Het was de inside tip die al jaren hoog op ons lijstje stond, maar het was er steeds niet van gekomen. Gaan lunchen bij de trattoria van Gianfranco in Trevinano, een dorpje waar je langskomt op weg naar een van de mooiste thermische openluchtzwembaden van Italië, dat van het Toscaanse San Casciano dei Bagni. Kronkelend en hotsend over een weggetje waar de strijd tussen het dunne laagje asfalt en de enorme boomwortels die eronder door lopen na een paar jaar altijd door de wortels wordt gewonnen, roedeltjes herten in een drafje oversteken en wegschieten in de bossen met parmantige zilveren kontjes, als je geluk hebt ook nog een schaapskudde recht op je auto af komt, voorafgegaan door imposante, witte Maremmano-honden, en dan, na een half uurtje van dit natuurfeest, doemt rechts in de hoogte Trevinano op, het prototype van het Italiaanse dorpje op de heuvel.Paese mio che stai sulla collina (O mijn dorpje op de heuvel)/ Disteso come un vecchio addormentato (Uitgestrekt als een oudje in zijn eeuwige slaap)/ La noia e l’abbandono, il niente, sono la tua malattia (Verveling, verlating en het niets zijn jouw ziekte)/ Paese mio, ti lascio, io vado via (O mijn dorpje, ik vertrek, ik ga weg)/ Che sarà che sarà che sarahaaaaaaa (En wat ervan komt, komt ervan). Heerlijk om mee te galmen in de auto op weg naar zo’n dorpje, waarvan Italië er met al zijn heuvels en bergen oneindig veel heeft, vanwege de ideale uitkijkpositie die in vroeger tijden cruciaal was. Che sarà sarà is de Italiaanse versie van Que Sera Sera, Whatever Will Be Will Be, het lied van Alfred Hitchcocks The Man Who Knew Too Much uit 1956, maar dan met een heel andere tekst. In de door Doris Day gezongen wereldhit wordt luchtig de vraag gesteld hoe het leven dat voor ons ligt eruit zal gaan zien, en tja, luidt steeds het antwoord: dat moet je maar afwachten, whatever will be will be, the future is not ours to see.

Het Italiaanse Che sarà sarà is een melancholische, droeve polaroid van wat toen, in 1971, nog een grote kwestie was in het altijd langzamer dan de rest van Europa evoluerende Italië: de omschaling van een in wezen nog vooroorlogse rurale plattelandsmaatschappij naar een anonieme grote-stadsmaatschappij, of een identiteitsloze periferie-maatschappij, want daar kwam het meestal op neer voor de dorpsvluchtelingen die vertrokken op zoek naar een baantje en een beter leven. Gli amici miei son quasi tutti via (Mijn vrienden zijn bijna allemaal vertrokken), Peccato perché stavo bene in loro compagnia (Jammer, want we hadden het goed met elkaar), Ma tutto passa, tutto se ne va (Maar alles gaat voorbij, alles gaat verloren).

Een droef lied, waarin afscheid wordt genomen van het dorpstijdperk met al zijn vanzelfsprekendheden, gezelligheid, saamhorigheid, de pasta voor de pranzo op de zondag na de mis, het samen hangen op dat ene plein, met die ene bar en die ene winkelstraat, waar nooit wat te doen was, maar toch zo fijn en uiteindelijk ook wel typisch Italiaans, lekker veilig en voorspelbaar. Maar alles gaat voorbij, alles gaat verloren, tutto passa, tutto se ne va.

En daar liggen ze nu dus, al die Italiaanse dorpjes op de heuvels, bergen en rotsen, inmiddels al lang verlaten, sommige een beetje herbevolkt door tweede-huisbezitters die alleen in het weekeinde langskomen, de mooiste wellicht een stip op de toeristische kaart, maar dan toch meestal voor een tripje van hooguit twee uurtjes, even langs die ene kerk met die bijzondere fresco’s, een paar selfies op het muurtje voor het gapende ravijn, een bordje pasta met een glaasje wijn op het plein, Buongiorno! roepen tegen de laatste paar oudjes op het stoepje voor hun huisje en vrrrrroem, door naar de volgende attractie.

