Nieuwe soldaten naar Afghanistan

‘Obama moet een tweede front openen’

Barack Obama stuurt zeventienduizend extra troepen naar ‘de goede oorlog’ in Afghanistan. Of het zal helpen? Defensiedeskundige Rob de Wijk is bezorgd. ‘Dit is zo’n beetje de gevaarlijkste situatie ter wereld.’

TERRORISME IS NIET MEER de belangrijkste dreiging voor de Verenigde Staten, zei de nieuwe chef van de nationale inlichtingendiensten Dennis Blair vorige week. Het is de mondiale economische crisis die ertoe kan leiden dat regeringen vallen en vluchtelingengolven op gang komen. En, zei de machtigste inlichtingenchef ter wereld, de crisis ‘kan het vermogen van Amerika’s bondgenoten ondermijnen om ons te helpen in Afghanistan’.
Dat laatste is nu gebeurd. Op de informele bijeenkomst van Navo-defensieministers in het Poolse Krakau vroegen de Verenigde Staten hun 26 medelidstaten om grote hoeveelheden extra troepen voor Afghanistan. Ze kregen er slechts een paar honderd. De animo om militairen naar Afghanistan te sturen was al niet groot, met de economische malaise is hij tot een nulpunt gedaald. De Amerikanen konden weinig anders doen dan zelf de kar gaan trekken van wat in Washington ‘de goede oorlog’ is gaan heten. Aan ‘de foute oorlog’ in Irak zal zo snel mogelijk een einde worden gemaakt. Inmiddels gaf president Obama toestemming voor de inscheping van zeventienduizend man ten behoeve van de goede oorlog. Daarmee komt het totale aantal Amerikaanse militairen in Afghanistan op 55.000, naast de dertigduizend van de overige landen.
Afghanistan wordt dus een Amerikaans feestje. Of nou ja, feestje? Veel valt er op dit moment niet te vieren. De Talibanopstand heeft zich over vrijwel het gehele land verspreid. Talibanstrijders plegen aanvallen tot in de hoofdstad en hebben schaduwregeringen opgezet in de provincies. Steeds vaker wenden inwoners uit het zuiden en het oosten zich tot Talibancommandanten om hun recht te halen door middel van een primitieve vorm van sharia met verminking, steniging en ophanging als in het oog lopende straffen. In de chaos en wetteloosheid die Afghanistan nu al jaren teisteren zijn dat uiterst effectieve, en volgens steeds meer Afghanen ook noodzakelijke maatregelen. De overheid, aangestuurd door de regering van Hamid Karzai in Kabul, faalt in het bieden van veiligheid, rechtvaardigheid en goed bestuur. Dankzij de opiumhandel teistert corruptie alle bestuurlijke niveaus, en de politie, die grotendeels uit boeven bestaat, is ondanks westerse training geen partij voor de Taliban.
Het is dus mis met Afghanistan en wat de bevolking betreft kan Grote Bondgenoot Amerika geen uitkomst meer bieden, zo blijkt uit een opiniepeiling door ABC News, de BBC en de Duitse omroep ARD onder vijftienhonderd Afghanen afkomstig uit alle 34 provincies. In vergelijking met 2006 (toen de Talibanopstand voor het eerst krachtig werd) daalde niet alleen de steun voor het regime-Karzai dramatisch, maar ook die voor de VS en Isaf, de veiligheidsmacht van de Navo. Minder dan de helft van de ondervraagden denkt gunstig over hen. Een kwart vindt aanvallen op Amerikanen en Navo-troepen, waaronder de Nederlanders in Uruzgan en Kandahar, gerechtvaardigd.
‘Wij hebben het voorspeld, net als Dennis Blair’, zegt defensiedeskundige Rob de Wijk, directeur van The Hague Center for Strategic Studies. ‘De kredietcrisis raast voort en dus stellen veel landen hun defensiebudgetten naar beneden bij. Nu staan de Amerikanen er vrijwel alleen voor.’ Volgens De Wijk wordt momenteel grote druk uitgeoefend op Nederland om militair actief te blijven in Afghanistan. Opvallend genoeg gebeurt dat vooral door de landen die naast de Amerikanen troepen leveren in het gevaarlijke zuiden van Afghanistan, zoals Canada. Door de contacten die De Wijk in die landen heeft, wordt op hem ‘ingebeukt’, zegt hij: ‘Het wordt van groot belang geacht dat we blijven.’ De Nederlandse missie in Uruzgan eindigt in 2010 en is al eens verlengd. De laatste weken ontstond onduidelijkheid over de hardheid van de toezegging dat Nederland zou weggaan uit Afghanistan. Volgens Rob de Wijk is hoe dan ook duidelijk dat Nederland niet op dezelfde voet kan doorgaan als nu. ‘De krijgsmacht is overbelast. Nederland houdt dit simpelweg niet vol.’

