Oerol- De zee neemt geen afscheid

Terschelling- De kunst eist zijn tol. Na een paar dagen dakpannen planten op het strand van Terschelling heeft Machiel Spaan zo'n pijn in zijn armen dat hij amper een potlood kan optillen. En dan te bedenken dat nog maar de helft van de vijfduizend dakpannen zijn geplant die er nog vóór de opening van Oerol moeten komen.

Medium oerol tracymets

‘Pannenland’ heet het project van architect Machiel Spaan en landschapsarchitect Bruno Doedens van SLeM (Stichting Landschapstheater en Meer). Hun dakpannen - de grote, robuuste, langwerpige Franse soort - staan rechtop in het zand in een strak grid dat zich uitstrekt over het strand van Hoorn aan Zee. Ze vangen de wind en het zand, er ontstaan richels en ophopingen en duintjes - kortom, ze maken in het klein de grote natuurlijke processen zichtbaar die het landschap van de Wadden nog altijd vormen. De pannen zijn meteen na Oerol weer weggehaald, maar op hun timelapse video’s is het kolken van het zand nog beter te zien.

Pannenland was bedacht als zowel een locatie voor de openingsvoorstelling van Oerol dit jaar, door het Franse gezelschap Biztaki, als een workshop in situ voor een seminar dat dit jaar voor het eerst werd georganiseerd als onderdeel van de dertigste editie van het festival. Spaan nodigde mij uit als gastcurator van het seminar, dat ik als motto een citaat van Proust meegaf: ‘Op een echte ontdekkingsreis ben je niet op zoek naar nieuwe landschappen, maar naar nieuwe ogen.’

Medium le collectif g 460x307

Oprichter Joop Mulder wilde aan het festival een moment van reflectie koppelen over wat hij noemt ‘culturele landschapsontwikkeling’, dat wil zeggen de relatie tussen kunst en cultuur, landschap en natuur en economie, in dit geval van Noord-Nederland. In twee intensieve dagen hoorden de 35 deelnemers lezingen van onder anderen technokunstenaar Daan Roosegaarde en landschapskunstenaar Jeroen van Westen, dachten ze in twee workshops na over het herontwerpen van de dijken op het eiland, en gingen ze op excursie naar Pannenland, de vuilnisbelt de Nollekes die Observatorium in een openluchtheater heeft getransformeerd, een tijdelijk bouwsel van Cal-Earth op het strand en de Wierschuur waar de Waddenvereniging vertelde over de herintroductie van het verdwenen zeegras.

Joop Mulder en ik delen een fascinatie voor het dubbelzinnige van het Waddenlandschap. Enerzijds koesteren we de Wadden als een parel van natuurlijkheid en verbeelden ons de eilanden als een oase van puurheid. De Wadden hebben immers in 2009 de status gekregen van Unesco Werelderfgoed. Maar anderzijds weten we heus wel dat dit landschap voor een belangrijk deel is ontstaan door menselijke ingrepen in dat eeuwenlange proces van zandophopingen en slibafzettingen. De eindeloze uitzichten over de brede stranden en de Noordzee lijken ons boven onszelf uit te tillen, maar de duinen en de dijken hebben we er echt zelf neergelegd.

We verlangen naar het ongerepte, maar bestaan bij gratie van het interveniëren. En de manier waarop we dat doen, is altijd een weerspiegeling van de opvattingen en waarden van dat moment - nu eens functioneel en dirigistisch, dan eens zoekend naar een balans, of wellicht een compromis, met de natuur. Volgens Joop Mulder biedt de kunst een ingang om ons meer verbonden te voelen met de plek en om het voortdurende onderhoud te begrijpen dat dit high-maintenance landschap vereist.

