Verschillende snelheden in Afrika

Oeganda is geen Rwanda

De oorsprong van de mens ligt in Afrika, zijn toekomst wordt ook meer en meer Afrikaans. In 2100 bevat het continent bijna veertig procent van de wereldbevolking. Toch staat er geen malthusiaanse catastrofe voor de deur.

Medium 31 5d 20clock 20tower 20ground kampala

Het leven, zegt Ibrahim Bakiika (58) in zijn cabine van baksteen en leem, is een worsteling. Regen druppelt door de kieren in het golfplaten dak en landt op het afgepeigerde bruine bankstel. Regen is in elk geval wel goed nieuws voor de maïs, de bananen en het suikerriet rond Bakiika’s huisje, en daarmee toch ook voor Bakiika zelf. Verkoop van een deel van de gewassen levert hem wat geld op, boven op de inkomsten uit zijn werk in het abattoir in het nabijgelegen dorp.

Ibrahim Bakiika leeft op een akkertje in Oeganda, samen met zijn vierde vrouw en hun zes kinderen. Alles bij elkaar heeft hij tien kinderen. De vier kinderen die hij kreeg met twee andere vrouwen wonen elders. ‘Ik houd van al mijn kinderen, ik heb ze graag om me heen’, vertelt hij. ‘Veel kinderen hebben is geen onderwerp. Als mijn vader mij niet had geproduceerd, was ik er toch ook niet geweest?’ redeneert de Anglicaanse christen.

Hij ontdekte gaandeweg wel hoe moeilijk het is om een groeiend aantal kinderen te onderhouden van een doorsnee inkomen van zevenduizend shilling (1,75 euro) per dag. Eten haalt hij dan wel van zijn akkertje, maar hoe betaalt hij straks het schoolgeld?

Onderwijs op de lagere school werd eind jaren negentig voor Oegandese kinderen gratis toegankelijk gemaakt, mede door financiële bijdragen van westerse donorlanden. Ouders betalen nog voor pennen en schriftjes en dat lukt Bakiika ook wel. De middelbare school vergt echter inschrijfgeld. Ouders doen hun best om dit geld bijeen te sprokkelen, want ze zien graag dat hun kinderen doorleren: dat vergroot de kansen op werk, wat op termijn ook profijt oplevert voor de ouders. Maar schoolgeld neertellen is lastig als je veel kinderen hebt.

Alleen Bakiika’s twee oudsten zijn de leeftijd gepasseerd waarop kinderen naar de middelbare school gaan. Eentje bakt bakstenen uit klei om geld te verdienen, de ander bestuurt een taxibrommer, een boda boda. Voor de acht resterende kinderen, inclusief twee die elders wonen, is Bakiika financieel verantwoordelijk. ‘Ik weet niet hoe ik moet betalen voor hun middelbare school’, zegt hij.

Nóg meer nageslacht lijkt Bakiika niet zo’n goed plan, ook al houdt hij van kinderen. Hij en zijn vierde vrouw, Alice Nakato (40), gebruiken tegenwoordig condooms als ze seks hebben. Condooms zijn gratis bij de kliniek in het dorp even verderop.

Kinderen zoals die van Bakiika zijn de kinderen die schuilgaan achter de cijfers van de VN over Afrika’s ongekende bevolkingsaanwas. Op het continent leven naar schatting 1,1 miljard mensen, een aantal dat volgens de ‘mediumvariant’ van de prognoses meer dan verdubbelt voor 2050, tot 2,4 miljard. Voor 2100 houden de VN rekening met 4,3 miljard Afrikanen.

Meer dan de helft van de wereldwijde bevolkingsgroei voor 2050 zal zich voltrekken in Afrika. Tegen 2050 zal naar verwachting een kwart van de aardbewoners Afrikaan zijn, en tegen 2100 39 procent. Europa krimpt mogelijk van 738 miljoen inwoners nu, via 707 miljoen in 2050, tot 646 miljoen in 2100. De oorsprong van de mens ligt in Afrika; de toekomst van de mensheid wordt ook meer en meer Afrikaans, zoals Unicef vorig jaar noteerde.