VORIGE WEEK maakten de Verenigde Naties bekend dat nooit eerder sinds het verdrijven van de Taliban in 2002 zoveel burgerdoden vielen als vorig jaar. Van de ruim tweeduizend vermoorde burgers kwam 55 procent voor rekening van de Taliban. 39 procent (828 doden) is op het conto te schrijven van de Afghaanse veiligheidstroepen, de Amerikanen en de Navo. Volgens de VN zijn het vooral de luchtaanvallen die onschuldige doden veroorzaken. Uit de ABC/BBC/ARD-enquête bleek al dat 77 procent van de bevolking de burgerslachtoffers onacceptabel vindt.
Al jaren geleden was duidelijk dat burgerslachtoffers funest zijn voor de inspanningen van de Amerikanen en de Navo. De woede daarover is de belangrijkste reden voor de toegenomen vijandigheid jegens de westerse troepen. Zonder de steun van de bevolking is hun aanwezigheid zinloos. Rob de Wijk: ‘Talibanstrijders zien er vrijwel hetzelfde uit als non-combattanten. Ze begeven zich expres onder de bevolking. Ze hebben er belang bij dat er burgerdoden op het conto van de Navo en de VS worden geschreven.’ Volgens De Wijk zijn het inderdaad luchtaanvallen die in deze omstandigheden het probleem vormen. Hoe precies de bommen volgens militairen ook zijn, als je burgers voor strijders aanziet, gaat het mis. ‘Hoe meer troepen je op de grond hebt, hoe minder luchtsteun je zult hoeven inroepen. De komst van de Amerikanen zou dus een positief effect kunnen hebben.’
Maar dan moeten de troepen wel zodanig worden ingezet dat ze maximaal rekening houden met de bevolking. Maandag gaven de VS toe opnieuw burgers te hebben gedood bij een luchtaanval. Aanvankelijk meldden ze vijftien opstandelingen te hebben gedood, maar volgens de dorpelingen bevonden zich zes vrouwen en twee kinderen tussen de doden. De Amerikanen stuurden een generaal naar het getroffen dorp. Zijn team heeft nu geconcludeerd dat slechts drie militanten werden gedood en dertien burgers.
Bij het vasthouden van terrein kunnen de zeventienduizend Amerikanen in elk geval wel een rol spelen. ‘Nu moet steeds gebied worden prijsgegeven als het is gezuiverd’, zegt De Wijk, een probleem waarmee ook de Nederlanders kampen. ‘Dat is dweilen met de kraan open.’ De westerse troepen kunnen op dit moment sowieso elke steun gebruiken, want er zijn angstaanjagende ontwikkelingen gaande. De Taliban richten zich steeds vaker, met groot succes, op de aanvoerroutes. Zowel binnen Afghanistan als over de grens met Pakistan, waar de meeste voorraden vandaan komen, vervoerd in kwetsbare jingle trucks over makkelijk afsluitbare en hinderlaaggevoelige bergpassen. ‘Dit toont aan dat de Taliban strategisch zijn gaan denken. Je ziet het ook aan andere operaties. Ze worden steeds effectiever met weinig troepen, nemen steeds vaker het initiatief. Dat is heel ernstig. Het betekent dat ze aan het winnen zijn.’ De Russen maken nu gebruik van de kwetsbaarheid van de Amerikanen en de Navo. Na toezegging van Russische miljardenleningen heeft Kirchizië aangekondigd zijn luchtmachtbasis Manas niet langer open te stellen. ‘Rusland bood binnen 24 uur een andere basis aan. Ze willen de Amerikanen en de Navo van hen afhankelijk maken.’