Trevinano is precies zo’n soort dorpje, één van de dikke achtduizend gemeenten die Italië telt, wat vanuit de Nederlandse herindelings- en samenvoeggedachte misschien idioot lijkt, maar in verhouding tot Frankrijk (ruim 35.000 gemeenten), Duitsland (ruim elfduizend) of Spanje (hetzelfde als Italië) heel gewoon is. Bijzonder aan Trevinano is de opvallend lange kaarsrechte allee met links de huisjes en rechts de muur langs het ravijn. De allee eindigt in een mooi pleintje met een behoorlijk groot en indrukwekkend kasteel, dat ooit van de Bourbon del Montes moet zijn geweest, gezien de naam van deze enige echte straat van Trevinano, maar nu al weer zo’n eeuw in het bezit is van de Boncompagni Ludovisi’s, die ook de enige plafondschildering van Caravaggio in Rome bezitten, waarover allerlei gesteggel is omdat ze de villa met de Caravaggio willen verkopen wegens familievetes over de erfenis. Met adel en bezittingen zijn er altijd familievetes over de erfenis.

Tegenover het kasteel ligt de trattoria van Gianfranco, waar we nog steeds niet hebben geluncht, omdat het onverstandig is om met een volle maag in een warm thermisch zwembad met krachtige massagestralen te plonzen. Maar ach, de authentieke Gianfranco en zijn net zo authentiek ogende trattoria liepen niet weg, dachten wij.

En toen ineens, begin vorig jaar, was onze geheimtip voor insiders voorpaginanieuws in Italië. Want Trevinano kreeg in februari 2022 een enorme bak met geld over zich uitgestort dankzij het pnrr, het Piano Nazionale Ripresa en Resilienza (Nationale Plan voor Herstel en Weerbaarheid), zoals het Europese Herstelfonds voor coronaschade in Italië met een ingewikkelde naam wordt genoemd. Twintig miljoen euro voor een dorpje van slechts 142 inwoners, afgesneden van de wereld door het natuurreservaat Monte Rufeno waar het middenin ligt. Hoezo al dit geld voor zo’n plek?

Zelfs in Italië vond men het opmerkelijk, terwijl Italië in het algemeen niet raar opkijkt van grote bedragen die verdwijnen in kathedralen in de woestijn, snelwegen die eindigen in het niets, polostadions op Sicilië waar men het hele spel niet kent, en noem ze maar op, de Italiaanse waanzinprojecten. Maar dit was zelfs voor Italië toch wel een heel opvallend verhaal, zij het dat niemand de logische vraag durfde te stellen of dit nu eigenlijk de bedoeling was van dat Europese coronaherstelfonds, waarvan het zwaar door corona getroffen Italië veruit het grootste bedrag krijgt, ruim tweehonderd miljard, op een totaal van 807 miljard voor alle andere landen samen. De teneur in de Italiaanse media was eerder voorzichtig positief, in de zin van ‘uitgestorven dorpje heeft twintig miljoen gewonnen dankzij de loterij van het pnrr’, of ‘alle huisjes van het piepkleine gehuchtje zullen worden gerestaureerd’, tot ‘Trevinano wordt getransformeerd tot een internationaal centrum voor studie en opleiding’.

Dit laatste is echt heel moeilijk voor te stellen, als je acht maanden later een wandelingetje maakt door het nog altijd uitgestorven Trevinano. ‘Als u brood wil, moet u even opschieten, want hij heeft er maar vijf per dag, wie het eerst komt, het eerst maalt’, wijst een vriendelijke vrouw aan wie ik had gevraagd of er soms ook een winkel was hier. Alimentari/Macelleria da Mauro ligt verstopt onder een buitentrap, je moet het echt weten om hem te vinden. Mauro zit op een stoel naast een bak waarin nog één brood ligt, zijn alimentari oogt als een Oostblok-winkeltje in de jaren zeventig. In de schappen wat blikjes en zakken pasta, twee stoffige salami’s in de glazen toonbank die uit staat, bij de ingang een mandje met uitgelopen uien.