‘We moeten niet het landschap van ooit willen terughalen’, zegt hij, ‘maar er een eigentijdse invulling aan geven. In het begin van Oerol was onze kreet: “Vrije vogels en gekooide mensen”. Het eiland lag vol met prikkeldraad, de natuur was van de experts en de mensen mochten nergens komen. Dat is wel veranderd, mede dankzij dit festival, maar nog steeds is het moeilijk te begrijpen waarom jij je hondje niet in de natuur mag begraven terwijl Staatsbosbeheer met grote draglines de boel ondersteboven haalt. Als je ziet hoeveel wij als samenleving investeren in natuurontwikkeling is het niet te verkopen als de instanties alles vanaf de tekentafel willen regisseren en de mensen er vandaan houden.’

Terugkeer van het zeegras en van het stuiven van de duinen - is dit nostalgie, of het in ere herstellen van een vrijere omgang met het landschap en de natuur die we kwijt waren geraakt? In zijn boek Op zoek naar onze natuur: Perspectieven voor wildernis (innovatienetwerk, 2012) voert Bram van de Klundert, nu directeur van het Waddenfonds, een aantal redenen aan waarom we opschuiven naar wat hij noemt ‘wildernisnatuur’. De huidige rigide regelgeving is niet alleen te duur, maar verveemdt mensen ook van hun omgeving. ‘Praktisch gezien is het goedkoper om minder te tuinieren en meer te laten gebeuren. En als je doelstellingen te specifiek zijn, dan is iedere verandering een probleem.’

In zijn pleidooi voor een ontspannener natuurbeeld staat Van de Klundert op één lijn met Joop Mulder. ‘Als het klopt dat mensen vooral hechten aan het landschap en de natuur van hun jeugd, dan zal de volgende generatie natuurliefhebbers rigoureus andere beelden hebben dan voorgaande generaties - en ook andere gevoelens daarbij. Neem niet het verleden maar de toekomst als uitgangspunt.’

Als Leeuwarden in 2018 culturele hoofdstad wordt, dan wil Oerol een manifestatie organiseren onder de naam Sense of Place. Het moet zowel een terugkeer naar de natuur zijn als een reis naar de avant-garde in de kunst, zegt Joop Mulder. Over de hele lengte van de Waddenkust en het noorden van Friesland wil hij kunstwerken en land art plaatsen, van onder andere de Rotterdamse kunstenaarsgroep Observatorium, Bruno Doedens’ SLeM, Pierre Sauvageot die muziekinstrumenten maakt die door de wind worden bespeeld en de non-profit organisatie Cal-Earth uit Californië die met minimale middelen bouwt, namelijk met aarde.

Bedoeling is dat Sense of Place daarna een permanente land art-tentoonstelling wordt. Net als Oerol zelf, dat volgens Joop Mulder inmiddels vijftien procent van de economie van Terschelling genereert, zal Sense of Place ook een stimulans zijn voor de noordelijke economie.

Lichtend voorbeeld voor Oerol en zijn Sense of Place is Estuaire, een Franse manifestatie van landschapskunst die vanaf 2004 wordt gehouden langs de zestig kilometer van de Loire tussen Nantes en zijn havenstad St. Nazaire. Er zijn drie edities geweest, vertelt curator David Moinard, in 2007, 2009 en 2012. Elk jaar hebben internationale kunstenaars, jong en oud, bekend en onbekend, rond de dertig kunstwerken gemaakt aan weerskanten van de rivier. De meeste zijn tijdelijke installaties, elk jaar worden sommige aangekocht. ‘s Zomers is de hele route per schip over de Loire te bezoeken.

Moinard laat een reeks indrukwekkende beelden zien. Een bakstenen huis van drie verdiepingen dat in de rivier lijkt weg te zinken. Een simpel houten pad dat het moeras toegankelijk maakt. Een reusachtige ruggengraat die half in het water ligt, schijnbaar van een niet te benoemen prehistorisch dier. Een stompe fabrieksschoorsteen - met een huisje erop dat te huur is als hotelkamer. Als je het kunstwerk van de Deen Jeppe Hein ziet, begrijp je hoe wezenlijk onderhoud is: pas als je op het bankje gaat zitten dat hij naast de vijver heeft geplaatst, begint ineens de fontein te spuiten.

