Oberrealo

DE EERSTE Hochrechnung van de televisiezender ZDF is net binnen. Terwijl de winnende SPD-leider Gerhard Schröder in Bonn triomfantelijk zijn achterban toespreekt en de verslagen Helmut Kohl even verderop hevig geëmotioneerd zijn verlies erkent, gunt Joschka Fischer zichzelf geen minuut bezinning. Als de bliksem vertrekt de voorman van de Duitse Groenen naar het partijkantoor van de SPD om maar meteen te oogsten. De officiële coalitiebesprekingen beginnen pas aanstaande vrijdag, maar met zijn verschijnen ten kantore van de nieuwe bondskanselier Gerhard Schröder heeft Fischer zondagavond de toon meteen gezet. Zijn Groenen mogen dan enkele tienden van procenten hebben verloren, de weg naar het regeringspluche ligt open. Het doel dat Fischer eerder op deelstaatniveau verwezenlijkte, lijkt nu voor heel Duitsland te worden bewaarheid: de aardverschuiving naar een rood-groene coalitie is nabij.

Fischers particuliere biografie laat een aantal opmerkelijke draaiingen zien. Begin jaren zeventig stond de nu vijftigjarige politicus achter de lopende band bij Opel en was hij in zijn vrije tijd betrokken bij de meest radicale Duitse actiegroepen die in die tijd de straten onveilig maakten. Voor de Goede Zaak (tegen de atoombom, tegen de krijgsmacht, maar bovenal voor het milieu) werd geweld niet geschuwd. Ten overstaan van zijn medearbeiders bij Opel riep ‘Strassenkämpfer’ Fischer de revolutie uit.
1976 werd evenwel een breekjaar. Een pleidooi in dat jaar voor het gebruik van molotovcocktails als legitiem politiek actiemiddel wordt hem door de CDU nu nog steeds nagedragen. De kort hierna volgende aanklacht wegens poging tot doodslag op een ME'er tijdens een herdenkingsbetoging voor de overleden Ulrike Meinhof, werd ook Fischer iets te veel. In juni van dat jaar riep hij zijn aanhangers op voortaan af te zien van de gewapende strijd tegen het kapitaal.
ALS TAXICHAUFFEUR zou hij zichzelf verder in 'het ware straatleven’ verdiepen. Hier begon voor Fischer de transformatie van fundamentalist naar Realpolitiker. Binnen de Groenen, die in 1981 werden opgericht als reactie op het weinig sprankelende milieubeleid van de sociaal-democratische bondskanselier Helmut Schmidt, bond Fischer, verbitterd door de stukgelopen revolutie, de strijd aan met de ook daar in groten getale aanwezige fundis (fundamentalisten). 'Revolutionair links heeft op alle fronten verloren’, schreef hij later in het boek Die Linke nach dem Sozialismus (1992), waarin hij afrekende met zijn eigen verleden en dat van de linkse beweging in Duitsland. 'We zijn in het post-utopische tijdperk beland en tot realisme veroordeeld.’
Dat hebben ze bij de Groenen geweten. Het realisme van Fischer kende geen grenzen. Wereldvreemde stellingnamen van de Duitse Groenen werden door hem in de loop der jaren een voor een abserviert. De fundis hebben na Fischers toenaderingspogingen tot de gevestigde orde geen recht van spreken meer. Hoewel enige jaren eerder nog fel tegen het parlementarisme, werd Fischer in 1983 als een van de eerste 28 afgevaardigden van de Groenen voor de Bondsdag gekozen. In de deelstaat Hessen kon twee jaar later dankzij zijn persoonlijke inspanningen een eerste rood-groene coalitie van SPD en Groenen komen.
Salonfähig waren Fischer en zijn partij toen nog niet. 'Met permissie, maar u bent een klootzak’, kreeg bondskanselier Helmut Kohl op een van de eerste dagen van Fischer in de Bondsdag te horen. Op het moment dat Fischer in de rood-groene coalitie in Hessen tot minister van Milieu werd beëdigd, waren de kritische opmerkingen niet van de lucht toen hij gekleed in spijkerbroek en sportschoenen verscheen. Nu is dat wel anders. 'Om mijn doel te bereiken ben ik zelfs bereid een zijden stropdas onder mijn neus te knopen’, verklaarde Fischer enige jaren geleden.
