Oekraïense monniken missen de oligarchen

Kiev – Het Holenklooster, de zetel van de Oekraïense orthodoxe kerk, kampt met financiële problemen. De geloofsgemeenschap aan de Dnjepr, die gesticht werd in 1051 en beroemd is vanwege haar ondergrondse gangenstelsel, kan vanwege de economische crisis het hoofd nauwelijks boven water houden.

Een dag voor Palmzondag is het stil in de straten van het klooster. Vrouwen verkopen palmtakken aan dagjesmensen, terwijl bedelaars en invaliden hun kostje bij elkaar scharrelen. Alleen bij het holenstelsel, waar in stikdonkere gangen monniken uit vervlogen eeuwen liggen opgebaard, dromt een groep toeristen en gelovigen samen. Vrouwen zonder rok krijgen een groen schort om. Wie de glazen kistjes wil kussen, dient lippenstift te verwijderen. Als teken van deemoedigheid, en voor de hygiëne.

In een interview met de Oekraïense krant Vesti klaagde vicaris Pavel, leider van het klooster, zijn nood. De banktegoeden van het klooster zouden in rook zijn opgegaan en de regering zou zich ronduit onbarmhartig opstellen. Ze verhoogde 1 april de kosten voor gas, water en licht naar vijftienduizend euro per maand. Ook werd de huursubsidie voor het twintig hectare grote complex rigoureus afgeschaft.

Hoewel de vele kerken en gebouwen op het kloosterterrein dringend toe zijn aan restauratie kunnen de monniken de prijs van bakstenen en cement niet meer betalen. Ook met de productie van souvenirs, een belangrijke inkomstenbron, gaat het slecht. Door de crisis zijn de kosten van verf voor de iconen gestegen, net als die van de was en lontjes voor de kaarsen.

De klaagzang van de monniken lijkt vooralsnog aan dovemansoren gericht. President Porosjenko, een gelovig maar druk man, kreeg het met hen aan de stok toen hij zonder vergunning een woning wilde bouwen in de bewaakte bufferzone rond het klooster. De monniken begonnen een rechtszaak en de bouw ligt sindsdien stil. Ook van de vele mecenassen die het complex telde onder de afgezette oud-president Janoekovitsj valt weinig te verwachten: zij zitten door de crisis aan de grond of in het buitenland.

Het klooster zag zich daarom genoodzaakt zijn prijzen flink te verhogen. De iconen en wierookvaten verdubbelden in prijs, kaarsen kosten nu elf cent in plaats van zeven. Het enige waar niet op beknibbeld kan worden, aldus vicaris Pavel, zijn de met goud bestikte brokaten priestergewaden die worden gemaakt in het eigen naaiatelier. Hij kan er kort over zijn: ‘Daarop bezuinigen zou een zonde zijn. Een priester die zich voor God vertoont, moet er goed uitzien.’