Doelend op de mogelijke gevolgen van Oeganda’s bevolkingsexplosie voor het welzijn van de inwoners zegt John Mushomi: ‘Een erge situatie wordt erger.’ Hij is als onderzoeker en docent verbonden aan de vakgroep bevolkingsstudies van de Makerere Universiteit in de hoofdstad Kampala. Oeganda’s bevolking groeit zelfs voor Afrikaanse begrippen snel. In 1950, toen het land nog een Britse kolonie was, waren er vijf miljoen Oegandezen. Nu zijn het er volgens de VN 39 miljoen (Oeganda zelf houdt het op 34,5 miljoen). Voor 2030 voorzien de VN 61 miljoen Oegandezen, voor 2050 101 miljoen en voor 2100 zelfs 202 miljoen.

Een groot inwonertal hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Het gaat om de balans tussen mensen en middelen. Oost-Aziatische landen ervoeren in de tweede helft van de vorige eeuw een daling van hun sterftecijfers die werd gevolgd door een daling van de vruchtbaarheidscijfers. Relatief meer inwoners vielen in de leeftijdscategorieën die geld verdienen, waarmee het relatief kleiner geworden aantal kinderen en ouderen onderhouden kon worden. Het algehele welvaartspeil steeg.

Volgens Mushomi gaat Oeganda voorlopig nog niet zo’n ‘demografisch dividend’ innen. Sterftecijfers in Oeganda zijn gedaald – aids, malaria en andere infectieziektes worden effectiever bestreden – maar vruchtbaarheidscijfers dalen vooralsnog minder snel. Een Oegandese vrouw krijgt gemiddeld zes kinderen, een van de hoogste vruchtbaarheidscijfers in Afrika. Sociaal-culturele factoren spelen hierbij een rol. De Iteso-stam in Oeganda’s oosten bezingt in het populaire lied Eyauni emali jongetjes die later de zorg op zich zullen nemen en meisjes die koeien binnenbrengen als bruidsschat.

Het vruchtbaarheidscijfer blijft ook hoog omdat Oegandezen onvoldoende toegang hebben tot voorbehoedmiddelen. Organisaties op het terrein van gezinsplanning stellen dat een derde van de Oegandese vrouwen die geboortebeperking wensen geen beschikking heeft over condooms of implantaten.

‘De regering geeft niets om haar eigen bevolking. Oegandezen zijn verweesd’

‘Veel mensen blijven kinderen zien als hun pensioenvoorziening’, stelt John Mushomi, omdat ze te weinig middelen hebben om daarin op een andere manier te voorzien. Volgens de Society for International Development had in 2012 welgeteld 1,6 procent van de Oegandezen een formele betrekking. Een grote meerderheid blijft voor haar bestaan dus afhankelijk van een kleine minderheid die werkt in de formele en informele sector of de zelfvoorzienende landbouw. Momenteel staat tegenover iedere acht Oegandezen één Oegandees die de bestaansmiddelen verschaft.

Oeganda heeft volgens de VN de gemiddeld op één na jongste bevolking ter wereld, na Niger. Van de Oegandezen is naar schatting 48,1 procent jonger dan vijftien. Minder dan een kwart is ouder dan dertig. Tenzij er ingrijpende veranderingen plaatsvinden, zullen de krottenwijken in Kampala verder uitdijen en zal de druk op de grond, bossen en andere natuurlijke bronnen van Oeganda blijven toenemen. John Mushomi houdt hiervoor vooral de overheid verantwoordelijk: ‘De regering geeft niets om haar eigen bevolking. Oegandezen zijn verweesd.’

Het land kent zoals veel Afrikaanse landen fraaie macro-economische groeicijfers, maar de groei wordt niet gebruikt voor het scheppen van banen, zoals wel gebeurt in de strikt geleide staten Rwanda en Ethiopië, of het creëren van een gelijkwaardiger samenleving middels herverdelingsmechanismen. Gebeurde dit wel, dan zouden de randvoorwaarden voor een demografische transitie kunnen worden gecreëerd.

