Obama’s laatste jaar

In zijn State of the Union heeft Barack Obama vorige week zijn talrijke krijgszuchtige concurrenten van repliek gediend. De nationale veiligheid wordt niet bevorderd als Amerika de oorlogen waarin het al gemengd is verder laat escaleren.

‘Dat is geen leiderschap. Het is een recept om verder in het moeras terecht te komen. Dat is de les van Vietnam en van Irak.’ Vooral na de praktijk van George W. Bush is dat een revolutionaire uitspraak. Die heeft zich in zijn twee ambtstermijnen onderscheiden door in Afghanistan en Irak de moerasmythe springlevend te houden. Obama is volstrekt geen oorlogszuchtige president, maar in feite heeft hij in de zeven jaar van zijn bewind in de wereld weinig ten goede veranderd. Integendeel, er zijn een paar moerassen bij gekomen: Syrië en Islamitische Staat, en onder Obama hebben de gezamenlijke Amerikaanse militairen en politici daar nog geen oplossing voor gevonden.

‘Zullen we op de veranderingen in onze tijd reageren met angst en vrees, als natie in onszelf gekeerd raken? Of zullen we de toekomst tegemoet treden met vertrouwen in onszelf en in datgene wat we van waarde achten?’ Zo’n retorische vraag klinkt niet slecht in een toespraak, maar goed beschouwd is het een vorm van zelfverdediging. Obama’s tegenstanders in de wedloop naar zijn opvolging hebben één argument gemeen: ze houden zich ervan overtuigd dat Amerika onder deze president aan een periode van neergang is begonnen en daaraan willen ze radicaal een eind maken.

Tekenend voor de stemming onder de kiezers is dat Donald Trump onder de Republikeinse kandidaten de populairste is. Hij wil een hek aan de zuidgrens tegen Mexicaanse immigranten, deportatie van vreemdelingen en een inreisverbod voor moslims. Wat dat aangaat is hij weliswaar extreem – dat is ook zijn bedoeling – maar tegelijkertijd een typische nieuwe westerling. De belangrijkste eigenschap van deze politieke mensensoort is dat die tegenover een wereld in soms duizelingwekkende verandering niets anders dan een politiek van radicale kracht weet te stellen, zonder zich af te vragen wat daarvan de gevolgen kunnen zijn.

Obama heeft in de wereld weinig ten goede veranderd

Het enige probleem van de buitenlandse politiek dat onder Obama voorlopig met een relatief goede afloop is bekroond is dat van het Iraanse kernwapen. Onderschat het niet. Iran als kernmogendheid zou de volgende desastreuze ontwikkeling in de chaos van het Midden-Oosten kunnen zijn. Met langdurige onderhandelingen onder Amerikaanse leiding is deze mogelijke catastrofe voorkomen. Economische sancties zijn opgeheven, Iran kan weer een normale staat worden met vreedzame buitenlandse betrekkingen. Stel je de vraag hoe het onder rechts-Republikeinse leiding zou zijn gegaan. Een oorlog tussen Iran en Israël met Amerikaanse steun was niet ondenkbaar geweest.

Sinds een eeuw is de verkiezing van de Amerikaanse president een waagstuk waarbij de hele wereld betrokken is. Onder leiding van Woodrow Wilson mengden de Verenigde Staten zich in 1917 in de Eerste Wereldoorlog, die mede dankzij hun steun door de geallieerden is gewonnen. In 1941 raakten de Amerikanen door de Japanse aanval op Pearl Harbor betrokken bij de Tweede Wereldoorlog, de invasie en alles wat daarop gevolgd is. Je moet er niet aan denken wat er gebeurd zou zijn als Japan zich buiten de oorlog had gehouden. In 1949 werd de Navo opgericht, als antwoord op het zich opdringende communisme. Kort gezegd: Amerika heeft drie maal de westerse wereld en de democratie gered.

Is het denkbaar dat we met deze presidentsverkiezingen in het vooruitzicht het einde van dit lange tijdvak naderen? Europa wordt bedreigd door twee grote gevaren: het Amerikaanse isolationisme en de Amerikaanse zelfoverschatting. Deze verkiezingen dragen voor Europa een extra risico omdat er een kans is dat die twee verenigd kunnen worden. Een Republikeins Amerika dat de chaos van deze wereld op eigen houtje zou gaan regelen, dat zou de voltooiing van de chaos kunnen zijn.