DE WIJK schreef mee aan Saving Afghanistan uit januari 2008, een in alarmerende rapportage van de Strategic Advisors Group, ingesteld door de Atlantische Raad, de ruggengraat van de Navo. De Strategic Advisors Group, bestaande uit Amerikaanse en Europese defensieanalisten, werd voorgezeten door James Jones, de huidige nationale veiligheidsadviseur van president Obama, die Afghanistan tot belangrijkste prioriteit heeft gemaakt. Dat rapport is de basis voor het huidige Amerikaanse Afghanistanbeleid. ‘Vergis u niet, de internationale gemeenschap is niet aan het winnen in Afghanistan’, meldt het. ‘Tenzij deze werkelijkheid onder ogen wordt gezien en actie wordt ondernomen, ziet de toekomst van Afghanistan er akelig uit, met alle regionale en mondiale gevolgen van dien.’
In Saving Afghanistan wordt naast de gewapende strijd tegen de Taliban nadrukkelijk de ‘hervorming van de civiele sector’ gezet, die met kracht ter hand dient te worden genomen. Aangezien de oorlog geen winnaar zal opleveren, moet de overwinning komen door de Afghaanse burger een goed geoutilleerde republiek te bieden, zonder opium, zonder honger en corruptie, met een goed functionerende gezondheidszorg en betrouwbare overheidsdiensten.
Voor De Wijk heeft op dit moment echter de slag om de veiligheid voorrang. Hij heeft zich steeds verzet tegen het idee van een ‘opbouwmissie’, die hij ‘een vorm van gewapende ontwikkelingshulp’ noemt. Daarbij zijn hulpverlening en militair optreden onderdelen van dezelfde operatie. Onvermijdelijk gaan de twee door elkaar heen lopen, zoals in Uruzgan. En dat kan volgens Rob de Wijk niet de bedoeling zijn: ‘Deze missie is een extreme vorm van voorwaartse verdediging, want we kunnen niet toestaan dat in Afghanistan aanvallen op het Westen worden voorbereid. Het is een misverstand te denken dat onze interventie de ontwikkeling ten doel had. Het gaat om de veiligheid. Je moet ervoor zorgen dat de veiligheid door de Afghanen zelf kan worden gewaarborgd, en dan moet je maken dat je wegkomt.’
Het grootste gevaar wordt op dit moment gevormd door Pakistan. Zolang de Taliban ongestoord manschappen en voorraden kunnen aanvoeren vanuit de tribale gebieden bevolkt door hun stamgenoten aan de andere kant van de grens kunnen zij nooit verslagen worden. De Wijk, met spijt in zijn stem: ‘Ik heb er nog eens goed naar gekeken, en het is een ellendige constatering, maar Obama ontkomt er echt niet aan om een tweede front te openen in Pakistan.’ Het extremisme in Pakistan wordt steeds sterker. Afgelopen week werd bekend dat de stamoudsten in de Swatvallei, waar Pakistaanse bondgenoten van de Taliban al maanden in hevige gevechten zijn verwikkeld met Pakistaanse grenstroepen, het op een akkoordje hebben gegooid met de extremisten. ‘Ik dacht even dat die tribale leiders de Taliban eruit zouden gooien, maar ook dat werkt blijkbaar niet.’
De Wijk sprak met vele Pakistanen over de mogelijkheid van een openlijke Amerikaanse aanval: ‘De meesten van hen hebben schoon genoeg van de extremisten, maar ook van de Amerikanen. Het zou heel goed kunnen dat er een grote opstand uitbreekt als de Amerikanen aanvallen. Dan hebben we een enorm probleem, want Pakistan heeft kernwapens en niemand weet hoe veilig die dingen zijn.’ Waarschijnlijk wordt het atoomgeheim beheerd door de Pakistaanse generale staf en kan buiten de hoogste militair van het land niemand de wapens activeren, maar zeker is dat niet. Er wordt de laatste tijd druk over gedebatteerd in kringen van defensieanalisten. ‘Dit zijn echt grotemensenproblemen, hoor’, zegt De Wijk. ‘Het is zo’n beetje de gevaarlijkste situatie ter wereld.’

links:

VN-rapport over burgerdoden in Afghanistan

Rapport ‘Saving Afghanistan’ (eind januari 2008), Strategic Advisors Group van de Atlantic Council.