en dat gaat over kindermishandeling”, dan zouden we al te veel lijken op de deskundige die een lezing met powerpoint komt geven.’

Het doel is de afstand tot de toeschouwers zo klein mogelijk te maken, om de identificatie met de acteurs en hun verhaal te vergemakkelijken. De keuze voor theater als medium helpt daarbij: behalve op de rede doet het bij het publiek een beroep op de verbeelding, de intuïtie en het inlevingsvermogen om grip te krijgen op wat het ziet. Aan een half woord of een enkel gebaar heeft het dan genoeg. ‘Forumtheater over geweld en verwaarlozing is wezenlijk anders dan een vergadering waarop je ervaringen of kennis uitwisselt en uitroept: “We moeten er wat aan doen!” Met forumtheater doen we er meteen wat aan, ter plekke, met scholieren die op nog geen drie meter afstand van andere scholieren over hun eigen ervaringen spelen’, zegt Tortike.

Het verkleinen van de afstand is ook de bedoeling van het ritueel met de ‘opwarmspelletjes’ die Tortike en de acteurs aan het begin van elke voorstelling met het publiek doen. Bij het eerste vragen ze je met de ene hand een cirkeltje in de lucht te tekenen en tegelijkertijd met de andere een kruisje. Tot ieders verbazing blijkt dat niemand dat kan. Tortike: ‘We zijn allemaal gelijk, niemand kan dit, niemand is uitzonderlijk. Dat geeft een lekker gevoel van gezamenlijke onhandigheid.’

Medium 015 20voorstelling 20op 20karel 20de 20grote 20hogeschool 20door 20forum.xforumtheater 20antwerpen 20  20foto 20har 20tortike

Bij het tweede spelletje moet iedereen met één tot drie vingers in de kom van zijn andere hand tikken. Het resultaat is het geluid van regendruppels die op boombladeren tikken. ‘Een wonderbaarlijk mooi geluid. Hier doet de verbeelding z’n werk. De inherente boodschap is ook dat we komen om toneel te spelen. We doen net of het echt is, het gaat over de realiteit en die kan gruwelijk, afschrikwekkend zijn, maar het is een verbeelding van onze werkelijkheid, het is spel.’

Bij de derde opwarmoefening tellen de acteurs en het publiek tot drie, maar dan met alternatieve gebaren en geluiden die vooral grappig of gek moeten zijn. ‘Je mag even raar doen, uit je serieuze wereld van dat moment stappen, en je hebt dat met z’n allen gedaan. Je maakt lol en er ontstaat ook wat meer onderlinge vertrouwdheid. Voor ons is dat ritueel handig om te weten of ons publiek al dan niet ontvankelijk is. En ze leren de acteurs en mij ook kennen. Jongeren zoals zij met een man van 62, grijs, met een beetje dikke buik, maar hij praat wel grappig, hij is niet heel erg saai en hij weet ons wel zo ver te krijgen dat we gekke dingen doen. Nu ja, kom maar op, dan.’

Op deze ochtend in maart, op de Hogeschool van Amsterdam, in lokaal 04A16 van het Muller-Lulofshuis, merken Tortike en zijn groep tijdens het opwarmen meteen die ene leerling op, een meisje, die aan niets meedoet. Tortike is er vandaag met de acteurs Terry, Nhomy, Nur en Ahlam. ‘Wat heb jij meegemaakt, vraag ik me dan af, als zo’n meisje zich helemaal afsluit. Gisteren liep een meisje meteen de klas uit toen de scène heftig werd en Terry met de broekriem dreigde. Misschien heeft zij zelf dat geweld meegemaakt, of misschien heeft ze gezien hoe een vader haar vriendin met de riem sloeg. Dat vragen we niet: we zijn geen therapeuten. We letten er wel op dat er iemand met haar meegaat als ze wegloopt, een leerkracht of iemand van ons. En na afloop spreken we met haar.’

