Twintig jaar na 9/11

‘Of ik moslim ben? Maakt dat uit?’

De aanslagen op de Twin Towers hadden ook voor Nederland grote gevolgen. Groepen zouden lijnrecht tegenover elkaar komen te staan en geweld zou niet geschuwd worden. Bent u dat nu al vergeten?

Luister naar dit artikel

Palestijnen in een vluchtelingenkamp in Beiroet kijken naar de aanslagen in New York. Libanon, 11 september 2001 © Ramzi Haidar / AFP / ANP

Neemt u mij niet kwalijk, meneer, maar we zijn inmiddels twintig jaar verder. Ja, ik heb het tegen u, u was zo aan het staren. U denkt nu vast: twintig jaar alweer? Dat betekent dus ook dat u flink wat ouder bent geworden. Dat geldt ook voor mij; het verstrijken van zoveel tijd is bij jezelf alleen altijd moeilijk voorstelbaar. Wat is er sindsdien allemaal gebeurd? Een ding is gebleven en dat is de baard, al breken er de laatste jaren steeds meer grijze haren door.

Ik vind het niet erg dat u naar mij stond te staren, naar mijn baard ja, natuurlijk zag ik dat. Daar ontwikkel je na al die jaren een extra zintuig voor. Goed, het laat me ook niet helemaal koud. Maar de tijd dat we hier allemaal stiekem dachten dat een donkere baard synoniem stond voor een terrorist – ik geef maar toe dat ik ook weleens op een vliegveld heb gestaan en heb gedacht: o, zitten die mannen met lange baarden in gewaden die aan het bidden zijn vlak voor het boarden echt bij mij in het vliegtuig – ligt gelukkig wel achter ons. Toch?

Het gekke is dat die mannen meer op mij lijken dan u op mij lijkt, op het oog althans. U moet dus niet denken dat wij, nu veronderstel ik dat u zo denkt, in wij en zij, niet op die manier naar elkaar kijken; natuurlijk doen wij dat ook. Ook wij zijn de afgelopen twintig jaar beïnvloed door alle gebeurtenissen en het publieke debat. Een vriend, praktiserend moslim, vertelde onlangs hoe hij heeft geworsteld met zijn geloof. Wat hij meekreeg uit instituties zoals de politiek en media wier gezag vanzelfsprekend was geweest strookte niet met de islam zoals hij die van huis uit had aangeleerd; menselijk en vredelievend. En dus begon hij te twijfelen. Is dat geloof eigenlijk wel goed?

Als je vaak genoeg hoort dat het allemaal niet deugt en zelfs een gevaar is, ga je klaarblijkelijk toch twijfelen, zeker tijdens een vormende fase van je leven. Hij was tot deze conclusie gekomen: de elite dicteert wat wij moeten denken en wij, de mensen die voortkomen uit fabrieken en flats, kwamen tegenover elkaar te staan. En we weten allemaal dat zij, de mensen die het voor het zeggen hebben, het minst last hebben van die tweedeling.

O, ik heet trouwens geen Said.

—————

Remco komt opgewonden aanrijden. Hij zit op een heftruck, wij zijn aan het werk. ‘Het is gedaan met Nederland. Dit wordt een burgeroorlog, dit wordt een burgeroorlog’, zegt hij nog net niet schreeuwend. Het is een dinsdag, vroeg in de ochtend. Terwijl in de rest van de fabriek altijd de radio aan staat op dezelfde commerciële zender, wordt hier in de loods waar wij klonten cacaoboter van tien kilo uit dozen snijden en in een grote bak gooien waar het smelt, meestal Turkse muziek gedraaid. De enige die tegensputtert en liever iets anders luistert ben ik. En als ik zo naar u kijk, denk ik ook dat u mijn muziek beter kan waarderen dan die waar mijn collega’s naar luisteren.

Ik werk hier met mijn vrienden Serkan en Oktay en we zijn hier terechtgekomen via Tuncay abi, een kennis van onze ouders. Ze betalen ons per pallet en niet per uur, we verdienen prima voor een baan die ons de tijd geeft om na te denken wat we verder willen met het leven.

Even eerder is Remco ook al langsgekomen om te vertellen dat er iets vreselijks is gebeurd in de buurt van het Oosterpark, hemelsbreed zo’n twaalf kilometer van de cacaofabriek. Het was zojuist op de radio. Er is iemand vermoord, hoogstwaarschijnlijk filmmaker Theo van Gogh. ‘Als de dader een moslim is, gaat het helemaal mis in dit land’, zegt Remco vlak voordat hij weer vertrekt met zijn heftruck. Ja, dachten wij, die gekke Remco zou weleens gelijk kunnen hebben.

