Oercatastrofe

MARTIN KRAAIJESTEIN EN PAUL SCHULTEN (RED.)
WANKEL EVENWICHT: NEUTRAAL NEDERLAND EN DE EERSTE WERELDOORLOG
Aspekt, 372 blz., € 24,95

Tien jaar geleden hield historicus Maarten Brands, toen hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, een lezing waarin hij stelde dat als gevolg van de Nederlandse neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog deze oorlog niet was opgenomen in ‘ons nationale bestand van collectieve herinneringen’. Dit was volgens hem de voornaamste oorzaak van het feit dat er in Nederland zo weinig onderzoek gedaan was naar deze oorlog, die dikwijls wordt gezien als de Urkatastrophe van de twintigste eeuw. Wanneer die laatste opmerking overigens was bedoeld als verwijt, kwam hij wel uit een merkwaardige hoek, aangezien Brands na zijn dissertatie uit 1965 nauwelijks nog een noemenswaardige wetenschappelijke publicatie heeft afgeleverd.

Belangrijker is echter dat anno 2007 de situatie aanzienlijk gewijzigd is. De afgelopen jaren zijn er niet alleen veel vertalingen verschenen van boeken over de ‘Grote Oorlog’, ook werden er aanzienlijk wat boeken en artikelen gepubliceerd waarin de positie van Nederland in de jaren 1914-1918 centraal staat. De Eerste Wereldoorlog en zelfs het neutrale Nederland uit die dagen genieten tegenwoordig veel belangstelling.

Uit het openingsartikel van Piet Blaas blijkt overigens dat Brands’ stelling dat Nederlandse historici weinig belangstelling hebben getoond, alleen klopt indien we niet verder terugblikken dan tot 1945. In het interbellum hebben tal van historici onderzoek gedaan naar het conflict waaraan Nederland was ontsnapt. Sommigen van hen schreven daar al in de jaren 1914-1918 stukken over, merendeels journalistiek.

Een van de Nederlandse intellectuelen die zich tijdens de oorlog uitvoerig bezighielden met de positie van Nederland te midden van deze wereldbrand was de toenmalige hoofdredacteur van De (Groene) Amsterdammer, hoogleraar strafrecht J.A. van Hamel. In haar boeiende artikel over Van Hamel beschrijft Ismee Tames hoe hij in zijn weekblad de sluikse Duitse propaganda bestreed en het weekblad De Toekomst ontmaskerde als een spreekbuis van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarnaast schreef hij artikelen waarin hij zijn visie op de internationale verhoudingen en de bedreigde onafhankelijkheid van Nederland ontvouwde.

Andere artikelen in deze bundel handelen onder meer over de gevolgen voor Nederland van de Britse blokkade en de Duitse duikbootoorlog, de Nederlandse economie in deze jaren en de medische hulp die Nederlanders verleenden aan het westelijk front. Interessant is voorts ook de bijdrage over de grote legermanoeuvres van 1916, omdat die laat zien hoe het Nederlandse leger zich, althans in theorie, trachtte aan te passen aan de sterk veranderende wijze van oorlogvoeren.