Medium screen shot 2013 06 25 at 12.53.30 pm

'Estuaire is een event en een verzameling’, vertelt Moinard, ‘geen beeldenpark - er zit geen hek omheen. Wij houden de permanente werken ook in eigendom. Elke aflevering heeft een budget van acht miljoen euro, waarvan zes van de twee steden en twee van private partijen en sponsors, plus een half miljoen voor onderhoud.’ Nantes besteedt al 23 jaar vijftien procent van zijn budget aan kunst en cultuur (de politieke samenstelling van het stadsbestuur is ook al die tijd onveranderd socialistisch gebleven).

Die volharding betaalt zich volgens Moinard dubbel en dwars terug. Eerst wordt het imago van de stad beter, vervolgens willen bedrijven en toeristen er naartoe komen en dan groeit de economie. In Nantes groeide het aantal bezoekers vorig jaar met tien procent, terwijl het in de andere grote Franse steden (behalve Parijs) afnam. ‘Estuaire heeft ook de relatie tussen Nantes en St. Nazaire veranderd. Ze stonden altijd met de rug naar elkaar toe, nu vormen ze een eenheid.’

De Wadden zijn de nec plus ultra van de Nederlandse kust - het ultieme strand, het uitwaaien, en de performances waarbij het landschap zowel decor als hoofdpersonage is. Hoe toepasselijk dat tijdens Oerol dit jaar in een schuur van Staatsbosbeheer de enorme maquette van de Nederlandse kust te zien was, liefst acht meter lang, als laatste halte van een lange reis door het land. Met vier beamers werden daarop de resultaten geprojecteerd van het Kustatelier, een ontwerpend onderzoek waaraan universiteiten, bedrijfsleven en overheid hebben samengewerkt.

Landschapsarchitect Jan Dirk Hoekstra die het atelier had geleid, had ‘s avonds aan tafel over het onderzoek en de uitkomsten zullen vertellen. Maar het was er zo lawaaierig dat we ons heil zochten in de - nog lege - disco van camping het Appelhof. 'De hele kust wordt recht en strak gehouden met zandsuppleties’, vertelt Hoekstra. ‘Maar het wordt veiliger en natuurlijker als we meer dynamiek toelaten. Misschien moeten we alleen zandsuppletie doen op de zwakke plekken.’

Een minstens even grote uitdaging wordt het om de eentonigheid van de Nederlandse kustplaatsen te doorbreken, die veelal hetzelfde bieden in weinig onderscheidende omgevingen met veel naoorlogs beton. Op voorstel van het Kustatelier komt er onderzoek naar het gebruik van strand en stad door mensen met GPS-apparaatjes uit te rusten.

Als we bijna klaar zijn fluistert een van de deelnemers mij in het oor dat hij een gedicht heeft geschreven, in het West-Gronings nog wel, en of hij dat mag voorlezen. Het is de Groningse dichter Willem Tjebbe Oostenbrink; zijn eerste bundel, Opdreugde troanen, verschijnt dit najaar bij uitgeverij Philip Elchers. Zo was aan hem het laatste woord, althans voor nu, over Sense of Place:

Sense of Place

Dit laand kent bij kommen

en goan zien eigen rituelen.

Zaand stöft je ien d'ogen

en krupt tussen de tonen.

Wij ontmoeten t laandschap

met n verloren blik.

Wenkbraauwen fronzen boven

n wegsloagen neus.

De mond trekt minzoam onder

n schoars begroeide lip.

Vermoeid zien we de wallen

onder ogen.

De zee geft

gien haand,

de zee nemt

gien òfscheid.

t Laand waait dij uut.


Beeld:Bruno Doedens/ Oerol: Geert Snoeijer/ Tatzu Nishi - Villa cheminée (in-situ) -www.estuaire.info