O wat blaffen ze, die honden!

Het is toch wat met die christenhonden! Ze blaffen maar en ze bijten maar!
Opeens kom je in contact met de fundamentalisten van Nederland. En met collega’s die je hebben aangegeven bij de officier van justitie. Opeens weet je hoe het vroeger gevoeld moet hebben als NSB'ers je aangaven. Vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog heb ik altijd zwak gevonden, maar ik moet er nu toch aan denken. Ik ken de brief die naar de officier van justitie is gestuurd, en iedere keer weer krijg ik het schaamrood van plaatsvervangende schaamte op de kaken. Hier is een man aan het woord die de officier van justitie wil slijmen, die geurt met zijn kennis van het recht en die het heerlijk vindt - dat is zo erg - die het heerlijk vindt om een collega aan te geven! ‘Hierbij wil ik aangifte doen van enkele misdrijven’, begint zijn brief.

Ik zeg niet dat de heer C. een NSB'er is - verre van dat, want anders krijg ik weer een proces. Maar ik verwijt hem wel lafheid. Grote lafheid. Hij durft niet te polemiseren! Hij durfde zich in het begin niet aan mij kenbaar te maken! Hij ontkende in eerste instantie zelfs tegen het dablad Trouw dat hij aangifte had gedaan. Kortom: de man durft niet met open vizier te strijden. Hij durft zijn eigen zaakjes niet op te knappen. Hij laat het anderen voor hem doen.
Christenen zoals degenen die mij achter slot en grendel willen zien, zijn niet tolerant. En wat erger is, ik heb sterk het gevoel dat men misbruik maakt van een wet die in wezen goed is. Die wet beoogt minderheden te beschermen.
Minderheden! Zijn christenen een minderheid?
Waarom mag men mij wel elke zondag naar de hel verdoemen en waarom zou ik de christelijke manier van leven niet mogen bekritiseren? De God van sommige christenen is een schurk, een schoft, een pooier en een maffiosi; de God van andere christenen is daarentegen tolerant, vriendelijk en zachtmoedig. Dat zijn niet degenen die zich hebben geergerd aan mijn visie op christenen.
Het proces dat tegen mij wordt gevoerd - inmiddels door acht mensen - kenschetsen ze zelf als een ‘betaalde waarschuwing’. Ja, u hoort het goed: een betaalde waarschuwing. Ze willen geld. Het slijk der aarde. Maar let wel: ze willen, ja, ze eisen daarmee zelfs: censuur! Anno 1995! Censuur in Nederland!
We moeten verzwijgen hoe sommige christenen zijn, we dienen ons niet meer te bemoeien met het christendom in een tijd dat bijna alle spanningen in de wereld een religieuze oorzaak hebben.
Hebben jullie niks anders om je druk over te maken, lieve christenmensen van Nederland? Waarom vraagt u zich niet eens af waarom uw God overal oorlog laat ontstaan in Zijn Naam? Waarom bidt u uw God niet om vrede in plaats van naar de officier van justitie te lopen om aangifte te doen tegen iemand die godverdomme meer tegen discriminatie heeft gedaan dan u? (Dat vind ik wel het ergste, dat in de krant zomaar staat dat ik discrimineer. Dat trek ik me aan. Je kunt negers, homo’s, joden, roodharigen, kleinbepiemelden, vrouwen, puistekoppen, stotteraars en lilliputters discrimineren, maar christenen niet!)
Er zijn onder de christenen die mij hebben aangeklaagd leden van een politieke partij die vrouwen verbiedt lid te worden. Vrouwen niet gewenst! Dat noem ik discriminatie! Dat is pure discriminatie!
Er zijn onder de christenen die mij hebben aangeklaagd mensen die geen homoseksuele leraren op christelijke scholen willen. Dat noem ik discriminatie. Dat is pure discriminatie!
Er zijn onder de christenen die zich achter de aanklacht hebben gesteld, van die fijne mensen die de joden nog steeds van alles de schuld geven. Dat noem ik discriminatie. Dat is pure discriminatie!
Zulke mensen willen een schrijver beletten te schrijven wat hij wil.