Beeldende kunst

Oerknal in Amsterdam

Beeldende kunst: ‹Entropic Meltdown› in SMBA

«Fobieën zijn er om te overwinnen», aldus Elena Beelaerts. Ze zag zojuist een vrouw gillend de tentoonstellingsruimte verlaten. Uit transparant plexiglas heeft de kunstenaar een enorme «blob» gemaakt, zoals ze het zelf noemt. Het gevaarte hangt hellend midden in de ruimte, op ooghoogte. Bekeken van een afstand doemt de associatie op met een uitvergrote en vereenvoudigde muis. De bezoeker kan zijn hoofd erin steken, omdat de verder gesloten vorm van onderen twee onderdekte koepeltjes vrij laat. Nu is ook het binnenste zichtbaar van wat al van de buitenkant was te zien: levende muizen rennen rond. Het verklaart wellicht de angst van de vrouw.

Naast de eerste behoeften van de muizen zijn met papier beplakte plastic buizen in het binnenste van dit Zelfportret als amoebe (2004) gevouwen. Het systeem bezit een interne logica die intrigeert, maar die voor de bezoeker niet altijd even duidelijk is. Zeker is dat de muizen zich er thuis in voelen: zij hebben nestjes gebouwd in wat nog het meest lijkt op hun eigen darmkanaal.

De tentoonstelling Entropic Meltdown (Happy Sadness) die momenteel is te zien in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, toont de interesse van drie kunstenaars voor het organische, voor het verval en de destructie, maar ook voor progressie, voor groei en voor het mechanische. Het is voor het eerst dat zij samen exposeren. Naast werk van de Nederlandse Elena Beelaerts is dat van Jovi Schnell (San Fransisco) en Fritz Welch (New York) te zien. Zodra je de afgeladen ruimte binnenloopt valt de lichte chaos op die er heerst.

De kunstwerken staan op gespannen voet met elkaar. In vergelijking met de klinische zienswijze van Beelaerts is Schnells werk poëtisch. Zij maakte de wandvullende muurschildering Eyeshot Valley of the Micromacro Maiden (2004), waarin een meisje met grote lippen en geloken ogen in een landschap ligt van bloemen en wolken, opgebouwd uit strakke lijnen en felle kleuren. Vormen worden herhaald, verdraaid, doorgesneden, gespiegeld en op nieuw gebruikt: een golvend wolkmotief komt terug in de contouren van de heuvel waar tegen de jonge vrouw rust. Minuscule spiegels in deze intense en complexe schildering geven het werk tevens een nieuwe dimensie: hoe zie jij de wereld? Hoe ziet de wereld eruit?

Aanvankelijk lijkt Welch de grote afwezige in de samenwerking van de drie kunstenaars. Maar vervolgens merk je dat zijn presentie overal is, op een subtiele manier. Zijn toon is expressief als zijn performances, en ironisch, licht agressief bij wijle. Zo wordt de bezoeker wanneer hij de laatste ruimte binnenloopt, geconfronteerd met een kleine, verstilde, zwarte, wijzende katapult, Haint (2004). En maakte Welch een lang geel fries met een tekst in spiegelbeeld, getiteld Will They, Won’t They? (2004). Welch zegt in woord wat de beide andere exposanten verbeelden: verbazing en vertwijfeling over de ambiguïteit en soms schrijnend tegengestelde belangen van deze wereld. Het zijn levensvragen, die alleen maar met nieuwe vragen kunnen worden beantwoord.

In het Stedelijk Bureau zijn scheppende krachten in het spel, dynamiek en beweging die alleen maar kunnen worden gecontinueerd (na Amsterdam zal de tentoonstelling naar San Fransisco reizen, daarna naar New York). Welch, Schnell en Beelaerts maakten een tentoonstelling als een zondvloed, of als een oerknal, die wellicht de coherentie mist die je van een tentoonstelling zou verwachten. Je kunt ervoor weglopen, maar het getoonde maakt benieuwd naar de volgende stap in dit «weltschöpferische» project.

Tot en met 4 juli in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59