DE GROENEN zijn niet meer de alternatievelingen van vroeger, maar een salonfähige, welhaast pragmatische partij, zegt ook Frits Boterman, bijzonder hoogleraar moderne Duitse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. 'In Nederland leeft nog vooral het beeld van een wilde alternatieve jaren-zestigclub met vertegenwoordigers op geitenwollen sokken. Dit beeld is achterhaald. De mensen die nu een belangrijke rol spelen zijn keurige types in mantelpakjes. Een spijkerbroek kan echt niet meer.’
Het zijn echter niet alleen uiterlijkheden. Boterman: 'Er is met Fischer daadwerkelijk een bepaald realisme tot die beweging doorgedrongen. Bovendien draaien de Groenen voor een groot deel op de carrièredrang van een generatie die te lang in de wachtkamer heeft gezeten.’
Hoewel de realos door Fischer ontegenzeglijk de stammenstrijd bij de Groenen hebben gewonnen, roerden de fundis zich tijdens de verkiezingscampagne nog hevig. Morrende elementen die de openbare liefdesverklaringen van de voormalige straatvechter aan SPD-leider Schröder iets te ver vonden gaan, probeerden oude ideeën van de Groenen weer boven aan het verkiezingsprogramma te krijgen. De Navo moest worden afgeschaft, of in ieder geval moest Duitsland eruit en het leger kon maar beter meteen verdwijnen.
Op een partijcongres in oktober vorig jaar liepen de gemoederen hoog op. Fischer liet daar weten dat met dit soort stellingnamen de partij beter kon worden opgeheven. Op het nippertje lukte het hem in het verkiezingsprogramma op te nemen dat 'het uittreden van Duitsland uit de Navo te ontraden is omdat hiermee de internationale dialoog verstoord zou worden en het de historische gegronde angst voor een Duitse Sonderweg in de hand zou werken’.
Dat deze formulering op het laatste moment nog opgenomen is mag een persoonlijke overwinning voor Fischer worden genoemd. De meer radicale achterban van de Groenen heeft echter nog altijd het partijprogramma achter de hand, waarin geen Navo-clausule is opgenomen. De Groenen beginnen op die manier steeds meer de partij van één enkele man te worden. Deze ene man zal zeker in het verwachte rood-groene kabinet het gezicht blijven van de partij. Zoals het er nu naar uitziet zal 'Oberrealo’ Joschka Fischer het vice-kanselierschap gaan combineren met het ministerie van Buitenlandse Zaken.
DE VRAAG BLIJFT in hoeverre Fischer met al die radicale elementen in zijn partij in een coalitie met de SPD kan functioneren. Frits Boterman: 'De publicaties van Fischer zijn alleszins realistisch te noemen. Naast zijn persoonlijke visie op de Navo heeft Fischer bovendien nog te kennen gegeven er voorstander van te zijn dat Duitsland een rol blijft spelen in militaire acties buiten het eigen grondgebied, wat door de oorlog altijd een heikel punt is geweest. De realisten hebben bij de Groenen overduidelijk gewonnen, dus van zijn achterban heeft hij niet meer al te veel te vrezen. Bovendien: regeringsverantwoordelijkheid disciplineert.’
Indien Fischer inderdaad minister van Buitenlandse Zaken wordt, dan is hij per 1 januari 1999 ook voorzitter van de Europese Unie. Boterman: 'Er zal in de buitenlandse politiek van Duitsland niet al te veel veranderen. Dit beleid wordt voor het grootste deel immers bepaald door de bondskanselier zelf. Het zou dom zijn als Fischer aan de vertrouwensrelaties die Kohl met de Europese partners heeft opgebouwd zou morrelen. Er zullen misschien iets andere accenten worden gelegd. Die zijn dan vooral toe te schrijven aan de internationale constellatie. De hele bipolaire wereld is natuurlijk in elkaar gestort: de macht van Rusland is sterk verminderd en van Amerika moeten we ook maar afwachten hoe het afloopt. Op de lange duur wordt het meer continentaal en minder Atlantisch. Of we willen of niet: Duitsland wordt dan gewoon belangrijker, met als symbool de nieuwe regeringsstad Berlijn - niet voor niks dichter bij het oosten.’