Maar jongens, denk je, waarom laten jullie dat hele gezeur met dat geld eigenlijk niet gewoon schieten?

‘Ik doe dit nog één jaar, dan mag ik ermee ophouden’, meldt Mauro desgevraagd. Over de twintig miljoen haalt hij zijn schouders op. Malligheden van een systeem waar hij nooit wat van heeft gekregen, behalve over een jaar dus hopelijk zijn pensioentje waarvoor hij hier onder de trap de jaren heeft uitgezeten. Zo te zien mag hij ook met vervroegd pensioen, zoals iedereen in Italië, dankzij een onnavolgbare optelsom van jaren en baantjes die ‘Quota 41’ heet, en die erop neerkomt dat iedereen rond zijn 59ste of eerder met pensioen kan. Eerlijk verdiend, vinden de Italianen, een heilige koe waaraan geen enkele Italiaanse regering zich durft te branden, laat staan een extreem-rechtse regering zoals de huidige, die sowieso voor alle Europese regelgeving-ontduikmethodes van het systeem Italië is.

Het enorme bedrag voor Trevinano was overigens niet dankzij deze regering, want die zat er nog lang niet in februari vorig jaar. Het was een idee van de regering van Mario Draghi, de voormalige gouverneur van de Europese Centrale Bank (ecb) in wie Europa blindelings vertrouwen had, sterker, de énige Italiaan in wie Europa blindelings vertrouwen had en heeft, vandaar dat de tranches van het Herstelfonds tijdens de regering-Draghi keurig volgens afspraak werden overgemaakt in de anderhalf jaar dat hij er zat, van februari 2021 tot oktober 2022. En vandaar dat ze aan de nieuwe, door Brussel zeer gewantrouwde, regering van Giorgia Meloni waarschijnlijk wat minder makkelijk zullen worden overgemaakt, maar dat moet zich nog uitwijzen, want ze zit er nog maar krap drie maanden.

Een van de ideeën van de regering-Draghi was om onder supervisie van het ministerie van Culturele Zaken een landelijke inschrijving te houden voor het opknappen van ‘borghi’, zoals piepkleine dorpjes in Italië vaak foutief worden genoemd, want een ‘borgo’ is onderdeel van een middeleeuwse burcht, wat ook de oorsprong is van het uit het Germaans geleende woord. Maar omdat ‘borgo’ zoveel ouder, pittoresker en dus met grotere toeristische potentie klinkt dan gewoon ‘paese’ (dorp) heten alle verlaten gehuchtjes ineens een ‘borgo’, en je ziet het Europese geld er al achter opdoemen. Zodoende was er eind december 2021 plotseling een nationale wedstrijd uitgeschreven voor ‘borghi’ waarmee heel veel geld viel binnen te harken, voor wie snel van begrip was, zo vlak voor de Kerst.

En dat is Alessandra Terrosi absoluut. De 55-jarige burgemeester van de gemeente Acquapendente die beneden aan het meer van Bolsena ligt, gaat ook over het gehuchtje Trevinano boven in het natuurreservaat, dat uiteraard geen eigen gemeentebestuur heeft. En zij snapte wat er gevraagd werd bij de inschrijving voor het opknappen van de borghi, iets wat de meeste burgemeesters van de omringende dorpjes en plaatsjes in deze buurt te moeilijk vinden, en waarover ook veel klachten zijn. ‘Ze’ maken het veel te moeilijk allemaal omdat ‘ze’ op die manier het geld in eigen zak kunnen houden of overmaken naar andere dingen die ‘ze’ blijkbaar belangrijker vinden, want zo gaat het nu eenmaal altijd zodra iemand de macht in handen krijgt, enzovoort.

