Amerika kiest Samenzweringsfantasieën zijn hot in de VS

Obama is moslim, Amerika gaat eraan

Politieke paranoia is een oude traditie in de Verenigde Staten. Alle psychologische kronkels, complottheorieën en woede van de Tea Party werden al een halve eeuw geleden nauwkeurig beschreven.

WAT TE maken van verkiezingen in de VS die worden beheerst door mensen die geloven dat hun president hen naar communistisch fascisme marcheert? Dat hun land via een vrijhandelsverdrag met Canada wordt uitgeleverd aan de wereldregering? Dat hun nieuwe zorgwet bedoeld is om hen via implantaten tot slaven van de overheid te maken? Het antwoord ligt niet in het bestuderen van dergelijke theorieën zelf, maar van de functie die ze hebben voor de aanhangers. Niemand deed dat beter dan de Amerikaanse historicus Richard Hofstadter.
‘De Amerikaanse politiek heeft vaak gediend als arena voor boze mensen. De laatste jaren hebben we hen vooral gezien op de extreme rechterflank, waar zij nu in de Tea Party-beweging hebben getoond hoeveel politieke impact de animositeiten en passies van een kleine minderheid kunnen hebben.’ Met die zinnen opent Hofstadter The Paranoid Style in American Politics, een der bekendste essays die ooit over de Amerikaanse politiek zijn verschenen.
Nou ja, het citaat is enigszins vervalst: het woord 'Tea Party’ is erin gezet om de zinnen naar het heden te transporteren. Hofstadter schreef zijn essay in de jaren zestig, toen de Amerikaanse politiek werd geteisterd door wild complotdenken over een socialistische overname van het land. Maar Hofstadter was niet zozeer geïnteresseerd in de samenzweringstheorieën van 1963 als wel in een onuitroeibaar politiek verschijnsel dat hij meende te hebben ontdekt. Juist zijn lange blik op de Amerikaanse politiek maakt dat zijn essay een halve eeuw later nog evenveel licht werpt op de beweging die de VS momenteel in zijn greep houdt en leest als het beste dat dit jaar over de Tea Party-beweging geschreven is.
Hofstadter interesseerde zich minder voor de concrete invloed van dergelijke bewegingen dan voor de 'mentale instelling’ erachter: 'Ik noem het de “paranoïde stijl”, omdat geen andere term even goed het gevoel van verhitte overdrijving oproept, de achterdocht en de samenzweringsfantasieën. Dat bedoel ik niet in klinische zin; het idee van een paranoïde stijl in de politiek zou weinig relevant zijn als het alleen toepasbaar was op mensen met ernstig gestoorde geesten. Het is juist het gebruik van paranoïde uitingswijzen door min of meer normale mensen waardoor het fenomeen significant wordt. De stijl heeft meer te maken met de wijze waarop ideeën worden geloofd dan met de waarheid of onwaarheid van hun inhoud.’
Om de stijl te illustreren, citeerde Hofstadter verontruste Amerikanen door de eeuwen heen. Senator Joseph McCarthy, de beruchte communistenjager, in 1951: 'Hoe kunnen we onze huidige situatie uitleggen als we niet geloven dat mannen hoog in deze regering samenspannen om ons tot rampspoed te brengen? Dit moet het product zijn van een samenzwering op een schaal die zo immens is dat zij elke soortgelijke onderneming in de geschiedenis van de mens nietig maakt.’ Een krant uit Texas in 1855: 'Het is een berucht feit dat de monarchen van Europa en de paus in Rome precies op dit moment onze vernietiging bekokstoven en onze politieke, civiele en religieuze instellingen met uitroeiing bedreigen.’ Een preek in Massachusetts in 1798: 'Geheime en systematische methoden zijn aangewend en nagestreefd, met ijver en energie, door slechte en gewiekste mannen. Deze goddeloze samenzweerders en filosofen hebben hun doeleinden al volledig bereikt in grote delen van Europa en zij scheppen op over het bereiken van hun plannen in alle delen van het christendom.’