U kijkt me nu wat ongelovig aan, maar bent u vergeten dat er veel mensen dachten dat het nog veel erger mis zou gaan?

Dat er groepen in onze samenleving, die tot dan toe langs elkaar heen leken te leven, lijnrecht tegenover elkaar zouden komen te staan?

Dat geweld niet geschuwd zou worden?

Dat er twee jaar eerder ondanks de enorme shock ook ergens opluchting was toen de moordenaar van Pim Fortuyn geen moslim bleek te zijn, maar een linkse extremist?

Ik roep het wellicht ten overvloede in herinnering, maar het was allemaal pas echt begonnen toen al-Qaeda onder aanvoering van Osama bin Laden besloot twee gekaapte vliegtuigen de Twin Towers van het World Trade Center in New York binnen te vliegen. Het was gefilmd, er kwamen drieduizend mensen om het leven, en het werd over de hele wereld uitgezonden en uitgezonden en uitgezonden. Het werd niet alleen een aanslag in Manhattan, maar op het hele Westen.

Daarvoor waren wij, kinderen van migranten, ook weleens buitenlanders en moesten we soms oprotten naar het land waar onze ouders waren geboren, het maakte overigens weinig uit welk land dat precies was, maar nu waren we opeens allemaal potentiële terroristen die dit land compleet de vernieling in hadden geholpen.

Je hoeft niet erg je best te doen om te zien dat moslimhaat nogal genormaliseerd is

Of ik moslim ben? Maakt dat uit? Ik ga koffie halen. Wil je ook? Heb je er wat in? Volgens mij zijn we nog lang niet uitgepraat.

—————

Ik had geen vrienden die gingen feestvieren na de aanslagen, dat zeker niet. Ik had wel vrienden die zeiden: ewa ja, eigen schuld van Amerika. Een veelgehoorde ‘maar’, overigens ook bij de strevende klasse in de westerse wereld. De Verenigde Staten waren te machtig, bemoeiden zich te veel met andere landen en legden daar hun wil op. Nu we het hier toch over hebben, mag ik u een boek aanraden? De val van een fundamentalist van de Pakistaanse schrijver Mohsin Hamid. Dat kan u helpen om mijn vrienden beter te leren begrijpen.

Het gaat over Changez, een jongeman uit Pakistan die in de Verenigde Staten gaat studeren. Hij is een briljante student aan Princeton, krijgt vervolgens een zeer prestigieuze baan en wordt verliefd op Erica. In zijn nieuwe kringen is hij de buitenstaander, en dat blijft hij ook. Niet alleen omdat hij de enige van kleur is en uit een ander land komt, hij behoort ook niet tot de upperclass waar zijn nieuwe vrienden en collega’s wel toe behoren. Hij vindt het bijna pervers hoeveel geld ze voor een diner in restaurants betalen, net zoals hun in zijn ogen veel te informele omgang met ouderen. Hoewel hij de mankementen van die strevende klasse ziet, wil hij er ook bij horen.

En dan zit hij op een dag voor zijn werk in Manilla en ziet daar in zijn hotelkamer twee vliegtuigen het wtc in zijn woonplaats New York doorboren. Changez moet lachen. ‘Ja, het mag verachtelijk klinken, maar mijn eerste reactie was opmerkelijk verheugend.’ Hij denkt niet aan de slachtoffers, het gaat hem om de symboliek; het feit dat iemand Amerika zo zichtbaar op de knieën had gekregen. Je zou kunnen zeggen dat Changez het toonbeeld is van de frase dat de VS hun eigen vijanden hebben gecreëerd.Het verhaal daarna in het kort: hij zet zich in de nasleep van de aanslagen (en omdat Afghanistan, het buurland van Pakistan, wordt aangevallen) steeds meer af van Amerika, maakt er een potje van, wordt ontslagen en gaat terug naar Pakistan. De grote vraag is: wiens schuld is dat? Die van hemzelf, hij maakt er tenslotte zelf een potje van, of van hoe hij ineens wordt behandeld en gezien na 9/11?

Dat is ook wat De val van een fundamentalist zo goed maakt. Het zijn niet alleen de racistische reacties en aanvallen die Changez te verduren krijgt na 9/11 die hem ertoe bewegen zich van Amerika (of: het Westen) af te duwen, het is ook een reactie op zichzelf. Op hoe hij steeds meer een Amerikaan begint te worden en zichzelf daarom ook veracht. Op hoe het hem nooit lukt er echt bij te horen. De poorten van een hogere klasse blijven gesloten, de wereld van onbegrensd succes die hij voorgeschoteld krijgt en die voor hem bereikbaar lijkt, is dat uiteindelijk toch niet. Of was het op voorhand al gedoemd te mislukken, wat ook al blijkt uit het feit dat hij een lach niet kan onderdrukken als hij wordt geconfronteerd met de aanslagen?