TIJDENS DE uitslagenavond bij ZDF liet Groenen-partijvoorzitter Jürgen Trittin - fundi in driedelig pak - weten dat in de coalitieonderhandelingen voor de Groenen drie punten prioriteit hebben: het indammen van de enorme werkloosheid in Duitsland, de hervorming van het belastingstelsel en het afschaffen van kernenergie. De eerste twee plannen lijken zo uit het verkiezingsprogramma van de SPD overgenomen, maar het laatste is een authentiek Groenen-standpunt, dat bij andere politieke stromingen maar weinig aanhang vindt.
Ook andere milieumaatregelen van de partij kunnen tijdens de coalitiebesprekingen voor de nodige opwinding gaan zorgen. Hoewel Fischer zelf graag met de auto naar zijn vakantiehuis in Toscane rijdt, wil zijn partij met onorthodoxe maatregelen het autogebruik verminderen. Via enorme accijnzen en (eco-)belastingen kan de benzineprijs volgens de Groenen stijgen tot vijf D-mark per liter, een voor de meeste Duitsers onacceptabel hoog bedrag.
In tegenstelling tot de Navo-kwestie lukte het Fischer tot zijn spijt niet om dit programmapunt met het oog op de verkiezingen te schrappen. De onderhandelingen voor een regering zouden wellicht op de milieueisen van de Groenen kunnen stuklopen. Boterman: 'Maar je moet hier altijd een slag om de arm houden. Die Groenen zijn niet gek. Ze weten dat als ze zich de rood-groene coalitie uit de vingers laten glippen, het alternatief een grote coalitie van SPD en CDU is. En dat is wel het laatste wat ze willen.’
Verschillende media gaven in hun commentaren daags na de verkiezingen een coalitie van de partijen van Fischer en Schröder een overlevingskans van hooguit één jaar. Volgens Boterman ten onrechte: 'Als het fout gaat, dan zal dat nu tijdens de onderhandelingen gebeuren. Binnen één maand moeten ze tot overeenstemming zien te komen. Coalitieregeringen vallen in Duitsland niet zo snel. Je ziet alleen dat ze soms bij een verkiezingsuitslag naar huis gestuurd worden. Hiernaast is er via de grondwet een aantal garanties ingebouwd waarmee de stabiliteit voor een groot deel zeker gesteld is.’
De rol van de Groenen in de regering moet evenwel niet overschat worden, benadrukt Boterman. 'Het is een beetje vergelijkbaar met de rol die D66 in Nederland speelt. Het hangt af van de zwaarte van de posten die ze krijgen in hoeverre ze zich kunnen doen gelden. Ze zullen evenwel de mindere partij zijn. Fischer zal in the picture blijven, maar verder verwacht ik dat de Groenen weinig het voortouw zullen nemen.’
Salonfähiger dan ooit heeft Joschka Fischer zich nu een belangrijke plaats in de Duitse politiek verworven. Zelfs Helmut Kohl heeft zich ondanks de belediging van 1983 met de Groenen-voorman verzoend. Ze kwamen nader tot elkaar - vooral door hun beider liefde voor 'het goede leven’. En dat terwijl Fischer de Tweede Wereldoorlog niet eens heeft meegemaakt. Hoewel - getuige zijn afrekening en boetedoening in het boek van 1992 speelde zijn oorlog zich af in de jaren zeventig. Zoals de generatie Kohl moeite had met de jaren veertig, lijkt de generatie Fischer de jaren zeventig liever te vergeten. De oproep tot het gooien van molotovcocktails kan Fischer zich getuige een interview in Der Spiegel 'beim besten Willen’ niet meer herinneren.