Het verhaal van de mens als abject, organisch wezen

Oerscène in de ruimte

De Alien-films vormen een nieuwe mythologie van oorsprong en geboorte. Ook Prometheus van Ridley Scott, een film over de constante identiteitscrisis van de mens. Pas op: spoilers.

GOD BESTAAT niet, God bestaat wel. Dat is de conclusie in Prometheus die helemaal geen conclusie is. Deze film onderzoekt mogelijke antwoorden op eeuwige vragen. Waar komen we vandaan, mooier, wat zouden we doen als we dat eindelijk zouden weten? Hiermee is nog niets van het echte verhaal van Ridley Scotts nieuwe film verklapt, maar onvermijdelijk wordt verder­op in dit stuk meer uit de doeken gedaan. Wie geheel onbevlekt naar Prometheus wil kan beter niet verder lezen. Dat valt aan te raden, hoewel het onmogelijk lijkt helemaal geen voorkennis over deze fabuleuze film te hebben, gegeven de lawine aan virale marketing en de eerste, tamelijk gemengde recensies en besprekingen ervan.

In de nieuwe film, die zich afspeelt in hetzelfde universum als dat van Scotts baan­brekende sciencefiction-horrorfilm Alien uit 1979, maken wetenschappers een ruimtereis naar een verre planeet die mogelijk geheimen over de oorsprong van de mensheid herbergt. Het is de wereld van de Engineers, bewoners die op mensen lijken en die in staat zijn door genetische manipulatie nieuwe biologische entiteiten te scheppen. Zoals de mens. Maar ook andere, gevaarlijkere wezens, waaronder het alienmonster. Iets wat ik niet zal verklappen: de reden waarom de Engineers tot het maken van de eerste cellen van de alien hebben besloten, behalve om te zeggen dat het antwoord een briljante referentie aan H.G. Wells’ The War of the Worlds betreft, eveneens een verhaal waarin de mogelijkheid van het bestaan van God onder ernstige druk komt te staan door de plotselinge aanwezigheid van vreemde wezens.

Goed beschouwd is er wel méér van Wells aanwezig in deze door Scott en de getalenteerde Damon Lindelof, bekend van de tv-serie Lost, geschreven film. Bijvoorbeeld in de wijze waarop de wetenschappers, voorop Elizabeth Shaw (Noomi Rapace), vragen stellen over de oorsprong van de mensheid en hierin teleurgesteld zijn als het antwoord niet conform hun verwachtingen is. Ook in The War of the Worlds heerst de pijn van ontnuchtering. De verteller spreekt van een ‘grote desillusie’ ingegeven door het slechte nieuws van de interplanetaire realiteit. Immers, het bestaan van de intelligente wezens bevestigt het fragiele en het onbelangrijke aan de mens die zijn positie in het centrum van ‘alles’ nu kwijt is geraakt. De verteller is diep geschokt, ook omdat zijn geloof niets meer voorstelt. Wanneer hij een aalmoezenier tegenkomt stelt die een vraag aan hem: ‘Why are these things permitted? What sins have we done? What are these Martians?’ Waarom de verteller riposteert: ‘What are we?’

De vraag wat de mens is vormt de rode draad in Prometheus. In de film keren de wetenschappers, onder wie Elizabeth, terug naar een soortgelijk schip als dat in het originele Alien en vinden daarin het laatste overlevende lid van het vreemde ras van Engineers. Contact tussen de mens en buitenaards leven is een feit. Twee tegenovergestelde werelden komen bij elkaar. De fusie wordt georkestreerd door Weyland Corporation. Deze multinational financiert om duistere redenen de ruimtereizen en de research, wat blijkt uit een verhaallijn over de motivering van het hoofd van Weyland, een oude man die het eeuwige leven nastreeft.