‘Ach ja, dat weet ik’, zegt burgemeester Terrosi, die ontvangt op haar grote kamer in het buitenproportioneel monumentale gemeentehuis van Acquapendente met zijn krap zesduizend inwoners, zoals bijna alle gemeentehuizen van Italië buitenproportioneel en monumentaal zijn en ook buitenproportioneel worden gestookt, 24/7 van begin oktober tot eind mei. ‘Men vindt het heel moeilijk wat er gevraagd wordt voor het pnrr-fonds, maar als je goed kijkt, is het steeds hetzelfde mechanisme. Het maakt niet uit of je een aanvraag indient voor de miljoenen voor het opknappen van de borghi of voor de aanleg van een nieuwe sporthal, waar ook een speciale inschrijving van het pnrr-fonds voor is. Die hebben wij ook toegekend gekregen, voor Acquapendente dan. Alles eigenlijk wat we hebben ingediend hebben voor het pnrr hebben we gekregen, toch?’

De vraag is aan het gemeenteraadslid dat ze naar haar kamer heeft getrommeld met een telefoontje, omdat een ervaren bestuurder zoals zij weet dat je nooit in je eentje gesprekken met journalisten moet gaan voeren. Het gemeenteraadslid knikt en gaat zitten, maar er ligt hem duidelijk iets anders op het hart. ‘Hhhheb jjjje gezegd ddddat……?’ ‘Ja ja’, zegt de burgemeester, ‘ik heb gezegd dat het plan voor Trevinano gewoon ons normale vijfjarenplan was, nu dan in iets uitgebreidere vorm en het moet iets sneller allemaal, maar ik heb het gezegd, toch?’ Ik knik en snap het. De indruk moet worden vermeden dat er nu ad hoc allerlei onnodige plannen worden verzonnen om het geld van het Europese Herstelfonds, dat gebonden is aan strikte regels en vervaldata, binnen te harken.

De burgemeester (van de linkse PD, Partito Democratico, een uitzondering in deze zeer rechtse streek) is niet gek. Het gigantische bedrag voor Trevinano is nog twintig andere Italiaanse dorpjes, borghi, ten deel gevallen, eentje per regio, want Italië heeft inderdaad twintig regio’s. Maar ze weet dat Trevinano het nationale geval op de voorpagina’s is geworden, omdat zo weinig inwoners en zo’n grote afstand tot de bewoonde wereld extreem zijn. Wat heeft Italië eraan, dat dit dorpje op de heuvel met zijn oneindige kronkelweg om er te komen voor zoveel geld zal worden opgeknapt, wat hebben corona en Europa te maken met deze stille getuigenis van voorbije tijden?

Daarom ratelt ze professioneel alle mooie plannen af waar zovelen wat aan kunnen hebben. Om maar te noemen: door middel van het opkopen van de leegstaande huisjes van Trevinano – tot nog toe tien – zal een ‘albergo diffuso’ ontstaan, een ‘verspreid hotel’, waar mensen voor een kleine prijs langere tijd kunnen verblijven, van het uitzicht en de rust kunnen genieten, wie weet een goed idee voor studenten of schrijvers, mensen die zich een tijdje willen terugtrekken uit de wereldse chaos voor het schrijven van een groot project of een boek. Ook is het de bedoeling dat er co-housing voor de zeker in Italië sterk groeiende groep ouderen wordt gecreeërd, die dan samen met de jonge studenten op het pleintje leuke gesprekken kunnen voeren, waartoe zitjes en bankjes zullen worden aangelegd.

Twintig miljoen euro voor een dorpje van slechts 142 inwoners. Hoezo al dit geld voor zo’n plek?

