Douglas Rushkoff, Present Shock

Obsessie met het nu

Het is bijna een genre op zich aan het worden: Amerikaanse non-fictie over digitale ontwikkelingen, niet technologisch maar maatschappelijk georiën­teerd en met een geënga­geerd randje. Andrew Keen, Nicholas Carr, Kevin Kelly en gelijken schrijven vlotte analyses, journalistiek van opzet en evenzeer leunend op wetenschappelijke data als op ervaringsdeskundigheid. En steeds met een waarschuwende ondertoon.

Douglas Rushkoff, Present Shock, € 23,50

Medium rushkoff present shock

Douglas Rushkoff hoort ook in dat rijtje thuis. Vorig jaar nog promoveerde hij aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift over economische monopolies in de wereld van nieuwe media, ‘and the player’s way out’. Het bekendst is hij van zijn journalistieke werk Program or Be Programmed. Naast het boek met die titel zijn er een ‘study guide’ en veelbekeken YouTube-filmpjes en -interviews. Als je geen code beheerst, is de boodschap, beheerst de code jou. En of je het er nu wel of niet mee eens bent dat iedereen daarom zou moeten leren programmeren, de leus ‘program or be programmed’ zal zelfs bij de meest verstokte digibeet aankomen.

Nu is er dan Present Shock: When Everything Happens Now, waarin Rushkoff onderzoekt hoe de digitale media onze ervaring van tijd beïnvloeden. Je hoeft maar naar het Journaal te kijken waar Twitter-berichten worden voorgelezen om te zien dat ‘tijd’ gelijk staat aan ‘nu’. Het futurisme van de twintigste eeuw is werkelijkheid geworden: we leven in een eeuwig nu. Het resultaat: present shock. Dat klinkt alsof we in zo’n hoge versnelling staan dat we in een soort entropische verlamming verkeren, en dat is ook het schrikbeeld dat Rushkoff schetst. Zijn diagnose bestrijkt zo’n beetje alle niveaus van het menselijk (samen)leven. Als individu worden we geregeerd door onze smartphone waar niemand nog de uitknop van weet te vinden en die pushberichten blijft spuwen. Of het nu een flauwe foto is in een Whatsapp-groep of een nos-melding dat er twee lijken zijn gevonden, je aandacht wordt geëist, en wel nu, nu, nu. Constant moeten we aanwezig zijn, liefst in de vorm van verscheidene persoonlijkheden tegelijk. Dat multitasken niet werkt is inmiddels vaak genoeg bewezen, toch blijven we er tegen de klippen op in geloven. Waarom eigenlijk? Waarom zetten we die notificaties niet gewoon uit?

Misschien omdat op een hoger niveau hetzelfde aan de hand is: er is een collectieve obsessie met het nu. Niet alleen het nieuws, maar ook de kunst, mode, media, en niet in de laatste plaats de politiek lijden eraan. Dat het een lijden is, bewijst de opeenstapeling van crises die ­Rushkoff allemaal weet te duiden in de context van present shock. In het bijzonder de economische crisis. In een boeiende passage laat hij zien hoe de financiële markt de tijdseenheid ‘nu’ heeft opgedeeld tot nog veel kleinere momenten, zodat handelaren op Wall Street bijna in de toekomst lijken te opereren. Een kantoor houden dat een kilometer dichter bij de centrale internetaansluiting zit – en dus een fractie van een seconde eerder in de tijd bestaat dan de concurrenten, zou je kunnen zeggen – betekent miljoenen meer verdienen.

Rushkoff structureert zijn verhaal aan de hand van een aantal klinkende begrippen waar je haast bang van wordt. Narrative collapse, digiphrenia, overwinding, fractalnoia en ten slotte apocalyto: voor je het weet is de entropische verlamming daadwerkelijk een feit. Dat hoort natuurlijk bij het genre van de techno-dystopie, dat het moet hebben van het grote gebaar. Daarin overtilt Rushkoff zich, vooral als hij zich aan een geschiedenis van de tijd waagt, te beginnen ergens in de prehistorie. Ergens ja, want heel nauwkeurig is hij niet. Rushkoff lijkt ook zelf aan present shock te lijden: hij surft van persoonlijke anekdote naar wetenschappelijk onderzoek, geïllustreerd met een filosofisch citaat. Elk deelonderwerp wordt niet langer dan een alinea of tien behandeld, zoals de regels van dit soort non-fictie dicteren. Gezondheidsgoeroes, Aristoteles en neurowetenschappers staan gemoedelijk zij aan zij met de ‘postnarratieve’ tv-serie Lost en Ray Kurzweils apocalyptische singulariteit. Het is een ‘barbaarse’ manier van analyseren, om met Alessan­dro Baricco te spreken, die in De barbaren de meta-analyse levert waar het bij Rushkoff soms aan ontbreekt (helaas is Baricco nog niet in de Verenigde staten doorgedrongen). Dat leidt ook tot onnauwkeurigheid. Dat 94 procent van de communicatie non-verbaal is, zoals ­Rushkoff vermeldt, is even discutabel als de mythe van het multitasken.

Verlamd door al die problemen, klein, groot, megagroot, en geserveerd met paukenslagen, vraagt de lezer zich af: wat doe je eraan? Kun je in je eentje een collectieve gekte met het nu als het ware stilzetten? Rushkoff waagt zich niet aan een to do-_lijstje voor hen die in shock verkeren. _‘The solution, of course, is balance’, stelt hij. Tja, maar hoe dan? De oplossing grijpt terug naar ‘program or be programmed’: pas technologie aan je behoeften aan in plaats van je behoeften te laten leiden door technologie. Je kúnt pushberichten ook uit zetten, of ‘slechts’ één keer per uur je mail checken. ‘Tijd’ is een constructie die op ons inwerkt, maar geen onveranderlijk gegeven. Dat is de verdienste van Rushkoff in ­Present Shock: hij laat zien dat het een keuze is om in een voortdurend nu te leven. Een keuze die is gestoeld op mythes en onbereikbare idealen. Heraclitus wist 2500 jaar geleden al dat het ‘nu’ niet te vangen is. Je smartphone kan je dan wel het gevoel geven dat je meekomt in het hier en nu, maar geeft als je erover nadenkt alleen door wat er enkele ogenblikken geleden gebeurde op een andere plaats. ‘Momentopnamen uit de periferie’, noemt Rushkoff dat, want hij is ook elegant op z’n tijd.


Douglas Rushkoff
Present Shock: When Everything Happens Now
Penguin, 256 blz., € 20,99