O, natuurlijk!

MAARTEN SCHINKEL
DRIE
Meulenhoff, 269 blz., € 16,90

Voor uw informatie: op de achterkant van zijn debuutroman, Drie, staat een fotootje van Maarten Schinkel (1960) waarop hij een vurige hijs van een sigaret neemt en stoer in de camera kijkt. Oké dan. In alles is Drie een opmerkelijk gewichtig debuut. Schinkel schrijft met een volgroeide vastberadenheid, waarmee hij alles wat de revue passeert literair benadert – zo geeft hij een workshop winkeldiefstal, een bezinning op de natuurtheorie van laatmiddeleeuwse monniken en legt hij dwarsverbanden tussen autorijlessen en faalangst. Het hoort bij dit boek met zo’n mulischiaanse insteek; niets minder dan het voortbestaan van ons universum staat in Schinkels verhaal op het spel.

De plot draait om drie mannen, tegen de veertig; de één is een dakloze heroïneverslaafde, de ander is een ongekend populaire rockster (met de foute naam Spike) en de derde is de cynische journalist Bardinsky, die het onderwerp wordt van een vaag wetenschappelijk onderzoek. De drie hebben niets met elkaar te maken, ze zijn volledig elkaars antipode – maar alledrie worden ze aangetrokken tot het instituut waar Bardinsky zich al bevindt.

Eenmaal daar blijkt de dreiging. De drie personages brengen het universum aan het wankelen door zich onbewust aan de Theorie van Alles te onttrekken, tussen kosmische snaren door te glippen en via lekkende zwaartekracht in dezelfde parallelle wereld terecht te komen. Schinkel legt dit lucide uit, maar waar dit voor de nuchtere lezer misschien alsnog iets is om aan te wennen, accepteren de personages het zonder al te veel problemen. Zit ik in een parallelle wereld? O, natuurlijk!

‘Daar had je het dan, dacht Bardinsky. De wiskunde liet alle ruimte voor parallelle universa, als je maar in genoeg dimensies dacht. En, zo had hij geleerd tijdens zijn ervaring in de speciale ruimte van het instituut, een ander universum hoeft helemaal niet ver te zijn. Het kon een millimeter van je verwijderd zijn, vlak op je huid.’

Die bereidwilligheid geeft het boek een zekere haast. Te snel zie je als lezer waar het naartoe gaat, terwijl dit boek absoluut origineel is: evenveel sciencefiction als urban verhaal, als filosofie, als jongensboek. Als Schinkel zichzelf honderd bladzijden meer de ruimte had gegeven om zijn personages uit te diepen, was het boek niet alleen wat betreft insteek met Mulisch te vergelijken, maar ook wat betreft kwaliteit. Maar Mulisch heeft honderdduizend boeken geschreven, Schinkel vooralsnog één, dus laten we die vergelijking nog even opschorten.