Oeganda’s president Yoweri Museveni pleit sinds kort voor gezinsplanning, een verandering ten opzichte van zijn eerdere stelling dat een grote bevolking als zodanig een bron van rijkdom is. Maar in de praktijk is gezinsplanning in Oeganda vooral het werk van westerse organisaties. De regering van Museveni – aan de macht sinds 1986 – houdt zich meer bezig met lijfsbehoud en zelfverrijking.

Al in de jaren tachtig omarmde Museveni marktliberalisatie en privatisering, een aanpak die heeft geleid tot een levendige private sector waaruit een hoofdstedelijke consumentenklasse is voortgekomen met vrije toegang tot informatie. Reclameboodschappen staan zelfs op de reflecterende hesjes van verkeersagenten in Kampala en op de hokjes van douanebeambten op de luchthaven in de stad Entebbe. De liberalisering ging echter ook gepaard met duizelingwekkende corruptie. Wie voor zorg, onderwijs of andere voorzieningen is aangewezen op de publieke sfeer staat er alleen voor, of moet hopen op bijstand van een ngo.

De doorgaande bevolkingsgroei verklaart waarom Afrika de enige regio is waar sinds de eeuwwisseling het aantal arme mensen in absolute zin is toegenomen. Tegenwoordig moeten ruim vierhonderd miljoen Afrikanen rondkomen van minder dan 1,25 dollar per dag, aldus de Wereldbank. Procentueel nam het aantal armen wel af, met ruim tien procent. Veel Afrikanen zijn uit de extreme armoede getild dankzij de krachtsinspanning in het kader van de millenniumdoelstellingen van de VN. Maar er kwamen veel Afrikanen bij die in armoede werden geboren.

Deskundige John Mushomi is bezorgd, maar hij verwacht geen malthusiaanse catastrofe met miljoenen doden door hongersnoden en ziektes. Geen ‘coming anarchy’ zoals die in 1994 werd voorspeld door Robert Kaplan. De Amerikaanse journalist zag het door burgeroorlogen verscheurde West-Afrika als voorbode van een wereld die door de toenemende druk op mens en milieu vervalt tot ‘criminele anarchie’. Wie weet, zegt Mushomi, wat voor goeds technologische vindingen in petto hebben voor de mensheid. En misschien verbetert de politiek in Afrika in de jaren die gaan komen. Vruchtbaarheidscijfers nemen mogelijk sneller af dan de VN voorspellen: als gevolg van beter beleid, of anders doordat het voor mensen steeds moeilijker wordt kinderen financieel te onderhouden.

En er zijn de Sustainable Development Goals, de opvolgers van de millenniumdoelen, die voor 2030 moeten leiden tot een meer duurzame economische groei, duurzaam stadsleven, behoud van ecosystemen en totale uitbanning van armoede. Er is zeker hoop als de nieuwe doelen zo serieus genomen worden als de afspraken van rond de eeuwwisseling.

Voorlopig gaat Oeganda echter door op het bestaande pad. In Kampala blijven dan ook de informele nederzettingen uitdijen naast de woonwijken voor de nieuwe middenklasse. Kampala was oorspronkelijk, net als Rome, een ‘stad op zeven heuvels’. De koloniale Britten leefden op de heuveltoppen, hun Afrikaanse personeel woonde in de dalen. Na de onafhankelijkheid in 1962 werd de raciale scheidslijn vervangen door een sociaal-economische: rijke Oegandezen wonen tegenwoordig ook hoog boven de walmen en het getoeter van de rest van de stad. Hun chauffeurs en schoonmaaksters leven in de krottenwijken die als bruine rivieren door de dalen golven.

Kampala is nog geen Lagos of Nairobi, de hoofdsteden van Nigeria en Kenia met hun echt enorme sloppenwijken, verkeersinfarcten en gewelddadige criminaliteit. Kampala is nog groen. De vraag is hoe het verder gaat. ‘Planning’ is hier vooral reageren wanneer de situatie echt uit de hand is gelopen, in plaats van vooruitzien en daarnaar handelen. Bij gebrek aan openbaar vervoer scheuren 150.000 taxibrommers iedere dag over wegen vol gaten, over de enkele stoep die er ligt of gewoon tegen het verkeer in.