Verder moet er een museum komen dat als thema de ‘mezzadria’ heeft, het feodale systeem dat nog uit de Middeleeuwen stamt, waarbij de boeren die werkten op het land van de landheer de helft van de oogst of meer moesten afstaan, en natuurlijk altijd de betere helft, en natuurlijk was de landheer altijd eerst aan de beurt. Hij kwam in jaren met magere oogsten nooit tekort, de boeren kwamen dat wel, zie Novecento, Bernardo Bertolucci’s epos over dit grote sociale onrecht. ‘Per slot is ook hier, langs de oude Cassiaweg, hard gestreden om de mezzadria uit te bannen, dus daar kun je een heel mooi museum van maken, dat zich voegt in het landschap’, zegt de burgemeester.

Maar toch: was dit de bedoeling van het Europese Herstelfonds voor coronaschade, volgens haar? Dat er een museum over de mezzadria zou verrijzen langs de oude Cassiaweg? Ze valt even stil en kijkt me een beetje betrapt aan, met een kleine twinkel achter haar brillenglazen. ‘Moet u horen, ik ben slechts burgemeester, hè. Ik heb gewoon gedaan wat gevraagd werd, en dat was dit plan invullen voor de besteding van het geld van het pnrr. Ik maak het beleid niet, ik voer het uit.’

Alessandra Terrosi, de burgemeester van Trevinano, 22 maart 2022 © Alessia Pierdomenico / Bloomberg via Getty Images

Hoe gek het ook klinkt, Italië heeft de grootste moeite om het gigantische bedrag waarmee de Europese Unie in het eerste dramatische coronajaar 2020 besloot om Italië te helpen – gedeeltelijk geschonken, gedeeltelijk geleend – ‘te laten landen’. Deze term is verzonnen door de nieuwe premier Giorgia Meloni en ze schermde er al mee nog voor ze officieel was geïnstalleerd, op 22 oktober jongstleden. Met een zorgelijk gezicht, alsof het mogen besteden van zo’n bedrag voor een land met een oneindige hoeveelheid grote, structurele problemen, ontzettend moeilijk is.

Die problematische benadering en dat zorgelijke gezicht dienden twee doelen. Ten eerste de glorie van haar voorgangers, de ‘coronapremier’ Giuseppe Conte, die het geld had binnengesleept, en de heilige Mario Draghi, de enige Italiaan die Europa vertrouwt, een beetje indammen. Haar kant van het universum is die van de populistisch-rechtse ‘en nou is het afgelopen met het gesodemieter daar in Brussel’-politiek. En die kant van het universum zit niet te wachten op het implementeren van een door anderen verzonnen plan voor Italië waarin ‘Next Generation’, ‘werkgelegenheid voor jongeren’, ‘klimaatneutraal’, ‘onderzoek en innovatie’, ‘bescherming van de biodiversiteit’, ‘verbetering van het zwakke sociale vangnet’ en ‘modernisering van het landbouwbeleid’ de sleutelwoorden zijn.

Het hoofddoel van Giorgia Meloni’s problematische gezicht was om daarmee vast aan te kondigen dat Italië het nu allemaal niet meer zo ging doen als stond in het herstelplan, omdat er nu een ander Italië, met heel andere prioriteiten, aan de macht was gekomen. Dus of dat plan van Europa niet een beetje op de schop kon, bedoelde ze, wel graag natuurlijk het geld overmaken aan Italië, maar niet meer zo te besteden als ‘Europa’ wilde. Het geld ‘laten landen’ was onmogelijk op deze manier, met al die malle regels en vervaldata van Brussel, en trouwens: de heilige Mario Draghi was het ook niet gelukt, kijk maar hoeveel dingen er nog niet door waren toen hij de handdoek in de ring gooide. Voor de december-tranche van 20,7 miljard euro had Draghi slechts 21 van de vereiste ‘Europese doelen’ bereikt, terwijl het er 55 moesten zijn. Doelen die al een jaar meeverhuisden van tranche naar tranche, omdat je er bepaalde dingen in Italië gewoon niet doorkrijgt.

