OP VERKIEZINGSCAMPAGNE IN DE VS

Obama girls

Voor een speech van McCain in New York kan iedereen zo doorlopen, voor Obama staan ze vijf uur in de rij. ‘Dit is niet gewoon een leider, dit is een wereldleider!’

Het is negen uur ’s ochtends als een groep meisjes giechelend om een politieagent op een plein in Wilmington, Delaware, heen dartelt. De tieners proberen hem een Obama-button op te spelden. Hij wijst ze vriendelijk af, waarop de meiden prompt op zoek gaan of ze iemand anders van de beveiliging zo gek kunnen krijgen. Er zijn veel jonge meisjes – Obama girls noemen ze zichzelf – op de rally van de Democratische senator uit Illinois afgekomen; in vergelijking met de andere presidentskandidaten heeft Obama veruit de meeste sex-appeal. Eén van de meisjes wijst op haar T-shirt, waarop het hoofd van Obama is omringd door roze hartjes. ‘Ik ben echt verliefd op hem!’ zegt ze. Ze meent het.

Over vijf uur komt Barack Obama spreken en degenen die dat willen meemaken doen er goed aan ruim op tijd in de rij te gaan staan. Er worden achttienduizend mensen verwacht en aan scherpschutters op de daken is geen gebrek. Ik weet nog niet zeker of ik blij moet zijn dat ik zo vroeg uit bed ben gekomen om in een zwak winterzonnetje op iemand te wachten die misschien over een paar weken al weer uit de verkiezingsrace ligt. Samen met 25 andere studenten uit Nederland bezoek ik via campagnebureau bkb de primaries in de Verenigde Staten. Het is een zwaar programma; we doen er alles aan doen om de presidentskandidaten te zien te krijgen.

Het voordeel van vijf uur in de rij staan is dat het je de kans geeft met Amerikanen van gedachten te wisselen over de verkiezingen. Zo vertelt een enthousiaste Afro dat Obama een goeie kans maakt tegen de Republikeinen: ‘Waarom zou je nog op McCain stemmen als je zo’n lekker jong ding hebt als Obama? Excuse me, maar iedereen ziet toch dat McCain over een paar maanden in elkaar zakt? Ik stem niet op een opa!’

Een blonde vrouw begint over Hillary. ‘Clinton is beter in het debat, dat zien we allemaal, maar Obama is een betere speecher. Met wie moet je nog in debat als je de baas van de wereld bent? Dan hoef je alleen maar goed te kunnen speechen.’ Ik krijg het warm van al deze ingewikkelde logica en doe mijn jas uit. De rij op het plein van het provinciestadje wordt steeds langer. Het campagnelied van Obama, het nummer Think van Aretha Franklin, schalt tussen de hoge gebouwen_, ‘Freedom, Freedom, Oo-oh Freedom’_.

We worden gefouilleerd als we de hekken door willen om dicht bij het podium te staan. Tassen mogen sowieso niet mee. Een man voor me zegt dat als Obama de Democratische presidentskandidaat wordt hij dan waarschijnlijk 4 november niet eens haalt. ‘Goeie mensen worden in dit land vermoord’, fluistert hij ernstig. Eerder had ik van andere Amerikanen ook al zoiets gehoord. ‘Ik vind Obama de beste, maar ik stem niet op hem’, zei een taxichauffeur in Washington. ‘Ik wil zijn dood niet op mijn geweten hebben.’

Ik moet mijn schoenen uittrekken en een stukje filmen met mijn camera. Men wil er zeker van zijn dat het geen handgranaat is. Dat blijkt het niet te zijn, en even later sta ik twee meter van het podium in mijn handen te blazen. ‘Ik heb nog nooit een stemformulier gezien waarop niet Bush of Clinton stond’, zegt een man met een groot spandoek voor me, ‘daarom sta ik hier.’ ‘Nou, ik stem gewoon op z’n kleur’, antwoordt zijn donkere buurman. ‘Nu zijn wij aan de beurt.’ Ik sta op mijn tenen om zo goed mogelijk zicht te hebben op het podium. De muziek wordt harder, de borden met Change we can believe in gaan zwaaiend de lucht in. En eindelijk: daar is-ie dan. Strak in het pak, soepel bewegend en vol energie. De Obama girls vallen gezamenlijk in katzwijm, sommige toeschouwers scanderen zijn naam. En dan wordt het plots doodstil. Er hangt een magische stilte tussen de gebouwen als Obama begint te praten. Er vliegt een meeuw over het plein en het lijkt alsof die de enige is die zich nog durft te bewegen. Ik kijk naar een medestudent, die met een brok in zijn keel een foto probeert te maken.