Deze citaten gaven volgens Hofstadter de 'grondtoon van de paranoïde stijl’ weer. Hij zag die stijl in vele debatten in de Amerikaanse geschiedenis terug: in de negentiende eeuw onder meer in de slavernijkwestie, de anti-mormonenbeweging en de Populistenpartij, in de twintigste eeuw bijvoorbeeld rond de Amerikaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog en in de burgerrechtenbeweging: allemaal samenzweringen. Maar de mooiste voorbeelden, waarin de paranoïde stijl zich 'in volle en archetypische luister’ openbaarde, waren voor hem de antivrijmetselaarsbeweging en de anti-jezuïetenbeweging.
Wie wil weten waar de meer historisch ingestelde leden van de Tea Party-beweging hun inspiratie opdoen, krijgt vooral in Hofstadters passages over de vrijmetselaars veel antwoorden. Hun wereldwijde complot begon volgens alarmisten met geheime plannen van de Illuminati, een Beiers filosofisch genootschap. Amerikaanse kerken sidderden rond 1800 voor hun invloed. Die angst werd flink uitvergroot in de nationale vrijmetselaarsangst rond 1830, een angst die ook een stem kreeg in Washington. 'De beweging kreeg steun van verschillende staatsmannen van naam die enkel milde sympathie hadden met haar fundamentele ideeën, maar die haar als politici niet konden negeren’, schrijft Hofstadter in een passage die integraal op de Tea Party en de Republikeinse Partij kan worden geplaatst.
Wat de antivrijmetselaarsbeweging nu zo paranoïde maakte, was niet het idee dat loges misschien een slecht idee waren, stelt Hofstadter, maar de wijze waarop de bezwaren werden ingekleed. 'Vrijmetselarij is niet enkel het meest weerzinwekkende maar ook de gevaarlijkste institutie die ooit aan de mens is opgelegd… Zij mag werkelijk het meesterwerk van de hel worden genoemd’, aldus een standaardwerk uit die tijd.

HET HISTORISCHE DEEL van The Paranoid Style in American Politics is nu vooral vermakelijk om te lezen. Hier en daar staan al passages die de huidige situatie in de Amerikaanse politiek precies lijken te beschrijven. Maar pas als Hofstadter algemene lessen gaat trekken uit zijn studie en die vertaalt naar 'de moderne rechtervleugel’, begint het essay te lijken op een tekst over wat er nu in de VS gebeurt.
'Woordvoerders van vroege [paranoïde] bewegingen hadden het gevoel dat zij voor zaken stonden die Amerika nog steeds bezat’, schrijft Hofstadter. Maar nu voelen radicalen zich 'onteigend’: 'Oude Amerikaanse waarden zijn weggevreten door kosmopolieten en intellectuelen, het competitieve kapitalisme is ondermijnd, de nationale veiligheid is ondergraven, en de krachtigste uitvoerders van deze plannen zijn niet meer de buitenlanders van vroeger, maar belangrijke Amerikaanse politici. Haar voorlopers hadden samenzweringen ontdekt; modern radicaal-rechts ziet verraad van bovenaf.’
De opkomst van massamedia heeft dit proces volgens Hofstadter in de hand gewerkt. De vijanden zijn niet meer vaag omschreven grootheden als 'de vrijmetselarij’, maar precies genoemde en 'ontmaskerde’ politici. Nu zou je eraan toevoegen dat ook de nieuwe media de verspreiding van dergelijke theorieën enorm stimuleren. Ook een andere trend is versterkt: Hofstadter schrijft dat de toename van de Amerikaanse macht en bemoeienis in de wereld de paranoïde fantasie sterk heeft aangewakkerd. Dat is sindsdien, met oorlogen in Vietnam, Irak en Afghanistan alleen maar meer geworden.
Het fenomeen van de samenzwering was al in Hofstadters tijd zo standaard geworden in de Amerikaanse samenleving dat Hofstadter algemene regels kon opstellen: 1. Er is een samenzwering die al minstens een generatie omspant en die de overheid de macht wil geven over de economie. 2. De top van de Amerikaanse overheid is geïnfiltreerd door mensen die Amerikaanse belangen verkwanselen. 3. Zij sturen een nationaal netwerk van vijandige agenten aan en worden gedekt door de massamedia.
