Media

Objectiviteit

Waarom interesseren jongeren zich zo weinig voor het nieuws? Over die vraag zijn de afgelopen jaren heel wat congressen georganiseerd en rapporten verschenen.
Nu verdient de premisse zelf enige nuancering. Uit onderzoeken van persbureau Reuters naar nieuwsconsumptie wereldwijd blijkt namelijk dat het nog wel meevalt met die desinteresse: tussen de vijftig en zestig procent van de jongeren tot dertig jaar volgt dagelijks op een of andere manier het nieuws.

Toch zit er in de vraag wel een kern van waarheid: tieners, twintigers en vroeg-dertigers, ook de hoogopgeleide, lezen beduidend minder vaak (betaalde) kranten en stemmen minder vaak af op het Journaal dan hun ouders en grootouders. De gemiddelde lezer van de jongste betaalde krant van Nederland, nrc.next, is rond de veertig, de gemiddelde bezoeker van nos.nl is 41, de gemiddelde journaalkijker zelfs 58. Nieuws is grijs.

Verklaringen daarvoor zijn er inmiddels in overvloed. De meest gehoorde: generatie Niks, ontlezing, te druk met zichzelf, information overload, Facebook-verslaafd, meer gericht op eigen sociale kring, tv en papier hebben afgedaan, te vrij opgevoed, too rich to care, het is van alle tijden. En zo voort en zo verder. Elke verklaring heeft zo haar eigen merites – en op elke valt ook heel wat af te dingen.

Zelf ben ik de afgelopen maanden in toenemende mate overtuigd geraakt van een andere, minder vaak gehoorde verklaring. Een verklaring die meer te maken heeft met een journalistiek ideaal dat in de negentiende eeuw ontstond en, ondanks groeiende weerstand, nog altijd gemeengoed is: objectiviteit. Volgens dit ideaal hoort nieuws een neutrale en rationele weergave van de werkelijkheid te zijn, gebaseerd op feiten en op principes als hoor en wederhoor. Persoonlijke fascinatie, verwondering of verontwaardiging van de boodschapper hoort er niet in thuis. Nieuws is een onpersoonlijk verslag van de wereld: of Gerri Eickhof of Teletekst je vertelt over de nieuwe paus of een bomaanslag in Irak doet er niet toe. Nieuws rechtvaardigt zichzelf: we berichten over verkiezingen in Kenia ‘omdat verkiezingen belangrijk zijn’, niet omdat onze correspondent dat toevallig belangrijk vindt.

Het klinkt misschien gek, maar langs dit ideaal ontwaar ik steeds vaker een generatiekloof, zowel onder nieuwsmakers als nieuwsvolgers. De generatie die dit ideaal hoog in het vaandel draagt, is bovengemiddeld vaak vijftig-plus. Voor hen is de journalist slechts brenger van nieuws, niet maker. Ze lezen ‘het NRC’, niet Bas Heijne of Maarten Schinkel. Ze kijken ‘het Journaal’, niet Sacha de Boer of Rob Trip. Ze willen news, not views.

Voor dertig-minners geldt vaak het tegenovergestelde. Voor hen is wie het vertelt minstens zo belangrijk als wat er verteld wordt. Ze volgen niet ‘de politiek’, maar Frits Wester of Ron Fresen op Twitter. Ze lezen niet ‘de economiepagina’, maar Ewald Engelen of Joris Luyendijk. Ze willen, gechargeerd gezegd, views, not news.

Logisch ook. Ze zijn opgegroeid in een tijd dat partij en ideologie werden ingewisseld voor partijleider en persoonlijkheid. In een tijd van: dag krant en omroep, hallo Facebook en Twitter. In een tijd ook dat Waarheid niet meer gedrukt staat, maar constant kan worden geüpdate. En vervolgens in duizend reacties eronder wordt betwist. Voor deze generatie zijn mensen en hun karakter, niet instituten en hun feiten, de nieuwe autoriteiten. Ter illustratie: onder Amerikaanse jongeren is The Daily Show een van de populairste nieuwsshows op tv. Maar wel pas sinds 1999, toen het The Daily Show with Jon Stewart ging heten. Ze kijken hem, niet het programma.

Ik merk het ook aan het soort vragen dat ik van journalisten krijg over mijn journalistieke platform in oprichting, De Correspondent. Interviewers boven de vijftig vragen bijna altijd: waarover gaan jullie straks schrijven? Interviewers onder de dertig vragen: wie doen er mee?

Het nog altijd overwegend onpersoonlijke karakter van de traditionele nieuwsvoorziening is, vermoed ik, een van de redenen waarom krant en Journaal steeds minder aansluiting vinden bij het publiek geboren na 1980. Wie gewend is aan TedX, YouTube en blogs, waar de verteller net zo belangrijk is als het verhaal, gaat de Wie-Wat-Waar-Wanneer-Waarom-verslaggeving zoals die het nieuws nog altijd domineert onherroepelijk saai vinden. Saai, in de zin zoals de Britse denker Bernard Williams de Verlichtingsethiek ook ‘saai’ noemde: de Verlichting poogde de begrippen goed en kwaad te objectiveren door ze te ontdoen van subjectieve dimensies als emotie, karakter en persoonlijke omstandigheden. Goed en kwaad waren universele, geen particuliere aangelegenheden. Oftewel: ‘Het maakt niet uit wie het je vertelt.’

Volgens Williams was dit de grootste misvatting over goed en kwaad denkbaar. Volgens mij geldt hetzelfde voor nieuws. Zou ik mijn collega-journalisten van voor 1980 daarvan willen overtuigen, dan zou ik nu zeggen: dat is een feit. En tegen mijn leeftijdgenoten zou ik zeggen: was getekend…