Konstantin Paustovski had een romantische instelling, zonder gedweep © Familiarchief Konstantin Paustovski

Marlene Dietrich liep met hem weg. In haar memoires noemde ze hem zonder aarzelen ‘de beste Russische schrijver die ze kende’. Ze had het over Konstantin Paustovski. Ik heb geen idee hoeveel Russische schrijvers de diva kende, dus ook niet hoeveel literaire autoriteit we aan haar bekentenis moeten toekennen. Ze zal niet hebben gedacht hem ooit in levenden lijve te ontmoeten, ook niet toen ze in 1964, 63 jaar oud, op concerttournee ging naar de Sovjet-Unie en meteen na aankomst op het vliegveld in Moskou naar hem informeerde. Paustovski was 72, astmapatiënt en net herstellende van twee hartinfarcten.

Maar blijkbaar was de bewondering wederzijds, want toen de aanbeden zangeres en actrice op 13 juni optrad in het Centraal Huis van de Literatuur in Moskou zat de wereldberoemde, al een keer of vier voor de Nobelprijs genomineerde schrijver met zijn vrouw in de zaal. Hij liet haar vragen na afloop van het concert nog even te blijven, beklom toen moeizaam het podium, waarna Dietrich, die geen woord Russisch sprak en niet wist wat te zeggen, voor hem op haar knieën viel en vervolgens, gehinderd door haar lange, nauwsluitende glitterjurk, niet meer zonder diverse hulpvaardig uitgestoken handen overeind kon komen. Schrijver en actrice bleven nog een paar uur met elkaar praten en onderhielden ook daarna contact. Dietrich las Paustovski’s zesdelige, zeer imposante Verhaal van een leven en zei het te betreuren dat ze de schrijver pas zo laat had leren kennen.

Haar aanvankelijke bewondering was gebaseerd op één verhaal, ‘Het telegram’, mij tot voor kort onbekend. Maar het maakt nu deel uit van De muziek van de herfst, de verzamelde en door Wim Hartog vertaalde verhalen. Dat moet nu toch maar eens allereerst worden gezegd: wat kunnen wij, Nederlandse lezers die het Russisch niet machtig zijn, ons gelukkig prijzen met onze vertalers, ja, in het meervoud, maar in dit geval, als het om Paustovski gaat, met de onvermoeibare Wim Hartog heel in het bijzonder. Internationaal mag de roem van de grote Rus tanende zijn – in Frankrijk en Duitsland schijn je naar vertalingen te moeten zoeken op de overvolle, moedeloos stemmende schappen van de antiquaar – in het Nederlands is niet alleen Verhaal van een leven opnieuw volledig beschikbaar, eerder bij De Arbeiderspers, nu in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot, maar ook, dankzij Hartog, een omvangrijk boek miscellania dat zelfs in het Russisch niet bestaat, Goudzand (2016). En nu dus, opnieuw zeer omvangrijk, De muziek van de herfst.

‘Het telegram’ (1946) is zeker niet het beste verhaal van dit boek. Het is aan de sentimentele kant, misschien ook net over het randje. ‘Het was een zeldzaam koude en regenachtige oktobermaand’ – met zo’n natuur, tijd en stemming combinerende intro begint het bij Paustovski vaak. Maar de op loer liggende lethargie krijgt al in de volgende zin een dreun: ‘Het verwarde gras in de tuin was platgeslagen en alleen een eenzame kleine zonnebloem bleef dapper bij de schutting doorbloeien en weigerde zijn blaadjes te laten vallen’ – een koppige veerkracht.

Er is sprake van een oude, sterk verzwakte, vrijwel blinde vrouw, afkomstig uit Petersburg, nu woonachtig in een eenzaam dorp ver weg. Haar dochter Nastja, ‘het enige wezen dat haar dierbaar was’, had haar al drie jaar niet bezocht, zelfs voor het schrijven van een brief zegt ze geen tijd te hebben. Maar ze komt tot inkeer als de moeder haar schrijft dat ze ‘deze winter (…) niet zal overleven’. Ze neemt de trein, stuurt een telegram vooruit, maar is twee dagen te laat om nog bij de begrafenis aanwezig te kunnen zijn – direct nadat een kennis het telegram aan de moeder heeft voorgelezen, blaast zij de laatste adem uit. In ‘de koude, donkere kamer van haar moeder’ zat Nastja nu in haar eentje de hele dag te huilen, belast met ‘een onherstelbare schuld’.

‘Het telegram’ heeft nog iets van wat je een plot zou mogen noemen, de meeste andere verhalen moeten het zonder dat houvast doen. Hun overtuigingskracht danken ze aan Paustovski’s haast obsessieve waarheidsdrang, die zich doet gelden in de moeilijkste aspecten van het schrijverschap, in clichévrije sfeer-, gemoeds- en natuurbeschrijvingen, in al het ongrijpbare, het zintuiglijke, het niet-vastomlijnde, de onbewuste symbiose van mensen en hun omgeving (‘een levensgemeenschap met de natuur’). In zijn jongste jaren, schrijft hij in ‘Een paar losse gedachten’ die ‘in plaats van een voorwoord’ aan de verhalen voorafgaan, was hij nog in de ban van ‘het exotisme’, van fantasieën over verre en onalledaagse, imaginaire werelden, maar algauw keerde hij zich daarvan af, hij had genoeg van al die ‘uiterlijkheid, geëxalteerdheid, verhevenheid en onverschilligheid tegenover de simpele en onopvallende mens’.

Wat bleef is de romantische instelling. Maar die mag niet verward worden met een door urbane frustratie gevoede idealisering van het arcadische platteland waar de nobele wilde zijn ongerepte natuur zou hebben behouden. Geen gedweep dus, wel onverschrokkenheid en waarheidsliefde. De romantische instelling – aldus Paustovski – staat een mens niet toe ‘leugenachtig, onwetend, laf en wreed te zijn. In de romantiek ligt een veredelende kracht besloten. (…) Romantiek is een inherente eigenschap van alles, met name van de wetenschap en de kennis. Hoe meer een mens weet, des te completer neemt hij de werkelijkheid waar, des te dichter wordt hij door poëzie omgeven en des te gelukkiger is hij.’ Onduidelijk of Marlene Dietrich ten tijde van deze zinnen al voor hem op de knieën was gegaan, zeker is wel dat de lezer van dit boek ze op zowat elke pagina bevestigd kan vinden.