Dat neemt niet weg dat STUK een therapeutisch effect kan hebben, ook op de acteurs zelf. Tortike vertelt over het meisje dat een scène ontwikkelde over het seksueel misbruik waarvan haar moeder en zij het slachtoffer waren. ‘Ze kwam met dat idee in de zesde of zevende ronde van een repetitie in Antwerpen: ze had echt de tijd genomen om zich veilig genoeg te voelen. Dat is een ongelooflijk sterke scène geworden, over haar vader die haar moeder geregeld verkrachtte. Dat was zijn idee van een seksuele verhouding. Hij zat ook aan zijn dochter en in haar, met zijn vingers. We speelden niet dat seksuele misbruik, dat zou te gênant zijn, maar maakten wel de dreiging in dat huis, met dat lawaai en dat sluimerende geweld, zichtbaar. Daar heb je niet zo veel middelen voor nodig.’

‘Ouders zijn zelden monsters, eerder zijn ze onmachtig in hun opvoeding, maar slaan van kinderen is nooit normaal’

Het meisje speelde de rol van de moeder. ‘Dat ging goed. Zij redde dat. Ze kon precies vertellen hoe de angst eruitzag: papa komt zo thuis, we moeten alles strak neerleggen op tafel, vork en mes netjes recht, het tafelkleed glad, anders heeft hij weer een aanleiding om agressief te worden. Haar spel kreeg direct iets kruiperigs zodra het over papa ging. Het was echt een sterke scène. Op een morgen tijdens een schoolvoorstelling was haar moeder komen kijken. Na afloop kwam ze naar ons toe, om te zeggen hoe ongelooflijk dankbaar ze was. Dankzij forumtheater was haar dochter eindelijk in staat zich te bevrijden van dat misbruik. Het kon nu iets van haar persoonlijke geschiedenis worden.’

Op hogescholen, eerst alleen in Amsterdam, nu ook in Den Haag, Breda en Groningen, verzorgt STUK regelmatig workshops voor studenten die later in hun beroep te maken zullen krijgen met geweld in afhankelijkheidsrelaties. Laura Koeter, het voormalige hoofd van de opleiding maatschappelijk werk en dienstverlening aan de Hogeschool van Amsterdam, haalde Tortike en de jongeren binnen. Zij was geschrokken van een enquête die drie leerlingen onder hun medestudenten hadden gedaan. Daarin gaven acht op de tien studenten aan dat het in hun opleiding schortte aan goede scholing over kindermishandeling.

Die bevinding strookte met de ervaring die Tortike eerder opdeed op studiedagen van Jeugdzorg. ‘We kregen de uitnodiging daar op te treden en dachten: dat is vet! Een thuiswedstrijd! Dat zijn allemaal professionals, deskundige mensen, van wie wij kunnen leren. Maar ze bleken geblokkeerd. We stonden voor een zwijgende, bokkige, boze zaal. Hoe kan dat, vroegen we ons af, hoe kan het dat mensen die zijn opgeleid om jongeren in problemen te helpen niet in staat zijn om met jongeren te praten?’

Tortike vermoedt dat deze vijandige ontvangst duidt op een probleem in de opleiding: ‘Onzekerheid, dat is het. Over zichzelf. Ze voelden zich onzeker omdat ze niet hadden geleerd zonder protocollen met jongeren te praten. Daarom hadden ze op die studiedag weerzin om zich in de nabijheid van hun collega’s uit te spreken. Bang om kritiek te krijgen, of te worden uitgelachen: o, doe jij dat zo! Dat weet ik omdat we het hun vroegen. We hebben hun gezegd: wees jezelf! De protocollen, systemen en theorieën zijn van belang, maar gebruik ze wijs.’