Obama praat over zijn vrouw. Hoe slim, knap en mooi ze wel niet is. Daarna wordt hij serieus en vertelt hij waarom hij zich op zo’n relatief jonge leeftijd kandidaat heeft gesteld. Kon hij niet wachten? Nee, dat kon niet, want Amerika is in oorlog, heeft het economisch moeilijk en wordt gehaat door de rest van de wereld. ‘We can not afford to wait.’ Mensen juichen en roepen. ‘Dit is niet gewoon een leider’, schreeuwt iemand, ‘dit is een wereldleider!’ Een vrouw die naar voren schuift om hem na afloop nog een hand te geven, komt extatisch terug. ‘Wat een energie heeft die man, wat een optimisme straalt hij uit.’ Ook een paar medestudenten blijken stoned van een ontmoeting. Ik begrijp het niet zo goed en wring mezelf naar voren. Het lukt me net om de ranke vingers van Obama te pakken en even kijkt hij me aan. Hij schudt mijn hand, lacht en loopt weer door. Een vrouw naast me begint te huilen. Ze kust de Obama-buttons op haar T-shirt.

Huilende mensen zie ik twee dagen later niet bij McCain. Het is Super Tuesday en de Republikeinse presidentskandidaat houdt een speech op Rockefeller Plaza in New York. Anders dan in Delaware worden we nu niet gefouilleerd en kunnen we zo doorlopen. En ook al komen we maar een uur van tevoren aan, toch staan we vooraan. De Obama-buttons, die een van mijn medestudenten op haar jas heeft gespeld, worden niet gewaardeerd. ‘Obama is een Oreo-koekje: wit van binnen, zwart van buiten. Of een kokosnoot, kun je ook zeggen. Doe die dingen af hier.’ Iemand van de organisatie verdeelt het publiek over verschillende plekken. ‘Als je hier gaat staan, kom je op cnn. Je moet wel dit bord vasthouden.’ De organisator verdeelt de borden met Vets for McCain en Ladies love McCain.

Dan begint iedereen te juichen en verschijnt Giuliani. De Republikeinse ex-presidentskandidaat heeft na zijn Florida-debacle John McCain endorsed en staat nu vooraan om overal te verkondigen dat McCain de nieuwe Ronald Reagan is. Hij geeft even later de microfoon over aan de vrouw van McCain, die een praatje begint over de oorlog in Irak. Tuurlijk wil ook zij dat onze jongens naar huis komen, maar niet zonder duty, honour and victory. Achter haar staat Guiliani te ginnegappen met de stokoude moeder van McCain. Breed glimlachend stuurt Guiliani ook handkusjes naar iemand in het publiek.

Ik sta vooraan naast een fotograaf die tegen me aan begint te klagen. ‘Die McCain is echt een ramp om uit te lichten. Hij is zó bleek. Je ziet niet waar z’n witte haar begint en ophoudt.’ Ik begrijp wat de man bedoelt. McCain ziet eruit als een lijk. Hoewel hij goed kan speechen, oogt hij broos. Hij zegt dat hij een eind zal maken aan de radicale islam. Ook Osama bin Laden wordt van stal gehaald. McCain zal het evil bestrijden tot hij erbij neervalt. Onmiddellijk hierna wordt Johnny B Goode van Chuck Berry ingezet, dat ook bij de campagne van John Kerry werd gebruikt.

Als ik wegloop uit de menigte – Giuliani gaat uitgebreid met onze studenten op de foto – en een taxi neem naar het Empire State Building, zie ik een nog grotere groep journalisten en cameramensen. Zou Hillary hier zijn? Pas dan zie ik de honderden mensen in korte broek naar buiten komen. Het was de jaarlijkse hardloopwedstrijd in het Empire State Building. Wie is het eerst boven in de snelste tijd? De Turkse televisiezender trt heeft net een diepte-interview met de winnaar. Ach ja, ook voor zo’n event rukt veel pers uit.

Iris Koppe (1985) kreeg in 2004 de BNG Jonge Schrijversprijs. Vorig jaar verscheen haar debuutroman Rosiri bij De Bezige Bij