Oekraïense zangeres blijkt niet patriottisch genoeg

Kiev – Oekraïne doet dit jaar niet mee aan het Eurovisie Songfestival – en ja, dat is nieuws. Twee weken geleden werd zangeres MARUV, in het dagelijks leven Anna Korsoen, door de Oekraïense televisiekijkers uitverkozen om het land te vertegenwoordigen op het grootste muziekevenement ter wereld. Haar act Siren Song had alles in zich om een klapper te worden: hese vrouwenzang, bombastische synthesizers en een volkomen nietszeggende tekst. Maar de Oekraïense publieke omroep trok Korsoens deelname al snel weer in, omdat er geen overeenstemming was bereikt over haar ‘missie als vertegenwoordiger van Oekraïne’. Voor de goede verstaander: ze was niet voldoende patriottisch bevonden. Daarop werd Korsoen publiekelijk door het slijk gehaald. Zelfs de minister van Cultuur liet weten dat ‘de staat vertegenwoordigd moet worden door waardige artiesten, Oekraïense patriotten die zich van hun verantwoordelijkheid bewust zijn’. Korsoen sloeg terug met een post op Instagram: ‘Ik ben een Oekraïense burger, ik betaal mijn belastingen en hou oprecht van Oekraïne. Maar ik weiger slogans uit te dragen die mijn deelname aan de competitie veranderen in een promoactie voor onze politici.’ Later bleek dat ook de nationale nummers twee, drie en vier liever afzagen van deelname. Er zat niets anders op dan het hele circus af te blazen.

Het Songfestival is een big deal in Oekraïne. In 2004 gaf de overwinning van Roeslana veel Oekraïners het gevoel mee te tellen in Europa. De zege van Jamala in 2016, met een lied over de bloedige deportatie van de Krim-Tataren onder Stalin, was een kleine morele overwinning op Rusland, dat twee jaar daarvoor de Krim had geannexeerd. Rusland tekende protest aan tegen het ‘politiek beladen’ nummer, maar de organisatie besliste in het voordeel van Oekraïne – de tekst ging toch over een historische gebeurtenis? Dit jaar speelt de politisering van het Songfestival Oekraïne juist parten. In de krampachtige nadruk op Korsoens ‘missie’ klinkt een echo uit de sovjettijd, toen artiesten ook geacht werden het landsbelang te dienen. Bovendien is het hypocriet: de zangeres ligt onder vuur wegens concerten in Rusland, maar de Oekraïense wet verbiedt zulke optredens niet. De Oekraïense leiders noemen het conflict met Rusland weliswaar een oorlog, officieel heerst tussen beide landen vrede. Het gevolg: verwarring over wat wel en niet mag. En willekeur, want de macht van het vonnis ligt nu bij de publieke opinie. In zo’n atmosfeer is het logisch dat niemand zin heeft om Oekraïne op het Songfestival te vertegenwoordigen.