O stalen voetjes van de renner Tijd

Is het waar dat alles sneller en korter moet?

In het begin van mijn journalistieke carrière kreeg ik nog wel eens opdrachten voor een stuk van vijfduizend woorden. Dat was meer dan dertig jaar geleden.

Laatst heb ik een goed betaalde opdracht teruggegeven omdat ik niet meer dan 250 á driehonderd woorden mocht schrijven. Ik kan en wil het niet zo kort. Ik vond het ook iets vernederends hebben, maar dat zal mijn gevoeligheid zijn.

Wellicht is het een leeftijdskwestie.

Ik heb redelijk ‘snel’ geleefd, en kan dat niet meer zo goed. Ik vind het niet meer zo leuk.

Laatst was ik op een feest van jonge mensen en ik kon intellectueel wel meedoen, maar verder niet. Ik bedoel: ik had geen zin om me een stuk in m’n kraag te drinken, ook geen zin om meisjes te versieren omdat ik niet geloofde dat zij zouden vallen voor een slordig geklede hippie van 62. Ik zou me zelf dan ook een vieze man vinden. Om me heen was de vloer glad van de testosteron, behalve rond mij, zogezegd. En de drugs – ach, ik nam een trekje van een passerende sigaret – maar daar was ook niets aan. Ofschoon het decor van het feest – bij wijze van spreken – hetzelfde was als in 1970 had ik de staat van onzichtbaarheid vrijwel bereikt; op een feest moet je iets voor elkaar betekenen, ik betekende niets voor de jongelui en zij niets voor mij.

Ik was te traag, zij te snel. We liepen langs elkaar heen, en als ik met ze sprak, zeiden ze ‘u’ tegen mij, en ook: ‘Pardon’, of: ‘Sorry’.

En toch verrijkt die traagheid mij de laatste jaren.

Die traagheid geeft mij de kans om het leven dat ik heb geleefd opnieuw te leven. Ik zal dat uitleggen.

Als ik nu een middag doorbreng met mijn kleinzoon zie ik veel meer ‘het kind’ dat hij is dan toen ik vader was en een middag op mijn dochter moest passen. Ik zal ongetwijfeld dezelfde liedjes hebben gezongen en dezelfde spelletjes hebben gedaan, maar ik was met het snelle leven in de weer: hoe regel ik mijn echtscheiding, hoe krijg ik zo snel een ander huis, hoe vind ik werk als freelancer, hoe krijg ik weer een nieuwe vriendin, et cetera, et cetera. Snelheid was een noodzaak.

Om me heen was de vloer glad van de testosteron, behalve rond mij, zogezegd

En nu zit ik met dat kereltje en een autootje te spelen en denk de hele tijd: goh, wat leuk. Hij doet snel, ik doe traag; ik laat me gebruiken als autoweg, berg, rivier, reus en paard. Zo was ik vroeger met mijn dochter ook, maar het horloge is weg, en de aandacht is niet meer verdeeld maar alleen voor hem.

Wie ouder wordt, zal merken dat z’n ambitie verandert. Bezag je jezelf toen je jong was nog door de ogen van de ander, nu doe je dat liever niet. Roem kan je geen donder meer schelen; je wilt dingen doen die je belangrijk vindt. Ik geloof dat dat de reden is waarom ouderen vaak zulke zeikerds zijn; wat de omgeving van ze denkt, interesseert ze steeds minder en minder.

‘Pap, had je niet iets schoons aan kunnen trekken?’

Traagheid is de enige manier om de tijd wat te verlengen.

Dat komt doordat traagheid een vorm van aandacht is; je zou het – in moderne termen – als een vorm van noodgedwongen mindfulness kunnen zien; wat je vroeger om redenen van snelheid en tijd wegliet, valt je nu op.

Aandacht en traagheid – een huwelijk dat al een eeuwigheid goed is.

Soms denk ik wel eens dat dronkenschap datzelfde doel dient: de traagheid bevorderen zodat je aan de zaken meer aandacht schenkt.

Ouder worden lijkt in veel opzichten op dronkenschap.

Je zwalkt door het leven, je valt sneller.

O stalen voetjes van de renner Tijd