Popmuziek

Ode aan een bodemloos putwijf

Popmuziek Jaap Boots

Jaap Boots is gescheiden. Jaap Boots is muzikant. Dus heeft Jaap Boots een echtscheidingsplaat gemaakt. Daarmee plaatst hij zich in een rijke traditie, die zich uitstrekt van Here, My Dear van Marvin Gaye tot Tunnel of Love van Bruce Springsteen en Face Value van Phil Collins.

Iedere echtscheidingsplaat bevat een paar nummers waar bitterheid, woede, zelfmedelijden en meer van die scheidinggerelateerde emoties al uit de titel spreken.

Phil Collins zong If Leaving Me Is Easy, Gaye You Can Leave, But It’s Going To Cost You en Springsteen Ain’t Got You.

En Jaap Boots? Het tweede nummer van zijn album Afkuil heet Kutwijf, het vijfde Het ruikt hier naar ellende.

Het zijn titels die suggereren dat Boots vindt dat hem geen echtscheiding is overkomen, maar aangedaan. Dat is een misverstand, en dat wordt duidelijk uit de rest van het album, dat juist nadrukkelijk niet verdrinkt in verdriet, maar de liefde eert, al is het dan in de verleden tijd. Boots zingt vaak ingetogen en klinkt dan een beetje als Ernst Jansz, zijn band is nadrukkelijk geworteld in de americana.

Een heel album over het einde van de liefde zou zich alleen met de grootste moeite langs open deuren kunnen bewegen. Gelukkig doet Boots die moeite niet altijd, en laat hij het cliché af en toe gewoon toe. Dus komen in Dode vogel het hart, de lucht en zowel de schittering en de verbittering als de siddering voorbij, maar benadrukt juist de onmacht om daar nieuwe woorden voor te vinden de aanhankelijkheidsverklaring die het nummer uiteindelijk is. Alsof ook de tekstschrijver even moegevochten was.

In een van de beste nummers, Hallo, regeert de machteloosheid (‘En ik snap wat ze bedoelt, maar ik het begrijp het voor geen meter/ Maken woorden alles ziek, of maken ze het beter?’), in het afsluitende Terug naar Brussel doen de goede voornemens dat. Het is nadrukkelijk licht aan het eind van de tunnel, opgetogen van toon en vlot van tempo want voorwaarts gaat het leven, maar gelukkig met instandhouding van een eerlijk simplisme: ‘Eerst ging alles goed, toen ging alles slecht.’

Zo was het natuurlijk niet, maar echtscheidingsplaten gaan niet over hoe het zat, maar hoe het voelde. Daarom is Kutwijf het prijsnummer van het album: het ontbeert verfijning, zowel muzikaal als tekstueel. Het is onredelijk (‘Ik begin het nu te leren: jij kwam op de wereld om Jaap te bezeren’), bevat de hopeloze borstklopperij van de verlatene (‘Ik gaf je alles wat ik had/ Mijn lul, mijn leven, een grote zak patat’), de geschonden loyaliteit (‘Je verraadde onze liefde’), het zelfbedrog van het zogenaamde inzicht (‘Nu zie ik eindelijk wie je werkelijk bent/ Een echte hoer van Babylon, een vals en wreed serpent’) en uiteraard, onvermijdelijk, de wraak in de vorm van het leedvermaak om het verdriet aan de overkant: ‘Nu sta je er alleen voor en de dagen worden doffer/ Niets kan het nog verhullen, zelfs niet je nieuwe lover.’

Jaap Boots, Afkuil (Rosa Records)