De onderkant van Europa (1)

Oekraïne aan de Douro

BRAGA – Ze slapen iedere avond in de muziekkapel in het park bij de Avenida de Liberdade in Braga. Ze drinken pure alcohol en eten de resten uit de afvalbakken bij de plaatselijke McDonald’s. Ze komen uit de Oekraïne en zitten in de val in Portugal, zonder papieren, zonder geld, vaak ook zonder paspoort. Ze dromen maar van één ding: terugkeren naar huis. Het is wachten op een wonder.

Soms gebeurt er ook echt een wonder. Een paar maanden geleden kwam er een televisieploeg langs. Drie van hen werden geïnterviewd: een paar dagen later kregen ze hun paspoort terug en een enkele reis Kiev.

Maar zoals zij zijn er in Noord-Portugal meer dan tweehonderdduizend, of misschien nog wel meer — niemand telt hen, en rampen komen eerder dan wonderen. Niet zo lang geleden werden drie Oekraïners die lagen te slapen in een gegoede buurt in Porto doodgeknuppeld. De daders zijn nooit gevonden. Anderen sterven gewoon van kou, ondervoeding en uitputting. De mortuaria liggen vol met «corpos de ninguem»; lijken die door niemand worden geclaimd en die uiteindelijk anoniem worden gecremeerd en uitgestrooid over de bergen van de noordelijke Minho-streek.

In 1998 stelde Portugal de grenzen open voor gastarbeiders uit Oost-Europa. Ze kwamen met tienduizenden tegelijk, uit Rusland, Moldavië, Litouwen, Roemenië, maar vooral uit de Oekraïne, om te werken in de bouw, bijvoorbeeld voor de nieuwe voetbalstadions van Euro 2004. Het transport werd meestal geregeld door de maffia, die drie- tot vijfhonderd dollar voor transport vroeg en het eerste maandsalaris voor zich opeiste. In de Oekraïne is vijftig euro al een respectabel maandsalaris, en in Portugal zouden ze zeker drie-, misschien wel vijfhonderd euro kunnen verdienen.

«De eerste maand krijg je meestal wel je geld», zegt Sergej, een 27-jarige bouwvakker uit Kiev die vastbesloten is zo snel mogelijk te vertrekken. «Iedereen is dan tevreden. Maar de maand daarop zegt de baas dat hij nu geen geld heeft, dat hij nog zit te wachten. Dan betaalt hij alleen je eten en het geld voor je slaapplaats, niet meer dan een stuk kale vloer in een twee kamerappartement dat je moet delen met twintig man. De derde maand precies hetzelfde. De vierde maand is de baas opeens weg. Komt er een andere baas, maar die wil de achterstallige salarissen dan niet betalen. Als je naar de rechtbank stapt om je beklag te doen en je geld te eisen, krijg je van de rechter te horen dat hij niets aan verklaringen van Oekraïners heeft. Een Portugees moet je verhaal bevestigen, maar die doen dat niet. Zo verdien je uiteindelijk evenveel als je in de Oekraïne had gedaan. De meeste mannen moeten ook nog geld naar huis sturen. Aan het eind van het liedje hebben ze niets. Ze leven van rijst, aardappelen en alcohol. Is het dan gek dat ze gaan stelen en roven?»

In november 2001 maakte de nieuwe Portugese regering met een nieuwe wet een eind aan de arbeidsimmigratie uit het oosten. De goedkope arbeidskrachten bleven echter over de grens komen, iedere dag zeker tien bussen met minstens 54 man erin, aldus Sergej. «De Portugese bazen zijn gek op arbeiders uit de Oekra ine. Ze zijn goedkoop en werken veertien uur per dag als het moet. Maar nu durven ze bijna geen Oekraïners meer aan te nemen: de boete op een illegale werknemer is vijftigduizend euro of vijf jaar gevangenis.»

Circa 75.000 Oekraïense gastarbeiders in Portugal beschikken over een verblijfsvergunning, maar als ze zes maanden geen werk hebben, zijn ook zij illegaal en zinken ze even diep weg als hun 250.000 clandestiene landgenoten.

Sergej: «Als je illegaal bent, pakt de politie je paspoort van je af en krijg je een brief waarin staat dat je binnen twintig dagen het land uitmoet. Bijna iedereen die ik ken heeft zo’n brief op zak, maar niemand heeft geld om de reis te betalen. Het beste zou zijn als de Portugese regering ons ten minste nog één maand legaal liet werken om de reis terug te kunnen betalen.»