Oester

In de anderhalvemetersamenleving zijn aanraking en verbondenheid de nieuwe luxe.

Het coronavirus heeft nu al onze blik op de wereld en onszelf veranderd, zo lees ik overal. In Humo zegt Peter Verhelst dat hij bewuster probeert te leven en ‘te kiezen voor kwaliteit in plaats van kwantiteit’. Tommy Wieringa gaat eenvoudiger leven, zegt hij in hetzelfde artikel. Niet meer lunchen met mensen die iets van hem willen of dineren met mensen die hij nauwelijks kent: ‘Al dat zorgeloos vermorsen van kostbare tijd: ik ga daar niet weer aan beginnen.’

Minder mensen om je heen, minder tijd verdoen, beter je grenzen aangeven; voor een verandering klinkt het allemaal opvallend bekend. Ook vóór de pandemie streefden mensen tenslotte al massaal naar een bewuster en eenvoudiger leven, of zoals Anne-Gine Goemans in een opiniestuk voor de Volkskrant schreef: ‘een authentiek en waardevol leven’.

Goemans is blij dat het haar dankzij corona is gelukt. Tegenwoordig kan ze eindelijk ‘de bullshit’ loslaten, ze heeft haar ‘boeddhistische, taoïstische en andere spirituele boeken’ niet meer nodig, ze ziet nu in dat al die lunches, dure café latte’s, Gucci-zonnebrillen, Jimmy Choo-hakken en Apple Airpods er niet toe doen. Net zomin als al die andere bullshit zoals roken, feesten of lezers met vervelende vragen die te veel van haar willen.

Nee, het is niet nieuw allemaal. Vervang corona door een burn-out of een groot verlies en je hebt het geijkte zelfhulppraatje dat het al jaren zo goed doet. Leed leert je waar het in dit leven echt om draait, zo is het idee. Alleen zijn we nu opeens állemaal een ervaringsdeskundige.

Dat Gucci-zonnebrillen inderdaad niet zo belangrijk zijn, hebben inmiddels ook de influencers ontdekt: de mensen die via sociale media hun geld verdienen als wandelende reclamezuil voor precies die brillen. Ze reizen de wereld over naar de meest idyllische plekken om daar een mascara, dieetpil of legging aan te prijzen. Een beetje influencer krijgt er makkelijk tienduizend dollar voor. Of kreeg, want corona heeft dus alles veranderd, lees ik steeds.

Dat Gucci-zonnebrillen niet zo belangrijk zijn, hebben nu ook de influencers ontdekt

‘Influencers’ glossy lifestyles lose their shine’, kopte de BBC-website onlangs. Al die mooie plekken en gezichten ogen opeens een stuk minder aantrekkelijk. Niemand die nog zit te wachten op een Instagram-post van ene Jack Morris die op Bali naast een enorm zwembad staat en klaagt hoezeer ‘social distancing sucks’. Wie nu nog zijn conspicuous consumption etaleert, kan online op woedende reacties rekenen. Zie ook de haat jegens beroemdheden als Jennifer Lopez, Madonna of David Geffen met zijn boot. Nu bijna iedereen in financiële onzekerheid zit, voelt dit soort overdadige luxe vooral als een fluim in het gezicht. Aldus de BBC.

Volgens mij is er echter nog een reden dat influencers hun glans hebben verloren. Zelf denk ik namelijk dat hun aantrekkingskracht nooit in al die producten, paleizen of zwembaden lag, maar veel meer in het soort wereld waarin ze zich leken te bewegen. Dat was bovenal een lege wereld.

Al die foto’s met hun tienduizenden likes, uiteindelijk waren ze allemaal hetzelfde. Iemand staat alleen voor de Eiffeltoren, ligt alleen op het strand of zit alleen op een rotspunt, uitkijkend over een eindeloos blauwe zee. Dat er in werkelijkheid tientallen mensen vakkundig buiten beeld waren geduwd deed er niet toe. De droom die hier werd verkocht was een wereld waarin je de enige bent, een wereld die alleen bestaat voor jou. Dát was waar volgers en fans naar verlangden.

Totdat die leegte plotseling een heel andere lading kreeg. Op een filmpje dat momenteel eindeloos wordt gedeeld zie je kangoeroes door de verlaten straten van Sydney springen, leeuwen op een golfbaan in Zuid-Afrika liggen, geitjes in een draaimolen spelen et cetera. Prachtig, schrijven mensen erbij, eindelijk krijgen deze dieren de ruimte terug die ze is afgepakt. Want laten we eerlijk zijn, zo is de teneur; eigenlijk is de mens natuurlijk het ergste virus van allemaal. De leegte is geen luxe meer, maar een aanklacht. Tegen de mens als soort. Die mens die alleen maar aan zichzelf denkt, aan zijn eigen ontwikkeling en groei, en de wereld voor zichzelf wil hebben.

Vanzelfsprekend hebben de meeste influencers zich inmiddels aangepast. In hun nieuwe verdienmodel staat vooral zelfzorg centraal: mindfulness, schoonheidsmaskers en fitness met waterflessen. Het is een genre waarin ze ook vóór corona al grossierden, en in feite is het het equivalent van een leeg strand. Nog steeds wordt hier het idee verkocht dat de wereld je oester is waarin jij als parel moet stralen.

Het voelt zo ontzettend oud en belegen allemaal. Zeker in de toekomstige anderhalvemetersamenleving zoals die ons steeds weer wordt voorgespiegeld is luxe geen afstand en leegte meer, maar contact, aanraking en verbondenheid. Het is die andere les die tegenwoordig vaak getrokken wordt: dat we elkaar nodig hebben, dat er een inherent verlangen naar anderen bestaat. Zoals Ilja Leonard Pfeiffer in het Humo-artikel stelt: ‘We leren nu de waarde van solidariteit weer kennen.’ Maar daarbij hoort toch echt het besef dat je die anderen niet voor het uitkiezen hebt. Je kunt wel hameren op je eigen grenzen, je eigen zelfontplooiing en goede gevoel, je willen ontdoen van vervelende mensen, en dat vervolgens presenteren als levensles, maar het is wel een uiterst armoedige les. Met dit soort zelfzorgshit verandert er echt helemaal niets.