UN Habitat, de VN-afdeling die ijvert voor verbetering van menselijke nederzettingen, riep vorig jaar op tot ‘radicaal’ nieuwe verbeeldingskracht voor Afrika’s razendsnel groeiende steden. De twintigste-eeuwse, westerse notie van de stad als poort naar een beter bestaan is bezuiden de Sahara niet langer adequaat. UN Habitat vergeleek Kampala met Kigali, de hoofdstad van buurland Rwanda, waar wél werk wordt gemaakt van stadsplanning. In Kigali zijn amper krottenwijken of files. In augustus werd er een start gemaakt met Afrika’s eerste autovrije zone. De Rwandese regering verbiedt mensen simpelweg om naar de stad te trekken en ze sluit zwervers op, een beleid dat wel op gespannen voet staat met burgerlijke vrijheden.

De meeste Afrikanen leven nog altijd op het platteland waar de bevolking in rap tempo toeneemt. Ruraal Afrika kent weer haar eigen uitdagingen. In Oeganda leeft ruim tachtig procent van de mensen op het platteland. Omdat zo veel mensen voor hun bestaan rechtstreeks aangewezen zijn op natuurlijke bronnen staat er een grote druk op het milieu.

‘Tegenwoordig schrikken steeds meer ouders als ze worden geconfronteerd met twee nieuwe kinderen in plaats van één’

Oeganda is vergeleken met veel andere Afrikaanse landen vruchtbaar, met zijn gunstige temperaturen en zijn gunstige regens. Met het Victoriameer, de Nijl en de vele andere waterbronnen. Aan voedsel is hier zelden een gebrek geweest. Het weldadige klimaat en de uitbundige vegetatie imponeerden in 1907 een bezoekende Britse parlementariër. Oeganda, schreef Winston Churchill in zijn reisverslag My African Journey, is ‘waarlijk de parel van Afrika’.

Maar sinds Churchills bezoek zijn de bossen van dit kroonjuweel gereduceerd van vijftig procent van het landoppervlak tot iets meer dan tien procent. Plattelandsbewoners hakken massaal bomen om voor de productie van houtskool waarop ze, bij gebrek aan elektriciteit, koken. De voormalige bosgronden worden soms in gebruik genomen als landbouwgrond, maar het steeds intensievere gebruik hiervan leidt tot bodemuitputting.

De regering heeft een doelstelling geformuleerd om door middel van herbebossing voor 2040 het bosareaal weer op te krikken, tot 24 procent van het landoppervlak. Ethiopië bijvoorbeeld heeft al een start gemaakt met herbebossing. De vraag is of in Oeganda de politiek ook serieus is over de belofte. Landroof en grondspeculatie zijn aan de orde van de dag.

De toenemende druk op het milieu heeft meer verschijningsvormen. In het Victoriameer is het bestand van nijlbaars tussen 1999 en 2009 met een factor zes afgenomen, aldus Oeganda’s officiële instantie voor milieubeheer Nema. Door de bevolkingsgroei komen er steeds meer Oegandezen die proberen geld te verdienen door te vissen. ‘Dit verklaart ook waarom inmiddels veertig procent van de gevangen vis nog niet volgroeid is’, stelt Nema, dat adviseert om sterker in te zetten op fish farming.

Moerasachtige oppervlaktes verdwijnen ook gestaag, als gevolg van de uitdijende steden. Moerassen functioneren in Oeganda als natuurlijke systemen voor onder meer afwatering. Nema voorziet meer wateroverlast in de steden en meer gevallen van met cholera besmet water.

Oeganda maakt bij alle negatieve tijdingen wel werk van het opwekken van energie die de economische bedrijvigheid moet bevorderen, wat moet leiden tot welvaartsgroei die zich kan vertalen in een afnemende bevolkingsgroei. In de Nijl verrijzen stuwdammen voor het genereren van elektriciteit en in Oeganda’s grootste natuurreservaat Murchison Falls National Park en naast het Albertmeer is olie aangeboord. Zulke projecten gaan niet direct ten koste van landbouwareaal, al bedreigen ze wel weer plaatselijke ecosystemen en wilde dieren.

