Off with their heads!

Londen - Wie de lotgevallen van de Labour Party wil begrijpen, moet Alice in Wonderland lezen. Boven de partij zweeft de Cheshire Cat-grijns van Tony Blair, sprekers bepalen net als Humpty Dumpty zelf de betekenis van hun woorden en Gordon Brown gaat, in navolging van Sarah Palin en Job Cohen, thee drinken met kiesgerechtigden, een gebeurtenis die associaties oproept met de Mad Hatter’s Tea Party. In verkiezingstijd, tenslotte, geldt het devies ‘Off with their heads!’ van de grofgebekte Queen of Hearts. Daarbij heiligt het doel de middelen, zelfs waar het gaat om de grens tussen landsbelang en partijpolitiek.
Zo klagen rijksambtenaren er regelmatig over dat ze de plannen van de oppositie kritisch dienen door te rekenen, hetgeen niet strookt met hun staatkundige onafhankelijkheid. Ministeries besteden ondertussen recordbedragen aan advertentiecampagnes over de zegeningen van wiskundeonderwijs, gescheiden afval en gezond eten. Ex-voetballers en komieken kunnen wat bijverdienen door het regeringsbeleid aan te prijzen. Dat is nog niet eenvoudig. Het onderwijsbeleid, bijvoorbeeld, is een leerzame mislukking. Echter, de kracht van Blairs mantra 'Education, education, education!’ lag destijds in de herhaling, iets wat het begrip van een Conservatief te boven gaat. Het eindeloos repeteren van dezelfde kreet is immers een toonbeeld van slechte manieren, net als het schaamteloos aanprijzen van jezelf.
Hiermee is de achilleshiel van de Tories aangegeven: ze zijn beter in regeren dan in campagnevoeren. In The Times schreef columnist Matthew Parris dat een Tory-activist eigenlijk niet bestaat: 'Your typical local Conservative Association member is better described as a public-spirited, intelligent middle-aged-to-elderly Tory voter who cares enough about politics to join the party, attend very occasional meetings, and (perhaps because most don’t) help out a bit at elections.’ Labour daarentegen is een campagnepartij pur sang en kan een beroep doen op activisten die bereid zijn om Valentijnsdag op te offeren teneinde de kleine letters van de Tory-plannen te analyseren of 'Tory scum off our streets!’ te roepen bij bijeenkomsten van de Conservatieven.
Het fanatisme is niet tevergeefs. Ondanks een staatshuishouding van Jan Steen, boeken over zijn intimiderende manier van werken en pathologische onvermogen tot zelfkritiek, krabbelt Brown terug in de peilingen. Zelfs de door Channel 4 uitgelokte affaire rond enkele ex-ministers die graag wilden lobbyen voor het fictieve pr-bedrijf Anderson Perry (intellectueel grapje van onderzoeksjournalisten: Perry Anderson is een bekende marxistische historicus) deed hem niets. De verkiezingsbegroting van Alistair Darling, een paar dagen na de onthulling, hield meer verband met de fantasiewereld waarin de regering leeft dan met de economische realiteit. 'Alistair in Wonderland’ zo oordeelde een cartoonist. Het was bedoeld als kritiek, maar zal waarschijnlijk niet zo worden geïnterpreteerd.