In lokaal 04A16 van het Muller-Lulofshuis komt de discussie na afloop van een van de scènes al gauw op vergelijkbare gebreken op de pabo. Terry speelt een onderwijzer die stelselmatig de andere kant uit kijkt als medeleerlingen dat ene meisje, een rol van Nhomy, pesten. Ze zal last hebben van de puberteit, is zijn excuus. En ze haalt toch goede cijfers? Wat hij negeert zijn de aanwijzingen dat verwaarlozing thuis haar nerveus en schichtig maakt, waardoor ze een gewillig slachtoffer is van pesterijen.

‘Die leraar is zwaar slecht bezig’, zegt een van de studenten in het nagesprek over de scène. Met een studiegenoot heeft zij eerder de pabo gedaan. Ze zegt dat er op die opleiding weinig tot geen aandacht is voor kindermishandeling en -verwaarlozing. Tortike heeft dezelfde ervaring: ‘We komen met STUK de pabo niet binnen. Ze zeiden ons: we hebben het te druk met de nieuwe eisen voor rekenen en taal om ook nog aan gebarentaal te doen. Een extreem voorbeeld: ik kwam om half acht ’s ochtends bij een basisschool in Den Haag om te filmen. Daar stond al een kindje in de kou, achtergelaten door zijn Poolse moeder die moest werken. Blijf hier staan, wacht tot de school begint, had ze hem op het hart gedrukt. Ik sprak zijn leraar aan. Zegt hij: daar kunnen wij weinig aan doen. Zij komt toch naar hier om te werken?’

Het project STUK, tien jaar geleden begonnen als theaterproductie, omvat inmiddels ook honderden [filmpjes](youtube.com/user/STUKVIDEO) die jongeren hebben gemaakt en een boek, STUKboek, dat onder meer is bedoeld om achter te laten in wachtkamers van huisartsen. In Vlaanderen zitten jongeren van Jeugdzorg Emmaüs in Antwerpen en Tortike sinds kort om de tafel met jeugdrechters, om te praten over het onbegrip dat slachtoffers van kindermishandeling soms van justitie ervaren. ‘We willen graag een gesprek met u. Wij nemen de koekjes mee’, schreven zij de rechters in een open brief in De Morgen. Het antwoord kwam snel: ‘Dat is goed, kom langs. Wij zorgen voor frisdrank.’

In de introductie tot elk optreden verhult Tortike bewust niet dat zijn persoonlijke geschiedenis hem motiveert om aan de gang te blijven. Hij vertelt: ‘Ik ben een klassieke ervaringsdeskundige. Mijn zusje, mijn broers en ik zijn goed, maar hard opgevoed. Met klappen. Met koude douches. En met onbegrijpelijke angsten van onze ouders. Ik dacht altijd: het ligt aan mij, het is mijn schuld, maar nu weet ik dat het trauma van het Jappenkamp mijn ouders opbrak. Zij spraken daar nooit over.’

Het duurde lang voordat hij doorgrondde wat er aan de hand was. ‘Ik kan nu hardop praten over mijn angst en over mijn verwarring over mijn papa en mama. Dat geeft me voldoening. Ik heb lang gedacht dat er aan mij een onhandig steekje los zat, telkens weer als het misging met mijn studie, mijn verkering, mijn huisbaas. In de icodo-bibliotheek vond ik boeken over trauma’s die je aan je kinderen overdraagt. Mijn God, dit is precies wat er aan de hand is, dacht ik, waarom heeft nog nooit iemand dat aan mij verteld? De juf op de basisschool had al iets kunnen doen, andere mensen hadden zich met het gezin kunnen bemoeien. Ouders zijn zelden monsters, eerder zijn ze onmachtig in hun opvoeding, maar verwaarlozing of slaan van kinderen is nooit normaal. Wat de jongeren van STUK andere jongeren vertellen is dat zij kindermishandeling niet normaal mogen vinden en dat wanneer je het meemaakt je niet de enige bent en het niet jouw schuld is. Dat besef is het begin van bevrijding.’


Beeld: Voorstelling op de Karel de Grote Hogeschool door FORUM Theater Antwerpen (Har Tortike)