Hoe zie jij dat eigenlijk, de manier waarop vanuit het ‘Oosten’ naar het Westen wordt gekeken? Je neemt ze iets kwalijk, ik zie het aan de manier waarop je gaat verzitten. Heb je dan helemaal geen begrip?

Ik had overigens wel een vriend, een goede kennis eerder, met wie ik in de puberteit puberdingen deed. U kent het vast; jointjes roken, stiekem drinken, met meisjes afspreken. Toen ik hem jaren later tegenkwam, het moet rond 2006 zijn geweest, droeg hij traditionele kleding en zijn baard was erg lang. Of ik niet een keer mee wilde naar de moskee, of ik wel had nagedacht over het leven in het hiernamaals. Hij moet het ongeloof op mijn gezicht hebben gezien, want hij zei dat het belangrijk was daarover na te denken, want het echte leven begon daar. Enkele maanden later hoorde ik dat hij was vertrokken naar Jemen, om in een land te leven met islamitische wetten en regels. Hij zou daar in of rond een moskee leven, zo was toen het verhaal.

Ik denk soms nog aan hem, google zijn voornaam en Jemen en Nederlander maar dat is vrij kansloos met zijn net zo reguliere naam als Said.

—————
9/11 in een kroeg in Londen © Dan Chung /Reuters

Twee maanden na 9/11 schreef Orhan Pamuk een essay met de kop ‘The Anger of the Damned’ voor The New York Review of Books. Heeft u dat gelezen? De Turkse schrijver was in de veronderstelling dat grote rampen het gemeenschapsgevoel van mensen zouden versterken, zoals hij dat had gezien in zijn jeugd bij de verwoestende branden in Istanbul en later bij aardbevingen in dezelfde stad; met z’n allen de schouders eronder of meteen op zoek naar anderen om het leed te delen. Maar deze keer was het anders. Hij kwam in Istanbul een vrouw tegen die stond te huilen bij de veerboot en Pamuk zag dat ze niet verdrietig was om een familielid dat was omgekomen in Manhattan, maar omdat ze vreesde voor het einde van de wereld.

‘Later, as I walked the streets again, I met one of my neighbors. “Sir, have you seen, they have bombed America”, he said, and added fiercely, “They did the right thing.”’ Deze ‘angry old man’ is helemaal niet religieus, schrijft Pamuk. Het is een man die de kost bijeenscharrelt ‘doing minor repair jobs and gardening’. En zo komt hij meer mensen tegen die de aanslagen eerst verachten en verafschuwen, gevolgd door een ‘maar’ waarop kritiek kwam op Amerika’s politieke en economische macht.

Pamuk waarschuwde in het essay dat iedereen zich ervan bewust moest zijn dat hoe meer onschuldige mensen zouden omkomen in Afghanistan of waar dan ook in de wereld om het Amerikaanse volk tevreden te stellen ‘the more it will exacerbate the artificial tension that some quarters are trying to generate between “East” and “West” or “Islam” and “Christian civilization”; and this will only serve to bolster the terrorism that military action sets out to punish.’ Hij probeerde te begrijpen waarom miljoenen mensen in arme landen ‘die aan de kant zijn geschoven en beroofd van het recht om over hun eigen geschiedenis te beslissen’, zo boos zijn op Amerika.

‘It is neither Islam nor even poverty itself that directly engenders support for terrorists whose ferocity and ingenuity are unprecedented in human history; it is, rather, the crushing humiliation that has infected the third-world countries.’ Wat het is, schrijft Pamuk, is dat ze met eigen ogen zien hoeveel slechter zij het zelf hebben ten opzichte van de mensen in het Westen. En dan weten ze ook nog dat hun armoede ‘in aanzienlijke mate de schuld is van hun eigen dwaasheid of tekortkomingen, of van die van hun vaders of grootvaders’.

Hoe zou jij reageren? Ik zie je wat verbaasd kijken; ik geloof niet dat jij je kunt voorstellen hoe dat voelt om te weten dat je andere delen van de wereld nooit zult bijbenen of inhalen. Beledig ik je daarmee? Het is toch waar: als je in Nederland op zoek gaat naar de motieven van mensen die ‘abjecte’ dingen doen of denken, ben je een ‘knuffelaar’ of een ‘deuger’. Het zijn zowat de ergste verwijten die je iemand kunt maken.