Voor de ontdekker van deze samenzwering, de 'paranoïde woordvoerder’, gelden ook algemene regels. Hij beschrijft de samenzwering in apocalyptische termen: het gaat om de dood of geboorte van hele werelden of politieke systemen, om het behoud van de beschaving, en het totalitaire plan is bíjna voltooid. Omdat de vijand het Kwaad belichaamt is elk compromis uitgesloten; het einddoel is de totale overwinning. Dit leidt tot de formulering van onmogelijke doelstellingen, die voortdurend het gevoel van frustratie verhogen bij de 'paranoïde woordvoerder’ als hij ze dan niet kan realiseren.
En uiteindelijk legt de paranoïde woordvoerder een 'bijna aandoenlijke zorg om feitelijkheid’ aan de dag bij zijn pogingen te bewijzen dat 'het ongelooflijke het enige is dat nog kan worden geloofd’, aldus Hofstadter. Er wordt een enorme berg hele en halve waarheden plus verzinsels en fantasieën aangelegd, die vervolgens worden omhuld met het betonnen afgietsel van onwrikbare zekerheid. Zoals in een tekst van de machtige voorman van de John Birch Society in de jaren vijftig, die de Amerikaanse minister John Foster Dulles had 'ontmaskerd’ als communistische agent. Deze conclusie was 'gebaseerd op een accumulatie van gedetailleerd bewijs dat zo overvloedig en zo tastbaar was, dat het deze overtuiging voorbij elke redelijke twijfel lijkt te zetten’. Nu heeft 'bewijs’ een andere rol voor de paranoïde dan voor andere mensen. Hofstadter: 'Bij de paranoïde lijkt het minder een middel om een normaal politiek meningsverschil in te treden, dan een middel om de profane inbreuk door de ongelovige politieke wereld af te wenden.’

DIT ALLES IS anno 2010 zozeer van toepassing op de Amerikaanse politiek, dat The Paranoid Style in American Politics leest als een handleiding bij de centrale ideeën en figuren van de Tea Party-beweging. Maakt dat de Tea Party inderdaad paranoïde? 'Ja, absoluut’, zegt Jerrold Post, hoogleraar politieke psychologie aan George Washington University en auteur van Political Paranoia: The Psychopolitics of Hatred. 'De Tea Party is een schoolvoorbeeld van de stijl en mindset die Hofstadter beschreef.’
Hofstadters aspecten van de paranoïde stijl komen dan ook allemaal terug in de Tea Party: het gevoel dat het echte Amerika is vernietigd door een cynische, machtige en anti-Amerikaanse kliek binnen de eigen regering, de vernietiging van 'echt kapitalisme’ ten koste van een grote overheid, de langlopende samenzwering, het apocalyptische gevoel van urgent gevaar en de strijd voor de laatste strohalm van hoop, de berg loshangende feiten die in stelling worden gebracht, de voorliefde voor absurde overdrijving.
Neem Glenn Beck, de volksmenner van Fox News. Voor wie het ontgaan is: deze mormoonse bekeerling kan de rechts-populistische golf in de VS voor een belangrijk deel op zijn naam schrijven. Beck heeft een radioprogramma waar dagelijks tweeënhalf miljoen Amerikanen naar luisteren, die zich laten opzwepen door zijn eindeloze tirades tegen de overheid, de Democraten in het algemeen en Obama in het bijzonder. Becks stijl is zonder enige twijfel een exponent van de historische paranoia zoals Hofstadter die identificeert: hij heeft een voorliefde voor emotionele uitbarstingen, apocalyptische scenario’s en complotdenken. Na Obama’s verkiezing claimde Beck jarenlang dat een progressieve kliek, geleid door deze stroman, de VS naar socialisme leidde - tot hij in april 2009 in dramatische termen zijn 'misstap’ bekende: socialisme was niet het einddoel van deze samenzwering, hij zag nu in dat de VS al decennialang op een pad zijn gezet naar fascisme. Overal bewijzen, zoals de 'fasces’ op het Amerikaanse dubbeltje. 'Wie introduceerde het dubbeltje? Het was in 1916 - Woodrow Wilson was de president’, aldus Beck, die concludeerde: 'We zitten al lang op het pad naar fascisme.’