Eén voorbeeld voor alle: de uitbating van de strandtenten via openbare aanbestedingen waaraan iedereen mocht meedoen, ook Duitsers, Fransen en Engelsen. Onmogelijk in Italië, om deze Bolkensteinnorm erdoor te krijgen, Mario Draghi heeft er een jaar mee lopen leuren, het is hem niet gelukt, en nu zal het zeker niet meer lukken. De reden is simpel: ‘Wij Italianen willen gewoon onze eigen pasta met vongole bij onze eigen strandtent kunnen eten, mag het misschien?’ zei Daniela Santanchè, eerst het schreeuwende boegbeeld van het Berlusconi-fregat, inmiddels na het veranderen van de machtsverhoudingen verhuisd naar de partij van Giorgia Meloni, en als dank daarvoor minister van Toerisme sinds 22 oktober. Het gaat Europa kortom niets aan hoe Italië zijn 3600 kilometer topkust beheert tijdens de vele, vele maanden waarin het strandweer is in Italië. Of de zevenduizend strandtentbeheerders (meestal van vader op zoon) belasting betalen over de miljoenen die er jaarlijks omgaan in de strandtentenbusiness, is niet de zaak van Europa.

En zo kun je een heel lijstje maken van Europese eisen waar nu, met deze regering die er is voor de echte Italianen en het echte Italiaanse, zeker geen sprake van zal zijn. Het gaat niet gebeuren dat Italië het nog massieve gebruik van cash geld gaat inruilen voor online transacties die te controleren zijn. En oude, nog openstaande belastingschulden van minder dan drieduizend euro zullen worden kwijtgescholden, dan had de staat maar sneller moeten wezen, iets waar zeker iets voor te zeggen valt. Maar het is toch vreemd dat het zo door corona getroffen land met een altijd maar doorklimmende staatsschuld van 134 procent van het bbp (de teller staat op 2200 miljard, de hoogste ter wereld na die van Japan) zelf mag bepalen welke belastingen het wel en niet wil innen en ondertussen van de Europese Unie een grote hoeveelheid geld krijgt.

‘De Italiaanse regering heeft haar inspanning wat betreft het implenteren van het pnrr-fonds bevestigd’, twitterde Ursula von der Leyen vorige week na een ontmoeting met Giorgia Meloni in Rome. Het klinkt wat vaag, en zo was het ook bedoeld. Want Ursula von der Leyen weet ook dat de doelen van Europa nu weer verder dan ooit uit het zicht zullen verdwijnen, met een regering die er is voor de Italianen die gewoon een bordje pasta met vongole willen eten bij hun eigen strandtent en voor iedereen die gewoon zijn eigen ding wil doen. Het laatste bedrag dat niet mag worden vergeten in dit kader is dat van de jaarlijkse omzet van de bv maffia, 420 miljard, het dubbele van het coronaherstelfonds dat over vijf jaar zal worden uitgekeerd. Dat dit gigantische bedrag ook ver buiten het zicht van de Italiaanse fiscus blijft is een overbodige mededeling.

Maar jongens, denk je, wanneer je vanwege het feit dat de trattoria van Gianfranco nou net gesloten was dan maar bij de Michelin-ster La Parolina bent gaan lunchen, dat in een soort nieuwbouwwijkje onder aan Trevinano ligt, maar wel schitterend uitzicht heeft. Heerlijke lunch natuurlijk, met vele hoogtepunten, en met een rekening die past bij een Michelin-ster. Maar jongens, denk je, waarom laten jullie dat hele gezeur met dat geld eigenlijk niet gewoon schieten? Het loopt hier prima allemaal, zo te zien aan deze goed bezochte lunch op een gewone doordeweekse dag hier in het nowhere, en nu is er verderop ook nog een geweldige schat ontdekt. De 24 perfect bewaard gebleven Etruskische bronzen beeldjes en de vijfduizend gouden, zilveren en bronzen munten uit de Romeinse tijd zijn gevonden in San Casciano dei Bagni, hier twaalf kilometer vandaan. Er komt een museum, dat staat al vast. Maar niet betaald uit de twintig miljoen euro voor Trevinano, want San Casciano is een ander dorpje op een andere heuvel in een andere regio.