Aan boord van ruimteschip Prometheus bevindt zich een Weyland-agent: de synthetische mens David (een prachtige rol van Michael Fassbender). Hij belichaamt het motief van tweedeling of van gecombineerde werelden waardoor de hele film wordt gekenmerkt. Misschien is David zelfs een ideaalbeeld, een visioen van wat de mens zou moeten zijn of zou moeten kunnen worden, gegeven zijn mogelijkheden en gegeven de werking van de evolutie of van het creationisme, want dat laatste wordt niet helemaal buiten beschouwing gelaten. Hoe dan ook, David ziet eruit als een mens van vlees en bloed terwijl hij in werkelijkheid een machine is. Hij is kind en vader tegelijk. Met de rest van de bemanning in ‘cryoslaap’ zorgt hij voor het schip. Wanneer hij zich verveelt speelt hij spelletjes zoals basketbal en kijkt hij naar films, vooral naar David Leans Lawrence of Arabia (1962). David is overrompeld. Niet alleen blondeert hij zijn haar zoals Peter O’Toole in de titelrol, ook refereert hij aan de beeldspraak in Leans film. Op een gegeven moment citeert hij Prince Feisal die in de film tegen O’Toole/Lawrence zegt: ‘There is nothing in the desert, and no man needs nothing.’

Hoe cynisch. Hieruit blijkt zijn onbetrouwbaarheid. Hij is mens én monster. Hij is beeldschoon net als de jonge O’Toole, maar zijn bewegingen zijn staccato. Dat geeft hem iets tragisch. Hij is ‘no man’. Dat raakt ook de centrale thematiek. David impliceert wrang dat deze eenzame reizigers op zoek naar antwoorden waarop ze misschien geen recht hebben ‘niets’ zullen vinden, misschien omdat ze niet slim genoeg zijn om datgene wat wél te vinden is te kunnen doorgronden. Ze hebben dus geen recht op contact met een intelligent bewustzijn in de verre uithoeken van het heelal en zullen duur betalen voor hun hunkering naar het hogere. Hun wacht hetzelfde lot als dat van de mythologische figuur uit de filmtitel die vuur steelt bij de goden.

Toch is er wel degelijk ‘iets’. Juist door hun menselijkheid en hun zucht naar kennis – omdat ze niet ‘no man’ willen zijn, maar voluit ‘man’ of mens – gaan de personages op ontdekkingstocht. In de eerste film pikt een groep ruimtereizigers, mijnwerkers onderweg terug naar de aarde, een noodsignaal op verzonden vanaf een vreemde planeet. Bij onderzoek stuit de bemanning, waaronder luitenant Ellen Ripley (Sigourney Weaver), op een verlaten schip met slechts één lichaam erin, dat van een wezen of figuur dat inmiddels bekend staat als de space jockey. In dit gestrande schip vindt besmetting met het dna-materiaal van het monster plaats dat uiteindelijk de alien is gaan heten. De versteende space jockey zit in het dode schip in een eigenaardige stoel die nog het meest op afweergeschut lijkt, maar die in werkelijkheid een pilotenstoel is. Het schip was dus onderweg naar ergens.

ZO’N DERTIG jaar eerder. Eenmaal gewekt na de lange, kunstmatige slaap en gearriveerd op de planeet van Engineers is de begeerte naar antwoorden bij de wetenschappers groot, juist bij Elizabeth. Haar positie is interessant, omdat ze gelovig is, maar tegelijkertijd is de reden voor haar aanwezigheid in de groep de wens informatie te ontdekken die juist het bestaan van haar God van tafel zal vegen. Wat motiveert haar dan? Al haar zekerheden wankelen als blijkt dat ze zwanger is. Dat is een wonder, want haar geliefde, Charlie (Logan Marshall-Green), die zich ook aan boord van de Prometheus bevindt, is steriel.

David, de ‘geen mens’, blijkt een dubieuze rol in haar zwangerschap te spelen. Hij spreekt zacht en geruststellend tegen haar, want hij wíl iets van haar. Ze is in alle opzichten gevormd en gemanipuleerd en nu moet ze iets baren, niet een verlosser zoals in háár mythologie, maar het ‘perfecte organisme’ zoals de alien, het monster, in deze nieuwe mythologie, in deze films, wordt genoemd.