Een centraal verhaal heeft Beck niet, zijn theorieën verschillen per aflevering. Maar zijn brouwsel van de dag bevat doorgaans verscheidene rechts-radicale standaardingrediënten: de Amerikaanse centrale bank, de Raad voor Buitenlandse Betrekkingen, de Verenigde Naties. Illustratief is Becks recente flirt met de John Birch Society, een groepering die in de jaren vijftig een geschatte honderdduizend leden had, en wier leider niet alleen ministers maar ook Eisenhower en Kennedy 'ontmaskerde’ als communistische agenten, en die verder claimde dat 'de communisten regimenten Pavlov-mannen aan het vervaardigen waren wier geesten tot directe actie konden worden aangezet door hun meesters’. (Wellicht overbodig om te zeggen, bevonden die Pavlov-mannen zich tot in de hoogste kringen van de overheid.)
Beck is bepaald niet de enige in de Tea Party-beweging met paranoïde aanleg. Zo ziet zijn collega-radiopresentator Rush Limbaugh - ook geen marginale figuur gerekend naar bereik en invloed - steevast een slordige 'gazillion reasons’ waarom een willekeurig deel van Obama’s beleid gelijk kan worden gesteld aan dat van het Derde Rijk. Zijn stellige overtuiging: de Democraten veroorzaakten de financiële crisis om stroman Obama verkozen te krijgen. Zijn verdere vermoedens behelzen dat de milieubeweging BP’s olieplatform Deep Water Horizon heeft opgeblazen en dat de varkensgriep door wetenschappers is ontworpen om alle Amerikanen een serum te kunnen inspuiten dat hen willoze volgelingen van de overheid maakt.
Het lijstje valt aan te vullen met Tea Party-figuren en -ideeën: Sarah Palin, met haar 'jury’s des doods’ die onderdeel zouden zijn van Obama’s zorgplan, Ron Paul en zijn waarschuwingen voor een wereldregering, Joseph Farah en zijn tirades rond de 'binnenlandse legers’ van vrijwilligersdienst AmeriCorps. Dit zou allemaal in de hoek 'curiosa’ terecht kunnen, ware het niet dat deze lunatic fringe (de term stamt al van een eeuw terug) grote invloed heeft op de politieke agenda in Washington, op de machtsverhoudingen in het Congres en op de toekomst van de Republikeinse Partij. Velen in de Tea Party-beweging zullen de bizarste samenzweringen links laten liggen, maar onderschrijven wel het algemene wantrouwen en de basis van het paranoïde wereldbeeld dat door Beck, Limbaugh en anderen wordt gearticuleerd. Zoals uitgebreid de pers haalde, gelooft een op de vijf Amerikanen dat president Obama heimelijk een moslim is. Een even groot deel van de bevolking betwijfelt of hij wel in de VS geboren is. Dat zien we op 2 november terug in de stembus.
Wat deze golf van politieke paranoia voor impact heeft op de tastbare politiek kan een groeiend aantal Republikeinse oudgedienden vertellen. Zoals afgevaardigde voor South Carolina Bob Inglis, die in juni de voorverkiezingen van zijn partij verloor van een Tea Party-kandidaat. Tot zijn verbazing kwam Inglis steeds meer stemmers tegen die meenden dat cijfers op hun zorgpas betekenden dat zij bij hun geboorte door geheime banken waren gekocht, en soortgelijke waanideeën. 'En daarna ging het natuurlijk over de centrale bank en de Bilderberg Groep en al die onzin’, zei hij over de campagne tegen The New Yorker.
