Economie

Obama’s gelijk

Maandag 4 mei berichtte de Financial Times dat Obama de aanval inzet op Amerikaanse ondernemingen die belastingparadijzen gebruiken om hun winsten buiten het bereik van de fiscus te houden. Het zou gaan om 210 miljard dollar in tien jaar. Obama noemde de Kaaiman eilanden, Bermuda, Ierland en Nederland. In deze roversnesten wordt meer dan een derde van de buitenlandse winsten van Amerikaanse multinationals opgegeven, waar ze een gemiddeld tarief over betalen van 2,3 procent. De Nederlandse reactie was voorspelbaar: Bos en De Jager toonden zich onaangenaam verrast, meenden dat Nederland abusievelijk op de lijst was beland en drongen er bij Amerika op aan dat Nederland van de lijst zou worden verwijderd. Volgens Nederlandse kranten is dat gelukt. Niet echt verassend als je bedenkt dat Nederland een belangrijke bondgenoot is en bovendien op het punt staat voor miljarden aan Amerikaanse straaljagers te kopen.
Toch heeft Obama het bij het rechte eind en is de verbazing van Bos en De Jager op z’n best onnozel en op z’n slechtst hypocriet. De Jager stelde in de Financial Times dat Nederland een ‘normaal’ winstbelastingtarief kent van 25,5 procent en dat Amerikaanse multinationals zich vooral in Nederland vestigen om de Europese markt te betreden. Twee halve leugens in één zin. Ten eerste verzwijgt De Jager dat Nederland ook een geliefd oord is voor ‘brievenbusmaatschappijen’ en ‘trustkantoren’. Obama verwees naar een adres op Bermuda waar meer dan achttienduizend Amerikaanse ondernemingen zijn gevestigd: ‘Either this is the biggest building in the world or it is the biggest tax scam in the world. I think the American people know which it is.’ Dat had net zo goed over Nederland kunnen gaan. Ook in Amsterdam zijn adressen waar duizenden brievenbusmaatschappijen zijn gevestigd. Volgens recente cijfers zijn hier 141 trustkantoren actief die de fiscale belangen behartigen van ongeveer twintigduizend brievenbusmaatschappijen, merendeels van bekende multinationals als General Motors, Ford en Chrysler, maar ook de Rolling Stones en U2 hebben er een. Dit levert de schatkist het lieve sommetje van 1,3 miljard euro aan belastinginkomsten op en biedt aan ongeveer drieduizend mensen hoogwaardig juridisch werk.
Ten tweede heeft dit met toegang tot de Europese markt weinig te maken, met belastingontduiking des te meer. Het succes van de Nederlandse trustindustrie staat of valt namelijk met een uitzonderlijk laag reëel winstbelastingtarief, wat iets anders is dan De Jagers nominale tarief. Door het grote aantal bilaterale belastingverdragen is een vestiging in Nederland een probaat middel geworden tegen dubbele winstheffingen. Bovendien biedt de Nederlandse fiscus multinationals de mogelijkheid om vooraf afspraken te maken over de omvang van de belastbare winst en de hoogte van de verliezen en afschrijvingen die daarop in mindering mogen worden gebracht. Ook dat is uniek. Tenslotte kent Nederland geen belasting op vermogensaanwas en een uitzonderlijk lage dividendbelasting. Het gevolg is dat Nederland voor multinationals een geliefde locatie is geworden om hun buitenlandse winsten en verliezen te verevenen en hun fiscale druk te minimaliseren. De Amerikanen ramen dat reële tarief op ongeveer een tiende van het nominale tarief waarmee De Jager schermt.
Deels is dit een historische erfenis; de Nederlandse economie is altijd open geweest en Nederlandse bedrijven zijn altijd internationaal actief geweest, wat heeft geresulteerd in een groot aantal bilaterale belastingverdragen om dubbele heffingen te voorkomen. Maar sinds een aantal jaren is fiscale concurrentie een belangrijke pijler geworden onder de economische strategie van staat en juridische en financiële industrie. Advocatenkantoren, accountants, banken – ze verdienen goudgeld aan het opzetten en beheren van brievenbusmaatschappijen, zijn goed georganiseerd en vinden bij EZ en Financiën al jaren een willig oor voor hun wensen en vrezen, al was het maar vanwege de belastingopbrengsten, waarbij de paar miljoen die De Jager particuliere belastingontduikers heeft weten te onttroggelen verbleken. Typerend is de manier waarop Nederland wordt aangeprezen op de website van het Holland Financial Center, het publiek-private koffiehuis van bankiers en verzekeraars dat het verlies van ABN Amro moet doen vergeten. Onder ‘taxes’ wordt het ‘favourable fiscal climate’ van Nederland geroemd en wordt verwezen naar onderzoek van KPMG dat Nederland op de tweede plek van fiscaal aantrekkelijke landen zet, achter Mexico maar voor Canada, Australië, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Geen tot weinig belasting voor niet-ingezetenen en een welbewust beleid van fiscale concurrentie om buitenlandse kapitaalstromen actief naar de eigen jurisdictie te leiden om er zelf beter van te worden – Nederland voldoet tot achter de komma aan de definitie van een belastingparadijs van de OESO. Niet voor particulieren, zoals iedere Nederlander uit eigen ervaring weet, maar wel voor multinationals. Dat is Obama’s gelijk.