Oefeningen in gevoelloosheid

Wie anno 2015 oorlogsromans leest van vlak na 1945 – Norman Mailers The Naked and the Dead (1948), Irwin Shaws The Young Lions (1948) of William Styrons Lie Down in Darkness (1951), mag niet met de kennis van nu die boeken van toen beoordelen. Toch blijven die drie verhalen van drie meestervertellers recht overeind staan.

De vertaling van Shaws epos is onlangs heruitgegeven. De narratieve kracht van het verhaal – het consequent volgen tussen 1938 en 1945 van drie soldaten – blijft geldig omdat Shaw door die vertelwijze het simpele zwart-witschema (Duitsland als boeman, Amerika als bevrijder) voortdurend van kritisch commentaar voorziet tussen de regels door.

Shaw, wiens reputatie vooral steunt op korte verhalen in The New Yorker en elders, groeide op in de Zuid-Bronx en Brooklyn en maakte naam als schrijver voor de radio (de Dick Tracy-serie), Broadway en Hollywood. In de Tweede Wereldoorlog was hij adjudant-onderofficier. De jonge leeuwen staat dan ook midden in de smerige frontlinie, thuis en op het slagveld.

De drie jonge mannen om wie het gaat zijn de Oostenrijkse ex-skileraar Christian Diestl, de Amerikaans-joodse Noah Ackerman en de Broadway- en Hollywood-producent en womanizer Michael Whitacre. ‘Zorg dat je uit het leger blijft. Het is niet voor mensen’, schrijft een soldaat in opleiding aan Noah, die door zijn onzekere, in zichzelf gekeerde gedrag niet geschikt lijkt voor het Amerikaanse leger, dat niet vrij is van racisme en antisemitisme. Noah vecht zich letterlijk een weg naar respect, zoals hij zich ook een weg baant naar de vrouw op wie hij zijn hoop heeft gevestigd. Michael merkt dat hij wordt omringd door militante thuisblijvers, schijnpatriotten en hysterici die zich drukker maken om toneelspel op Broadway dan om het war theatre, bijvoorbeeld duizenden doden in Barcelona tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Met Christian Diestl heeft Michael iets gemeen: zowel de Gestapo als de fbi meent dat zij communist zijn.

Medium hh 48652751

Shaw had een vierde personage op het oog: een kogel, waarvan hij het levensverhaal wilde vertellen: van begin naar dodelijk einde. Hij had het plan het lood uit de grond, door mijnwerkers naar boven gehaald, te volgen tot ver na de fabrieksmatige productie voor de oorlog: smelten, vormen, inpakken, vervoeren. Ten slotte zou die kogel in de patroonhouder van Michaels geweer terechtkomen, dat dan zou afgaan… De bedoeling was dat die kogel de drie levens van zijn hoofdpersonages op een fatale manier met elkaar zou verbinden. Maar Shaw zag ervan af, jammer genoeg, omdat ook zonder die kogel zich langzaam maar zeker een relatie ontwikkelde tussen Diestl, Ackerman en Whitacre.

Is Shaws vrouwbeeld anno 1948 representatief voor wat de gemiddelde ­ex-soldaat van ‘de vrouw’ vond?

Om aan te geven dat hij toch alles met alles en met iedereen wilde verbinden, schreef hij een caleidoscopisch beeld van het Londen midden in de oorlog: pagina’s lang verspringt hij per alinea van perspectief om zo een totaalbeeld te kunnen creëren van een geallieerde hoofdstad in oorlog én om een hommage te brengen aan Babbitt (1922), waarin Sinclair Lewis hetzelfde vertelprocédé hanteert.

Toch blijft Christian Diestl het meest intrigerende personage. Hij is veel meer dan een simpele slechterik en de lezer kan angstwekkend ver met hem meegaan als het gaat om wraak, verraad en moord. Hij wordt de vleesgeworden bestialisering, de koele moordmachine die het ultieme product is van Goebbels’ bijna perfecte propaganda-apparaat. Hij oefent zich het intensiefst in gevoelloosheid om zo te kunnen overleven en hij kijkt het diepst in de muil van de dood: in Afrika, in Frankrijk en in het bijna verslagen Duitsland van 1945. Maar Christian blijft solitair en is aan het slot met niemand meer solidair. Zijn zielenstaat (maar ook die van Noah en Michael) wordt verwoord door de verharde soldaat Hardenburg: ‘Wanneer we alle gewetenswroeging en alle gewetensbezwaren overboord gooien zullen we het grootste volk zijn in de westerse geschiedenis.’ Hij is het die zijn gezicht verliest, letterlijk, en de hand aan zichzelf slaat.

En dan zijn er nog de vrouwen op de achtergrond. Of is het de voorgrond? Michael grossiert in vluchtige (Hollywood-)relaties, de sociaal onhandige Noah richt zich op één vrouw en Christian komt alleen verraderlijke vrouwen tegen, in Berlijn en Frankrijk. Wat moet ik zeggen? Dat Shaws vrouwbeeld anno 1948 representatief is voor wat de gemiddelde ex-soldaat van ‘de vrouw’ vond? De zogenaamde vrouwenafdeling van De jonge leeuwen is gedateerd. Laat verder maar.

De hebt-uw-vijand-lief-preek van een oude predikant in Dover, waarnaar Noah luistert, verbergt de boodschap die Shaw wel degelijk in zijn roman heeft verpakt: ‘Zeg mij liever hoe u geweend hebt om de Duitse soldaat die alleen tegenover u stond, die ten volle bewapend en gevaarlijk dreigend tegenover u stond en die u gedwongen was te doden, dan, zeg ik, dan bent u mijn verdediger en de verdediger van mijn kerk en mijn Engeland.’

Aan het eind wordt die soldaat inderdaad gedood. Omdat het moet of uit wraak? Uit gevoelloosheid of uit verdriet? Het is de ex-Hollywood-producer Michael die daadwerkelijk én symbolisch de trekker overhaalt. Nazi-Duitsland krijgt de kogel. Maar toch: hoe vanuit de gevoelloosheid weer tot een gevoeligheid te komen als iedereen om wie je geeft er niet meer is? Ook de overwinnaars bleven zwaargewond.


Beeld: Irwin Shaw, 1970. Foto Lebrtecht Music + Arts / HH