Obama’s kernwapenpolitiek

Na de moeizame economische top en het bijbehorende straatgeweld in Londen viel er in de internationale politiek gelukkig ook wat te lachen. President Barack Obama zei dat hij alle kernwapens de wereld uit wil hebben – te beginnen met Noord-Korea en Iran, natuurlijk.

Obama ontvouwde zijn visie voor een menigte Tsjechen die afgelopen zondagochtend was samengekomen op het grote plein van de Praagse stadsburcht. Zulke toehoorders stellen geen moeilijke vragen. Zoals de vraag of Obama nu gaat aandringen op ontmanteling van het Israëlische kernwapen. Of de vraag waarom hij denkt dat Teheran bereid zal zijn over zijn nucleaire programma te onderhandelen, zolang de Amerikaanse Vijfde Vloot, een tot de tanden bewapende aanvalsvloot met een enorme nucleaire slagkracht, op vijf kilometer afstand van zijn territoriale grenzen in de Golf patrouilleert.
Welbeschouwd is het streven naar een kernwapenvrije wereld natuurlijk onzinnig en levensgevaarlijk. Geen enkele westerse leider die bij zijn volle verstand is – en deze president is dat onmiskenbaar – wil alle kernwapens uitbannen, dus ook de westerse. Het zijn de westerse kernwapens die sinds 1945 een nieuwe wereldoorlog hebben voorkomen, zij het soms ternauwernood. Het zijn diezelfde westerse kernwapens die onze laatste zekerheid vormen in het aangezicht van hele en halve dictaturen als China en Rusland. De enige reden waarom de Russen vorige zomer in Georgië binnenvielen en niet in Polen is gelegen in het feit dat Polen lid is van de Navo en Georgië niet. Polen wordt in laatste instantie beschermd door Amerikaanse, Britse en Franse kernwapens.
Het is natuurlijk verwarrend dat steeds meer landen de beschikking hebben over kernwapens, maar dat is geen ontwikkeling die zich laat terugdringen met goede bedoelingen. Er valt zelfs veel voor te zeggen dat Iran, dat ingeklemd ligt tussen vijf niet al te vriendelijke nucleaire buren, zowel het recht als het gezonde verstand aan zijn kant heeft indien het naar een kernwapen streeft. Zo’n wapen zorgt voor een nieuw regionaal machtsevenwicht en dwingt tegenstanders tot onderhandelen in plaats van interveniëren of samenzweren.
Hoe moeten we nu de uitspraak van de president beoordelen? Obama is hoogleraar in de politieke wetenschappen geweest en kent zijn Machiavelli. Volgens Machiavelli mag een heerser uitbundig liegen, vooropgesteld dat hij daarmee de staat dient en dat hij zich niet in zijn leugens verstrikt. Voldoet hij niet aan die eisen, dan is hij in de ogen van zijn onderdanen lichtzinnig en besluiteloos. Het eindigt ermee dat hij veracht wordt – het lot dat Obama’s voorganger Jimmy Carter overkwam toen zijn ontwapenings- en mensenrechtenpolitiek schipbreuk leed op de realiteit van het Midden-Oosten.
Obama’s concrete voorstellen zijn echter stuk voor stuk nuttig en belangrijk: een nieuw kernwapenreductieverdrag met de Russen, een nieuwe non-proliferatieronde en een nieuw mondiaal initiatief om ervoor te zorgen dat kernwapens niet in handen vallen van politieke en religieuze fanatici. En passant stelt hij de Russen een deal voor: het nucleaire raketschild wordt uit Europa teruggetrokken indien Iran afziet van een kernwapen. Het is dan wel aan de Russen om hun invloed in Iran te doen gelden. Alleen al het feit dat Obama erkent dat de weg naar Teheran over Moskou loopt, is winst. Obama’s kernwapenretoriek is dromerig, maar zijn beleid lijkt buitengewoon verstandig, zelfs omvattend. Dat is een grote verademing na het vermoeide en au fond ongeïnteresseerde geklungel van zijn voorganger.