—————

Waar ik was toen ik het hoorde? In een dorpje dat ook wel Alabama aan het Noordzeekanaal wordt genoemd door een vriend die er gewoond heeft, bij iemand van wie de vader mij niet moet. Laten we zeggen dat er in dat dorp überhaupt weinig mensen wonen die mij moeten.

Hoeveel mensen kent u die niet tegen beledigende cartoons kunnen? Kent u überhaupt een moslim?

Die vader noemt me aldoor Said en als hij wordt verbeterd (niet door mij) zegt hij: ‘O ja, sorry. Ik ben in de war met de klusjesman van kantoor.’ Op dat moment kennen we elkaar al twee jaar. Ik zie u nu ook kijken, dus nog even voor de zekerheid: ik heet helemaal geen Said.

De televisie gaat aan, die blijft ook aan, en we zitten verstard te kijken. Gebeurt dit echt? Ik herinner me nog dat iemand, wie weet ik niet meer, blijft zeggen dat het wel een film lijkt. Gelukkig moet ik die avond trainen, ik wil ergens anders zijn, we hebben een nogal gemêleerd voetbalteam met jongens die net wel of nog net niet mogen stemmen. De reacties zijn op te splitsen in tweeën: what the fuck is er gebeurd en eigen schuld van Amerika.

—————

U zegt dat het allemaal veel minder is geworden, dat het niet meer de moslims en de niet-moslims zijn die tegenover elkaar staan? Ik geef u geen ongelijk, het zijn nu vooral de vluchtelingen, maar ik ben bang dat ik het ook niet helemaal met u eens kan zijn. Natuurlijk zijn er andere onderwerpen die nu het debat domineren zoals het klimaat en de coronacrisis, het gaat er niet meer dagelijks over en gelukkig maar. Aan de andere kant hoef je ook niet heel erg je best te doen om te zien dat moslimhaat nogal genormaliseerd is.

Uit een verslag van een commissiedebat, gehouden op 20 mei 2021, over Gevangeniswezen en tbs. Gidi Markuszower (pvv): ‘En die hoge percentages van niet-westerse allochtonen hebben van onze gevangenissen broeiplekken voor islamisering en radicalisering gemaakt. Dhimmi Dekker zorgt voor halalvoedsel, koransessies, imams verkleed als geestelijk verzorgers, moskeeën in de gebedsruimte en in de cel zelfs voor een stip die richting Mekka wijst. Deze Minister faciliteert de islam in de Nederlandse gevangenissen waardoor de gevangenen radicaler eruit gaan dan ze erin komen. Wat ons betreft kunnen ze een enkele reis richting Mekka krijgen. Als de Minister dat niet wil doen, laat hij dan in ieder geval zorgen voor een stevig spreidingsbeleid en een deislamiseringsplan.’

Over de recentste situatie in Afghanistan, inclusief Afghaanse tolken. Raymond de Roon (pvv): ‘De taliban zijn een product van het volk, de geografie en de diepgewortelde en destructieve islam. Daarom wordt het nooit wat met dat land. (…) En ik vraag de minister om toe te zeggen dat Nederland geen enkele hulp aan Turkije gaat verlenen om het vliegveld in Kabul te bewaken en te beveiligen.’

Tijdens een vergadering op 17 augustus 2021, ook over Afghanistan. Sietse Fritsma (pvv): ‘Afghanistan is een land dat vergiftigd is door islam, geweld, tribalisme en extreme corruptie. Daar is echt geen vrije, democratische rechtsstaat naar westers model van te maken. Zelfs de Afghaanse leiders waar het Westen mee samenwerkte, waren niet te vertrouwen. Ze staken bijvoorbeeld keihard geld in eigen zak, dat eigenlijk gebruikt had moeten worden voor het werven van soldaten. Hopeloos. We hadden te maken met een mission impossible, en die is nu helaas overgegaan in de chaos die we vandaag zien.’

U kijkt nog niet echt overtuigd. Mag ik dan in herinnering roepen dat er onlangs tijdens een demonstratie tegen de komst in Harskamp van Afghanen dingen werden gescandeerd als: ‘Auschwitz back for blacks’ en ‘eigen volk eerst’. Dat tijdens de eerste schooldag van een islamitische basisschool de toegang met een kettingslot was geblokkeerd, inclusief bedreigende tekst en een doodshoofd? We hebben een premier die is veroordeeld voor het aanzetten tot rassendiscriminatie. Op welke partij stemt u eigenlijk?

