HET MIDDEN-OOSTENBELEID VAN DE REGERING-OBAMA

Obama’s Israël

Welke Obama is de echte? De pro-Israëlische van de verkiezingen of de president die Israël onder druk wil zetten? Gezant George Mitchell weet het antwoord.

‘IK ZAL EEN STANDVASTIGE betrokkenheid met Israëls veiligheid meenemen naar het Witte Huis. Ik zal ervoor zorgen dat Israël zich tegen elke dreiging kan verdedigen – van Gaza tot Teheran.’ Deze woorden sprak presidentskandidaat Barack Obama vorig jaar april op een bijeenkomst van AIPAC, het American Israel Public Affairs Committee: de befaamde Amerikaanse Israëllobby.
Acht maanden later begon Israël zijn drie weken durende aanvallen op de dichtbevolkte Gazastrook, om Hamas mores te leren, dat raketten en mortieren afschoot op Zuid-Israël. Volgens het Palestijnse ministerie van Gezondheid vielen er 1300 doden: 900 burgers, van wie 410 kinderen. De AIPAC-toespraak klonk niet als de toespraak van iemand die bereid is naar beide partijen in het conflict te luisteren, zoals Obama, inmiddels president, tot vervelens toe naar voren bracht tijdens een interview op satelietzender al-Arabiya vorige week.
Volgens Stephen Zunes móest Obama zich tijdens de verkiezingscampagne wel pro-Israëlisch opstellen. Als zoon van een islamitische vader is hij volgens de sharia automatisch moslim, ook al praktiseert hij de religie niet. ‘Dat maakte hem verdacht bij een deel van het electoraat. Stel je voor dat hij ook nog eens kritiek op Israël zou hebben.’ Zunes is hoogleraar internationale betrekkingen en Midden-Oostenspecialist aan de universiteit van San Francisco. Hij noemt zichzelf left leaning en wil ‘héél graag’ dat president Obama het roer omgooit in het Midden-Oosten.
Stephen Zunes: ‘Er zijn altijd sterke krachten in de Verenigde Staten geweest die zich verzetten tegen een vredesregeling. Een belegerd Israël is een gewilligere bondgenoot – en we hebben Israël hard nodig in het Midden-Oosten. Bovendien kunnen we onze wapens nu verkopen aan beide partijen. Stel je voor dat het vrede zou zijn, dan zouden Israëlische technologie en Arabische oliedollars samenkomen. Dat was het schrikbeeld van eerdere Amerikaanse regeringen.’ Maar volgens Zunes is de situatie veranderd. Het Amerikaanse militaire establishment is zich er steeds meer van bewust dat het geweld in de Palestijnse gebieden het moslimextremisme aanwakkert. ‘James Jones, Obama’s nationale veiligheidsadviseur, komt uit die school. Ik denk dat hij voor vrede is, net als president Obama.’
Barack Obama’s opstelling jegens Hamas wordt de eerste test voor zijn Midden-Oostenbeleid. De aanval op Gaza heeft een paradoxaal neveneffect gehad – en de vraag is of Israël dat heeft beoogd: het einde van het isolement van Hamas is ingeluid. De VS en de EU beschouwen Hamas officieel als een terroristische organisatie en steunen nog altijd de Israëlische boycot, maar nu het stof is neergedaald, klinkt ook een pragmatischer geluid. Om tot vrede te komen in de vorm van een tweestatenoplossing, waarbij de Palestijnen hun staat zouden uitroepen in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever, zal ook met Hamas gepraat moeten worden in plaats van alleen met de Palestijnse president Abbas.