Zo tekenen zich de contouren af van een vers kernverhaal over oorsprong en geboorte die alle Alien-_films delen. Centraal staat datgene wat Barbara Creed een herbewerking van Freuds _‘primal scene narrative’ noemt: het moment waarop het kind de ouderlijke seksdaad waarneemt als iets schokkends, gewelddadigs of opwindends of alledrie tegelijk, maar nu in de vorm van een representatie van copulatie én geboorte. Freud stelt dat het kind iets monstrueus in de oerscène zou kunnen ontdekken, en dat het hierbij fantasieën over de betrokkenheid van dieren of mythische wezens zou kunnen hebben. Creed voegt hieraan toe dat mythologieën waarin mensen met dieren en andere wezens copuleren, zoals Europa en Zeus en Leda en de Zwaan, herbewerkingen van de oerscène zouden kunnen zijn. Zo ook in de _Alien-_films die mythologische voorstellingen van geboorte als een oerdaad bevatten waarbij de vader afwezig is terwijl de moeder het bepalende element in een gewelddadige gebeurtenis is.

Fusie is cruciaal in dit verhaal van oorsprong en geboorte, nu ‘geschreven’ of ‘gemanipuleerd’ door Weyland. Het bedrijf wil het kostbare dna van het alien-wezen bewaren. Dat kan het beste in een menselijke drager, in Elizabeth, oermoeder wier lichaam – net als de ruimteschepen in deze films – de locatie is waar de oerscène zich afspeelt. En waarin het biologische of primordiale samensmelt met het technologische of het industriële – ook in symbolische zin. Onder de eerste vallen de Engineers, de space jockey die een metafoor voor fusie is doordat zijn lichaam van vlees en bloed bedekt wordt door een soort exoskelet dat veel op dat van het alienmonster lijkt, en het monster zelf, een abject wezen dat associaties van infectie, ziekte, seksualiteit en de dood met zich meedraagt. Onder de tweede valt de wereld van de ruimteschepen, bemand en bestuurd door synthetische wezens, en die van de mensen die niet kunnen overleven tenzij hun lichaam wordt omgeven door kunstmatige hulzen van ruimtepakken en -helmen.

Oorsprong en geboorte. Alles komt bij elkaar in een scène van grote schoonheid: Elizabeth realiseert zich dat het monster in haar groeit. Ze heeft geen andere uitweg dan het ding op gewelddadige wijze uit haar lichaam te verwijderen. Dat doet ze door gebruik te maken van een geavanceerde machine die operaties op het menselijk lichaam kan uitvoeren. Dat klinkt radicaal; regisseur Scott gebruikt sensationele elementen als close-ups van een laserscalpel die de huid opensnijdt. Body horror in extremis. Of niet? In feite gaat het om een geboorte per noodkeizersnede, een operatie die ook in de echte wereld per definitie gewelddadig en ingrijpend is. Maar de chaotische geboorte brengt het monster. Het monstrueuze. Het abjecte.

Net als de personages komen ook wij in de Alien-_films oog in oog te staan met het weerzinwekkende: datgene wat op gewelddadige wijze uit de moeder komt, schepper van alles, schrijver van het verhaal van oorsprong en geboorte. Hoe kun je een mens worden? Een echt mens, een uniek exemplaar? Hoe kun je een ‘normale’, menselijke identiteit vormen als de grenzen van je bestaan worden bepaald door het abjecte, door infectie, door vreemd dna, misschien zelfs onderworpen aan de chaos van de darwinistische evolutie of aan de willekeur van de keuzes van een Engineer die wel of niet (een) God is? Misschien ligt in deze vragen de kern van de constante identiteitscrisis van de mens zoals vormgegeven in deze films, werken die hun bestaansrecht ontlenen aan onzekerheid over de oorsprong van alles. _Prometheus vertelt het verhaal van de mens als abject, organisch wezen, allerminst uniek, maar juist schokkend normaal gegeven de context van het oneindige heelal waar we blijkbaar weinig te zoeken hebben. Want in de woestijn is er niets. En geen mens wil niets.


Prometheus draait nu in de bioscoop