Flash-mobs en media

Ode aan de komkommertijd

Zou een flash-mob ook zijn opgemerkt buiten de zomermaanden? Tijdens de oorlog in Irak of de verkiezingen? We zullen het nooit weten. We weten wel dat de flash-mob deze zomer groot nieuws is. Volgens de NRC komt een flash-mob op het volgende neer: «Er duikt plotseling een menigte mensen op. Zij doen met zijn allen spontaan iets geks en verdwijnen dan.» Dat geks doet die menigte overigens niet spontaan maar georkestreerd. Via internet wordt afgesproken op bepaalde plekken op te duiken en allen dezelfde verkoper te vragen naar een liefdestapijt, te staren naar een speelgoedapparaat of klanten van een supermarkt te fotograferen. In de kroeg kan vervolgens worden gespeculeerd: wat willen ze bereiken? Wie zit erachter? Wanneer is de volgende?

Is dit nieuws onder de zon? Nee. De flash-mob kent talloze voorgangers die zinloze en absurde daden verhieven tot gebeurtenis zonder dat het doel grijpbaar was. Wat te denken van een groep schrijvers en kunstenaars die in 1919 opeens de Wilhelmstrasse te Berlijn afliep met de boodschap Jedermann sein eigner Fussball. Van de surrealisten (zomaar een fietswiel of een wc-pot in een museum!). Van Willem de Ridder en Peter Flik die via de radio opriepen om in de auto te stappen en voor een nachtelijke tocht naar de polder te rijden? Om van de blote billen in 1970 op de Dam van de veertienjarige streakers Peter Velthuizen en Richard Groenewoud nog maar te zwijgen.

Maar er is een verschil. Anno 2003 is de vraag: was een flash-mob een echte flash-mob als die niet in de media is opgemerkt? De krantenberichten spreken van een hype. Het zal best. Maar wat is de hype? De gebeurtenis zelf of de reactie van de pers? Toegegeven, de hype plaatst de media voor onoverkomelijke problemen. De journalist die de hype negeert, loopt het risico te worden gestraft door de lezer of kijker die in zijn eigen media bevestiging zoekt. De journalist die de hype omarmt, wordt blind voor het andere nieuws dat wel belangrijk is. Het was, is en blijft een onoplosbare kwestie: wat is nieuws? Is nieuws alleen nieuws als het om een nieuw feit gaat? Is nieuws wat een medium uit het geheugen put om voor de vergetelheid te behoeden? Of is het een interpretatie van een kleine gebeurtenis met grote gevolgen?

«Honger in India» was in de jaren zestig een dagelijks «item». Het was inderdaad nieuws. Maar dat tien jaar later niet meer zo massaal honger werd geleden in India haalde de voorpagina’s amper, hoewel dat voor de toekomst van een miljard mensen nóg belangrijker was. En dan hebben we het maar niet over hét verwaarloosde nieuws van afgelopen kwart eeuw: de uitvinding van de pc.

De verdedigingslinie tegen kritiek is altijd hetzelfde: we moeten keuzes maken. In de zomer wordt er nog een schepje bovenop gedaan: komkommers zijn nu eenmaal niet te vermijden. De dikke Van Dale komt daarbij van pas: «Komkommertijd» is «Ben. voor de vakantietijd, waarin gewoonlijk weinig nieuws te berichten valt.» Het is link Van Dale te kritiseren. Voor je het weet, ben je zelf nieuws: in een vet gedrukt kolommetje om de geestigheid te accentueren. Maar er valt wel wat op af te dingen. Misschien is De Groene Amsterdammer door de klimatologische omstandigheden oververhit geraakt, al heeft de Code Rood van de energieleveranciers onze pc’s nog niet plat gelegd. Het kan echter ook té bont worden. Zoals met de flash-mobs of, vroeger, met de graancirkels en de onvermijdelijke lichte serie Hoe is het toch met…?

Indachtig de definitie van Van Dale is nu de rehabilitatie van de komkommer aan de orde. Ook buiten Irak, Liberia en De Bilt is het namelijk dagelijks raak. Laos bijvoorbeeld is een snel populairder wordende bestemming voor trendy reizigers in Zuidoost-Azië. Het land staat bekend als «ongerept». Wie meer leest dan de Lonely Planet krijgt een ander beeld. Laos is het meest gebombardeerde land ooit. Tijdens de Vietnamoorlog dropten Amerikaanse vliegtuigen tijdens geheime missies meer bommen op Laos dan op Duitsland en Japan samen. In Smolensk hebben de burgers nog steeds geen profijt van de «dictatuur van de wet» die president Poetin hen heeft beloofd. De aandacht voor dit Chicago van Rusland is desondanks gering.

Dichterbij woedde deze zomer een debat op de automatische piloot over het «iets-isme», anders gezegd, over God en Rede. Boeiende dichotomie, maar volgens Thijs Wöltgens ouderwets. Over verleden en mystiek van Weinreb daarentegen zwijgt men liever. Toch zijn er mensen die het laatste woord willen spreken. En, helemaal thuis, is eten vooral nieuws als Michelin de sterren uitdeelt. Het zijn leuke lijstjes, maar de gids ontkent dat eten politiek is.

Daarom deze ode aan een tijd waarin niets gebeurt en van alles aan de hand is.