Mahmoud Abbas is PLO-voorzitter en leider van Fatah, de grootste, rijkste en machtigste factie binnen die organisatie. Fatah is door Hamas in 2007 na dagenlange straatgevechten uit de Gazastrook gegooid en controleert nu alleen nog de Westelijke Jordaanoever. Hamas heerst in Gaza, is in 2006 gekozen bij de eerlijkste verkiezingen die een Arabische natie ooit beleefde en wordt gesteund door minstens een derde van de Palestijnen. Allemaal redenen waarom steeds meer analisten menen dat samenwerking met Hamas onontbeerlijk is voor een duurzame vrede. Het uitgangspunt van het Oslo-vredesproces zou daarvoor echter moeten worden omgedraaid. Erkenning van Israël en het afzweren van geweld door Hamas zouden geen voorwaarden voor besprekingen moeten zijn, maar het sluitstuk daarvan. Om Israël zo ver te krijgen zal zware Amerikaanse druk nodig zijn.
Volgens The Guardian wil Obama Hamas bij besprekingen betrekken. In januari schreef de krant dat Obama’s adviseurs contact wilden leggen met de beweging. Niet openlijk – dat kan niet, omdat Hamas op de lijst van terroristische organisaties staat – maar via de inlichtingendiensten. De VS deden dat eerder al in de jaren zeventig, met de toen nog terroristische PLO. Israël raakte pas jaren later op de hoogte van de contacten, die beschouwd worden als een aanloop naar het vredeproces van Oslo.
Anderen propageren openlijke toenadering. Richard Haass bijvoorbeeld, de voorzitter van de Council on Foreign Relations, een invloedrijke denktank in New York, die in de race was om Obama’s speciale gezant voor het Midden-Oosten te worden, maar zich voorbijgestreefd zag door George Mitchell. In een artikel in Foreign Affairs schrijft Haass dat om een stap verder te komen met de vrede de regering-Obama ‘contacten op laag niveau tussen Amerikaanse beambten en Hamas moet autoriseren’. Ook uit Israëlische hoek klinken pleidooien voor een pragmatische aanpak. Daniel Levy, een politieke wetenschapper en diplomaat, die betrokken was bij verscheidene vredesonderhandelingen met de Palestijnen, zei onlangs dat het nu draait om ‘de erkenning dat Hamas deel moet uitmaken van het proces, of dat nu is nadat de Palestijnen zich intern verzoend hebben of zelfstandig’. Volgens Levy hoeft Obama dat niet openlijk te erkennen, áls hij het maar erkent.
In dit soort schimmige omstandigheden gedijt George J. Mitchell uitstekend. Obama benoemde hem tot zijn speciale gezant voor het Midden-Oosten. Vaak wordt verwezen naar zijn engelengeduld – hij zal het nodig hebben: al zestien jaar wordt nu gevochten en gesoebat over een final status agreement, het alomvattend akkoord waarmee het vredesproces zou worden bezegeld. Ook zijn tijd in Noord-Ierland wordt doorgaans gememoreerd. Als speciale gezant van president Clinton leidde Mitchell daar persoonlijk de vredesonderhandelingen. Om die mogelijk te maken accepteerde hij Sinn Fein, de spreekbuis van de IRA, als volwaardige vredespartner. Zo wist hij politiek en terrorisme van elkaar los te wrikken.
Zou hij hetzelfde kunnen bereiken in Gaza? Nu nog is Hamas synoniem voor terreur, maar de aanslagen worden gepleegd door de militaire vleugel van de partij, de Izz-ad-Din al-Qassam Brigades. Volgens onderzoekers van het Geneva Center for Democratic Control of Armed Forces worden de Brigades voor drie miljoen dollar per jaar gesteund door Iran, terwijl de politieke activiteiten van Hamas drijven op giften uit Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Als het Mitchell lukt om de militaire vleugel van Hamas los te bikken, verliest de beweging haar terroristische connotatie én de gevreesde Iraanse invloed. Dat maakt onderhandelingen een stuk gemakkelijker.