—————

Bent u werkelijk bang voor moslims? Omdat er mensen zijn die uit naam van hetzelfde geloof aanslagen plegen? Vrouwen hebben niet dezelfde rechten als mannen en om nog maar te zwijgen over de lhbti-gemeenschap? U zegt dat ze wel erg lange tenen hebben, zelfs niet tegen spotprenten kunnen. Mag ik u geruststellen? Ik denk dat veel moslims om dezelfde reden ook bang zijn voor radicalen, zeker hier in Nederland. Hoeveel mensen kent u eigenlijk die niet tegen beledigende cartoons kunnen? Wacht even, kent u überhaupt een moslim?

Amy Zegart schreef recent in The Atlantic over haar studenten. Ze geeft al sinds de aanslagen les over 9/11. En waar ze vroeger haar best moest doen om de emoties te temperen, moet ze nu juist haar best doen om emotie in het gesprek te krijgen omdat het iets is waar de studenten vandaag de dag geen actieve herinneringen aan hebben.

Ze zien 9/11 als een lang vervlogen geschiedenis, ‘een soort zwart-wit spoel van gebeurtenissen die lang geleden hebben plaatsgevonden, naast de Koude Oorlog en de Peloponnesische Oorlog. De afstand in de tijd heeft voordelen, maar een nadeel is dat het menselijke aspect van beleidsvorming verloren gaat. In de politicologie behandelen we beleid als een Spock-achtig proces van rationele besluitvorming waarin leiders kiezen wat ze willen doen op basis van een zorgvuldige, onpartijdige analyse van opties, kosten en baten. Maar zo werkt het echte leven niet.’

Dat gaat om de gebeurtenis an sich, die in Amerika natuurlijk sowieso anders wordt beleefd. Ik denk dat als je vraagt naar de nasleep van 9/11 dat het voor studenten, ook hier in Nederland, helemaal niet iets is uit een ver verleden.

Voor een onderzoek naar hoe het integratiedebat in Nederland de afgelopen twintig jaar is verschoven, sprak ik onder meer met jongeren van een islamitische studentenvereniging. Zij waren net voor of net na 9/11 geboren, groeiden op in een klimaat waarbij hun religie altijd verdacht was. Hun werd gevraagd waarom ze een hoofddoek droegen, of juist niet. Ze moesten aan kinderen met wie ze al hun halve leven in de klas zaten uitleggen dat ze terreurgroep Islamitische Staat ook vreselijk en beangstigend vonden. Als ze op sociale media een nieuwsbericht zagen dat ook maar iets te maken had met moslims of de islam (hoe onbeduidend ook) konden ze de reacties eronder al uittekenen.

U zegt dat dat ook geldt voor de jongeren in Harskamp? Dat die van dezelfde generatie zijn en dat zij ook zijn opgegroeid met de islam als misschien wel grootste bedreiging van onze tijd? Ik geloof dat niemand dat ontkent, ook zij zijn jongeren van hun tijd. Maar het laat volgens mij ook zien dat we niet een dikke streep kunnen zetten en kunnen zeggen: het is twintig jaar geleden, we sluiten het af. Was het maar waar.

We hebben toch allemaal gezien hoe na 9/11 ook hier de weg werd geplaveid voor een anti-islampartij die sinds de oprichting vijftien jaar geleden niet alleen tussen de negen en 24 zetels schommelt, maar op dit vlak ook de koers bepaalde en nog altijd doet. Uit een analyse van meer dan een miljoen spreekbeurten in de Tweede Kamer blijkt hoe de discussie over de multiculturele samenleving na de eeuwwisseling volledig werd overgenomen door de pvv, de partij die tijdens de verkiezingen eerder dit jaar pleitte voor een ministerie van Immigratie, Remigratie, en De-islamisering. Dat bleek ook bij het analyseren van oude krantenberichten. Als er tot 2001 over de islam werd geschreven, ging dat gepaard met neutrale termen als religie en levensbeschouwing. Meteen daarna veranderde dat en werd radicaal, politiek en Wilders ineens in één adem genoemd.

U vindt Wilders te extreem, maar heeft wel moeite met de islam? Mag ik raden? De vvd? Dat verbaast me niet en dat komt niet alleen door de chino die u draagt. Heeft u weleens gehoord van de term pvv-corvee?

Tot een paar jaar geleden zei ik altijd trots dat ik geen moslim ben, en mijn ouders ook niet. Nu heb ik het toch gezegd, terwijl het natuurlijk helemaal niks uitmaakt. We vragen van moslims vaak om hun geloof voor zichzelf te houden, iets tussen het individu en god, maar we spreken ze er aan de andere kant voortdurend op aan. Misschien is het een idee als iedereen dat doet, het een beetje voor zichzelf houden?