Tegen het tijdschrift Mother Jones beschreef hij een ontmoeting met ontevreden campagnesponsors die hem bij vorige verkiezingen hadden gesteund: 'Na zo'n negentig minuten zeggen ze: “Bob, hoe kan het nou dat je het niet snapt? Barack Obama is een socialistische, communistische marxist die de Amerikaanse economie wil vernietigen zodat hij dictator kan worden. En hij wil de grens met Mexico opengooien en de VS een moslimland maken.”’ Inglis ging desondanks tegen de Tea Party tekeer en werd weggevaagd door zijn uitdager, die bijna driekwart van de stemmen kreeg. Voor de toekomst heeft de Tea Party niet alleen een strijd gepland om Inglis’ kiesdistrict, maar om de macht in de Republikeinse Partij.
Nu de Tea Party is uitgegroeid tot zo'n grote politieke kracht is de strijd om het leiderschap in volle gang - Sarah Palin, Ron Paul en voormalig presidentskandidaat Mike Huckabee hebben zich nadrukkelijk gemeld. Maar zo'n leider zal de beweging scheuren, denkt hoogleraar Post: 'Het paranoïde karakter van de beweging maakt juist dat de leden over niets zo achterdochtig zijn als dat ze worden misbruikt voor iemands eigen doeleinden’, zegt hij in een telefonisch gesprek. Daarbij is een paranoïde beweging ook niet op zoek naar verlossing. Post: 'Er zijn verschillende psychologische factoren die maken dat zo'n beweging voor mensen waardevol wordt. Het gevoel van importantie om tegen een machtige samenzwering te strijden, het groepsgevoel binnen de paranoïde beweging, het schuld kunnen aanwijzen voor alles wat misgaat, het gezamenlijke extremisme van verder normale en gematigde mensen.’
Ook Hofstadter zelf geloofde niet dat de paranoïde stijl met politieke middelen kon worden opgelost: 'Mijn studie over een lange tijdsspanne maakt dat ik me durf te wagen aan het vermoeden dat de neiging om de wereld op deze manier te bezien een blijvend psychisch fenomeen is, dat min of meer constant een bescheiden minderheid van de bevolking raakt.’
In debat gaan met deze paranoïde beweging of de beschuldigingen ontkrachten heeft ook al geen zin, zoals Hofstadter al concludeerde. Illustratief is hoe de nationale rampendienst Fema zich heeft neergelegd bij de wijdverbreide complottheorieën die bestaan over de concentratiekampen die zij met patriottische Amerikanen volstopt. Een intern memo van de dienst: 'De meeste mensen kennen ons als een agentschap dat op natuurrampen reageert. Anderen geloven dat we een sinistere rol hebben. Bij de laatsten is het onrealistisch om te verwachten hen te overtuigen van het tegendeel. Het is aan te raden niet in debat te gaan.’


Terug naar de jaren vijftig
De hoogtijdagen van de Koude Oorlog zijn weer urgent in de VS, omdat voormannen van de Tea Party-beweging steeds nadrukkelijker teruggrijpen op allerhande paranoïde epistels die destijds zijn aangelegd over de scheiding van kerk en staat als goddeloze samenzwering, de ‘werkelijke’ bedoeling van de Founding Fathers, en de overname van de overheid door een sinistere groep socialisten en bankiers. De analyse van de ‘paranoïde stijl’ door Richard Hofstadter, in de jaren zestig, is weer uiterst actueel. Een andere wetenschappelijke term die centraal staat in het debat rond de Tea Party is ‘epistemic closure’ (‘epistemologische afsluiting’) of ‘epistemologische logica’: kennis waarvan je weet dat die waar is, omdat die aansluit bij andere dingen die je zeker weet. Iemand die op zo’n ‘epistemologische’ manier redeneert, kan zijn eigen fantasieën ‘bewijzen’ door naar andere fantasieën te wijzen. De term is door conservatieve Republikeinen zelf ingebracht om de afgesloten psyche te beschrijven van Tea Party-aanhangers, die schijnbaar immuun zijn voor rationele argumenten tegen hun wilde overtuigingen.