Birth of Joy

Ode aan het rockcliché

Over de hiphop in Nederland valt veel vrolijkmakends te melden, over de rock heel wat minder. Zeker, het derde album van De Staat was vorig jaar het derde sterke op rij, maar De Staat is inmiddels een gevestigde waarde in de Nederlandse rockmuziek.

Medium muziek birth of joy

Het laatste album van Anouk was majestueus, maar geen rockplaat. Nieuwkomer Jett Rebel is een opvallend talent, zowel op het podium als op zijn twee mini-albums, maar zijn talent en stijlkeuze zijn dermate breed dat het hem te kort zou doen hem als alleen rockzanger te kwalificeren. Opvallend, in de goede zin van het woord, was afgelopen jaar het naamloze debuutalbum van Monomyth, met nummers die vol zelfvertrouwen de tijd namen om op te bouwen: het kortste nummer op het album duurde nog steeds ruim negen minuten.

Maar waar het achterblijft, is een nieuwe generatie bands die doen wat bijvoorbeeld Peter Pan Speedrock rond de eeuwwisseling deed en het duo Zzz iets later: Nederlandse rock opnieuw van zuurstof voorzien. En dan de rock zonder opsmuk, de rock zonder vernieuwingsdrang, rock die in een rechte lijn terug de geschiedenis in gaat via MC5 en Motörhead richting de blues. Peter Pan Speedrock viel op door de compromisloze, bijna primitieve energie die uit al die aftik-en-voorwaarts-nummers sprak. Puntige statements van nummers waren het, zelden haalden ze de drie minuten tussen kop en staart. Wat Peter Pan Speedrock deed (en nog steeds doet, overigens) met bas, gitaar en drums, deed Zzz met nóg minimalere middelen: een orgel en een drum. Meer bleek niet nodig om te beuken en te dampen. Wat ze gemeen hadden, was een zekere viezigheid: de muziek rook naar zweet, druipend van slierten lang haar. Deze rock was gladgestreken noch geëngageerd: de teksten reikten nooit verder dan het vocabulaire van het genre, de onderwerpen passeerden nooit de grenzen van de subcultuur. Bij beide bands was het altijd zaterdagavond.

Díe rock, klinkend naar de garage, is in Nederland al een tijdje schaars. Het relatief jonge traumahelikopter uit Groningen (drie mannen, twee gitaren, geen bas, geen hoofdletter) is sinds een paar jaar een gelukkige uitzondering: hier wordt de erfenis van de Jon Spencer Blues Explosion beleden. Het Limburgse trio DeWolff is live spannend en grijpt zonder enige neiging tot verbloeming van invloeden terug op decennia voor hun geboorte, maar is consequent te verliefd op jamsessies en solo’s om tot puntige nummers te komen.

En nu is er Birth of Joy, een trio (drum, gitaar/zang, orgel) uit Utrecht. Ze bestaan al een paar jaar en maakten al twee cd’s, maar hun nieuwe album Prisoner is meer dan drie stappen vooruit. De sound was er al: rock uit vervlogen jaren, puttend uit eigenlijk alle relevante groten uit het genre: van The Doors tot Led Zeppelin. Maar op Prisoner trekken de bravoure en de kwaliteit van de nummers samen op. Het is een heerlijk album, waarop de rock altijd een groove heeft, en de groove immer rockt. Zanger Kevin Stunnenberg (nog even een artiestennaam bedenken) kan loeien, zijn band dampen. Jazeker, dat zijn clichés van kwalificaties, maar het gaat hier om muziek die van clichés aan elkaar hangt. En dan niet als beperking of armoede, maar als stijlkeuze. Sterker: Birth of Joy is een ode aan het rockcliché.


Birth of Joy, Prisoner (Suburban Records). Birth of Joy speelt 8 maart in Rotown, Rotterdam

Beeld: Birth of Joy (Tridim).