Afgelopen week toog George Mitchell naar Israël en de Palestijnse gebieden, maar hij liet Gaza links liggen. Wel verkondigde hij dat Hamas moest stoppen met het binnensmokkelen van wapens. Ook sprak hij met Benjamin Netanyahu. Diens opstelling was helder als glas: wat hem betreft komt er geen vrede. Daartoe moet Israël zijn troepen namelijk eerst terugtrekken van de Westelijke Jordaanoever, zoals het dat eerder deed uit Gaza. Bovendien is het essentieel dat joodse nederzettingen in het Palestijnse gebied worden ontruimd. Anders zullen Israël en de Palestijnen nooit overeenstemming bereiken over de grenzen – een voorwaarde voor vrede, uiteraard. Maar Netanyahu zei volgens de Israëlische krant Haaretz: ‘Ik zal me niet houden aan de belofte om troepen terug te trekken en ik zal geen nederzettingen evacueren.’
Niets aan de hand, zeggen de optimisten. Hoort allemaal bij het plan. Mitchell kan nu eenmaal niet openlijk naar Hamas, en dat met die nederzettingen komt later wel. In 2001, toen hij tijdens de Tweede Intifada de opdracht had het vredesproces vlot te trekken, eiste hij al eens een bevriezing. Heus, er is hoop!
Zo lust Mouin Rabbani er nog wel een. ‘Aan hoop heb ik niets. Het gaat om concrete daden, en wat dat betreft zien we weinig.’ Mouin Rabbani is een Nederlandse Palestijn, woonachtig in Amman. Hij is onafhankelijk analist en publicist en werkte voor onder meer de gerenommeerde International Crisis Group. Een veeg teken vindt Rabbani de manier waarop de president zich achter het Arabische vredesinitiatief uit 2002 schaarde. Volgens dat voorstel erkennen de Arabische staten Israël en begraven zij de strijdbijl, op voorwaarde dat Israël zich terugtrekt uit de bezette gebieden. Mouin Rabbani: ‘Obama riep al meteen dat de Arabische staten aan zet waren en de situatie met Israël moesten normaliseren. Maar volgens het vredesplan moet Israël zich éérst terugtrekken. In feite waren zijn woorden de kus des doods voor het Arabische vredesinitiatief.’
Stephen Zunes vindt dat alleen al het noemen van het Arabische plan door Obama een stap vooruit is: ‘Bush negeerde het gewoon.’ Hij ziet een verandering aan de basis van de Amerikaanse samenleving. ‘Allerlei groeperingen die zich voorheen niet met het Midden-Oosten bezighielden, houden nu hulpacties voor Gaza. Er is meer steun dan ooit voor druk op Israël om een vredesregeling te accepteren, vooral bij jonge Democraten. Voor hen is Israël geen door Arabieren bedreigd land, maar een bezetter. Daardoor is het standpunt inzake Israël in het Congres progressiever geworden.’
Volgens Mouin Rabbani is niet Hamas de testcase, maar de kwestie van de nederzettingen: ‘Alle aandacht gaat nu uit naar Gaza, en dan vooral naar het voorkomen van de herbewapening van Hamas. Maar als het vredesproces nog een kans wil hebben, moet Mitchell zich op de nederzettingen richten. Hij zou een onvoorwaardelijke stop op bouw en uitbreiding moeten eisen. Zonder dat is vrede niet mogelijk. Als Mitchell straks met voorstellen komt en de nederzettingen worden ongemoeid gelaten, dan weten we dat het niets gaat worden.’
Stephen Zunes: ‘Zo vroeg in zijn presidentschap zal hij het waarschijnlijk nog niet aandurven een stevig signaal aan Israël te geven. Maar hij weet dat hij steun heeft in het Congres en hij weet dat Israël drijft op onze leningen. Alleen al het uitstellen van een lening kan in Israël veel teweegbrengen. Ik verwacht dat hij over een paar maanden een stap zal zetten. Volgens mij gaat hij Israël dwingen de nederzettingenbouw te bevriezen. Let maar eens op.’