Ibrahim Bakiika, de man met zes kinderen in huis, ondervindt de toenemende bevolkingsdruk aan den lijve. Hij bewerkte anderhalve hectare grond voordat zijn landheer de helft terugvorderde om het vanwege de toegenomen waarde aan iemand anders te verkopen. In Oeganda wordt de grond steeds verder verkaveld omdat volwassen mannen geacht worden hun eigen erfje te verzorgen zodra ze trouwen en kinderen krijgen. Bakiika krijgt steeds meer buren. ‘Twintig jaar geleden, toen ik hier kwam, was dit allemaal nog leeg’, zegt hij wijzend naar de omgeving. ‘Nu is er te weinig grond.’

Jerome Otim (36) bezit helemaal geen grond. De chauffeur huurt met zijn vrouw een huisje in Kampala. Ze hebben drie kinderen: twee jongetjes, van negen en vier, en een meisje van zes. ‘Meer kinderen kan ik niet betalen’, zegt hij. Zijn vrouw heeft bij een kliniek anticonceptie-implantaten gekregen.

Otim verdient per maand omgerekend zo’n 175 euro, beduidend meer dan Bakiika, die ook nog eens meer kinderen kreeg. Maar Otim legt uit dat hij het niettemin zwaar heeft: hij ontfermde zich ook over de zeven kinderen die achterbleven toen drie broers en een zus overleden. Otim: ‘Zo gaat dat in onze cultuur.’ Het zevental woont tegenwoordig in het huisje bij Otim, diens vrouw en hun drie biologische kinderen.

Net als Bakiika verwacht Otim dat het moeilijk zal worden om het schoolgeld voor de middelbare school te betalen. Educatie van vooral meisjes kan helpen om in Afrika de vruchtbaarheidscijfers naar beneden te brengen. Onderzoek wijst uit dat meisjes die school afmaken op latere leeftijd kinderen krijgen en gemiddeld ook minder kinderen krijgen.

Charles Musana is projectmanager bij het Bevolkingssecretariaat van Oeganda, een overheidsinstantie die belast is met het coördineren van de vooral door westerse ngo’s gefinancierde en uitgevoerde activiteiten op het terrein van gezinsplanning. Een voorname speler in Oeganda is ook het Bevolkingsfonds van de VN, unfpa. Musana zegt dat Oegandezen die aan geboortebeperkende middelen en methodes beginnen, dat doen ‘uit een groeiend besef dat het verstandig is om geboortes te plannen en om voldoende tijd tussen geboortes te nemen’. Dit besef, meent Musana, komt niet alleen voort uit financiële ontberingen. ‘Het is ook te danken aan campagnes voor bewustmaking.’

Musana heeft zelf één kind, een meisje. Meer kinderen wil hij niet. Lachend: ‘I walk the talk.’ Hij onderstreept dat het verder aan zijn landgenoten is om te beslissen hoeveel kinderen zij willen. Een officiële eenkindpolitiek zoals in China gaat volgens hem in tegen mensenrechten. Zo’n beleid maakt in Afrika trouwens sowieso geen kans, stelt Musana. Op kinderloosheid rust in Oeganda een taboe. De stam de Batooro, in het westen, stopt kinderloze doden traditioneel in een graf met bananenbladeren, als symbool voor het leven dat de overledene leidde: dat van iemand die consumeerde en niet produceerde. Als het een man is wordt de dode voorafgaand aan de begrafenis uit zijn huis gedragen door de achterdeur en niet door de voordeur.

De grootste stam van Oeganda, de Baganda, beschouwt tweelingen traditioneel als een zegen. Een vader van tweelingen krijgt de naam Ssalango, de moeder wordt Nnalongo. Maar, zegt Henry Wasswa, een journalist die behoort tot de Baganda: ‘Tegenwoordig schrikken steeds meer ouders als ze opeens geconfronteerd worden met twee nieuwe kinderen in plaats van één. Ze weten niet hoe ze voor de kinderen moeten zorgen.’ Wat doen de ouders dan? Wasswa: ‘Ze laten kinderen achter in de geboortekliniek.’


Beeld: Clock Tower Ground, Kampala, Oeganda, uit de serie Africa Junction. Foto Lard Buurman