Kunst: Polke-Blaudzun

Ogen en oren

Het Cobra Museum te Amstelveen toont een serie grote gouaches van de Duitse kunstenaar Sigmar Polke uit 1996, getiteld Musik ungeklärter Herkunft (muziek van onbestemde oorsprong) – en heeft de zanger en componist Blaudzun gevraagd daar muziek bij te maken. Hij selecteerde negen werken, die in een blauwe doos in het midden van de zaal zijn opgesteld, met eromheen hangend de rest van de serie. Geluid vult de ruimte en begeleidt de blik van de toeschouwer van het ene naar de volgende beeld.

Hier bevindt u zich midden in een van de oudste discussies binnen de kunsten, de strijd (‘paragone’) tussen beeld en poëzie (waar ik de muziek gemakshalve onder schaar) en het vraagstuk van het ‘verklanken’ van de zwijgende schilderkunst. Simonides van Ceos (circa 556-468 v.Chr.) begon er tweeënhalf millennium geleden al over – ‘de poëzie is een sprekend schilderij, het schilderij zwijgende poëzie’ – waarna Horatius vaststelde dat zij gelijkwaardig zijn (‘Ut Pictura Poesis’) en Vondel zei hem dat na: ‘Poëzy moet wezen als schildery’.

Dat ‘verklanken’ was en is een heikele zaak. Om te beginnen lijkt het mij dat als een kunstenaar wilde dat er muziek bij zijn werk te horen zou zijn, hij dat zelf wel had georganiseerd, en ik ken er niet veel bij wie dat het geval is. Dat musea en tentoonstellingszalen er dus niet aan beginnen, is verstandig, maar aan de andere kant schamen kunstliefhebbers zich er weer niet voor om een fijne documentairefilm over een kunstenaar van een groot geluidsdecor te voorzien. