Toneel

Oefening in geduld

TONEEL NTGent/TGA speelt Maeterlinck

Graaf Maurice Polydor Marie Bernard Maeterlinck (1862-1949) was een Gentenaar uit de haute bourgeoisie. Rond 1900 was hij de beroemdste Vlaming ooit, hoewel hij zijn meeste werken in het Frans schreef. In 1911 ontving hij de Nobelprijs voor literatuur. Zijn werk omvat essays, poëzie, novellen, romans en veel toneel. Het sprookjesachtige liefdesstuk Pelléas et Mélisande werd een libretto voor de gelijknamige opera van Claude Debussy. Zijn teksten haalden Hollywood (De blauwe vogel, met het kindersterretje Shirley Temple in de hoofdrol), zijn stukken werden overal in Europa gespeeld. In Vlaanderen is hij vergeten, korte tijd zelfs verboden: de katholieke kerk plaatste hem op de index als antiklerikaal auteur. Toen de van oorsprong Zwitserse (nu: Europese) toneelmaker Christoph Marthaler voor het eerst in Gent werkte, kende hij Maeterlinck al. In Berlijn had hij diens symbolistische eenakter De indringer verknoopt met het werk van de Beierse dada-komiek Karl Valentin. Hij ontdekte beiden als verre voorlopers van Samuel Beckett. Ooit zou hij nog eens een toneelavond maken geïnspireerd op teksten van Maurice Maeterlinck. Dat is nu gebeurd: Maeterlinck, een voorstelling van NTGent en Toneelgroep Amsterdam.

Marthalers vaste ontwerper Anna Viebrock heeft geen decor maar een ruimte ontworpen. Een bouwval waar het lekt en waar in de vloer veel oneffenheden schuilgaan. In het centrum van de hoge ruimte staan naaimachines die een ongelooflijke herrie maken. Aan de machines vier naaisters die stoffen stikken – Gent kende in de hoogtijjaren van Maeterlinck honderden van dergelijke naaiateliers, waar onmenselijke toestanden standaard waren. Aan de randen van de speelvloer loopt een verhoogde loopruimte voor de patrons, de bazen van de ateliers, de machtigen, de ijzigen. De voorstelling handelt over het spel tussen die twee groepen. In dat spel tekent zich het klassieke patroon af tussen de eigenaars van de productiemiddelen en de vrouwen die dag in, dag uit die productiemiddelen (de naaimachines) beheersen en beheren. Voor dat spel worden ruimschoots teksten geleend uit het werk van Maeterlinck. Als het spel stokt – omdat niemand nog argumenten heeft, of iets wat ook maar in de buurt komt – wordt er, zoals zo vaak bij Marthaler, gezongen, prachtig gezongen, op de tonen van Debussy, Satie, Bizet, Mozart, Purcell, Zemlinsky. Als de tijd is aangebroken de klasseverhoudingen eens grondig om te ploegen – waar dat precies plaats vindt, geen idee, misschien de ‘Gentse Fiesten’ of het carnaval? – bestaat het gezongen repertoire uit Vlaamse volksliedjes die niet schunnig genoeg kunnen. De naaisters nemen tijdelijk de macht over, de patrons moeten zich zien te redden achter de naaimachines. Wat natuurlijk niet lukt.

Regisseur Marthaler is dol op het stilzetten van de tijd op het toneel. Hij houdt ook van mensen die ‘uit hún tijd’ zijn gevallen, de eenzamen die het allemaal nét niet redden. Zijn beroemde en beruchte grimlach-humor stelt hij in Maeterlinck uit tot het laatste uur. De voorstelling is een bewonderenswaardige oefening in toneelgeduld. Het Gentse publiek had dat geduld de avond dat ik er was, twee dagen na de première, in een aanvankelijk uitverkocht huis, niet. Naar schatting een kwart verliet de zaal, tijdens de twee uur en één kwartier durende uitvoering, met slaande deuren. Veel achterblijvers zaten de voorstelling morrend uit. Met een slap applausje werden de spelers naar de kleedkamers gestuurd. Op het Baafseplein voor NTGent waren nog lang de woedende reacties van toeschouwers te horen. En hun ruzies met het publiek dat juist wél had genoten. Waaronder deze toeschouwer. Die zich veilig buiten het strijdgewoel hield. Ik had nog werk genoeg om het hallucinerende schouwspel dat Maeterlinck is op me te laten inwerken.

Maeterlinck door NTGent & TGA. 3 t/m 20 april, Stadsschouwburg Amsterdam, 020-6242311