Oeganda neemt afscheid van honger en ziektes

Kampala - Oeganda wordt Afrika’s volgende olieproducent, en dus domineert de klassieke vraag het debat: wordt olie een zegen, of - zoals zo vaak op het continent - een vloek?

Minimaal een miljard vaten die wachten op productie leveren tegen de huidige marktprijs 95 miljard euro op, ruim zeven keer de omvang van de Oegandese economie. De productie begint naar verwachting volgend jaar en wordt uitgevoerd door het Ierse Tullow Oil, Total uit Frankrijk en het Chinese cnooc.

Een voorbeeld van wat Oeganda mogelijk te wachten staat is Buliisa, een verzameling hutten van modder en riet naast het Albertmeer op de grens met Congo. Buliisa is booming sinds Tullow er in 2006 olie aanboorde. Langs de ene, door koeien en geiten bevolkte stofweg die Buliisa verbindt met de buitenwereld staat tegenwoordig een kantoortje van de oliefirma. Net als een eerste bank, eerste tankstation en eerste telefoonmast. Op zeven winkeltjes prijkt nu het gele logo van de Zuid-Afrikaanse belgigant mtn.

‘Tienduizend inwoners van Buliisa kregen dankzij de olie werk als bouwvakker, chauffeur of drager’, jubelt Innocent Byenkya. ‘Zelfs een van mijn eigen huishouders kon koeien kopen en zijn kinderen naar school sturen.’ Innocent Bykenkya is de pastoor van Buliisa. Zelf profiteerde hij ook: Tullow schonk hem een zonne­paneel. De pastoor in de binnenlanden van Afrika kijkt dankzij de olie tegenwoordig tv.

Maar Buliisa biedt ook een ander verhaal. Kisembo Diine treurt nog steeds om de dag dat hij de tien miljoen shilling (drieduizend euro) compensatie accepteerde nadat olie was gevonden onder zijn hut. ‘Tien miljoen shilling veel geld? Nadat ik materiaal had gekocht voor mijn nieuwe huis en schoolgeld had betaald voor mijn zeven kinderen was het op’, vertelt hij naast zijn winkeltje van klei. Waar eens zijn huis en mangobomen stonden, voeren nu medewerkers van Tullow de laatste testboringen uit.

Inwoners tien meter naast het olieveld klagen over herrie, stank en zwermen vliegen die ’s nachts afkomen op de felle bouwlampen. ‘We hebben een protestbrief aan Tullow geschreven’, zegt een vrouw, ‘ze zouden gisteren antwoord geven maar we hebben niks gehoord.’

De toekomst van Buliisa wordt uiteindelijk bepaald in Kampala, de hoofdstad van Oeganda. President Yoweri Museveni belooft de olieopbrengsten te besteden aan infrastructuur en armoedebestrijding. ‘Oeganda zal definitief afscheid nemen van ziektes, honger, armoede en afhankelijkheid van donorlanden.’

Dat laatste is precies wat Dickens Kamugisha vreest. Kamugisha is directeur van het Africa Institute for Energy Governance, een ngo in Kampala. ‘Museveni zal de oliegelden gebruiken om zijn afhankelijkheid te verkleinen van donorlanden die hem dwingen om mensenrechten en democratie te respecteren’, zegt hij. Museveni, meent Kamugisha, zal van de inkomsten bovendien zijn herverkiezing in 2016 financieren. Museveni, aan de macht sinds 1986, werd aanvankelijk geprezen om de stabiliteit die hij bracht na de chaos onder Idi Amin en Milton Obote. Inmiddels wordt zijn eigen bewind steeds repressiever. In 2005 al schrapte hij de grondwettelijke termijn op het presidentschap.

Kamugisha verwijst naar Museveni’s greep in Oeganda’s buitenlandse deviezenreserves om zijn herverkiezing vorig jaar te bekostigen en om zes Russische straaljagers te kopen ter waarde van 740 miljoen dollar. Museveni’s bestedingsdrift is volgens analisten een oorzaak van de inflatie van 27 procent waar Oeganda tegenwoordig mee kampt. Kamugisha: ‘En zo’n president vertelt ons dat hij de oliegelden gaat gebruiken om brandstof en elektriciteit goed­koper te maken?’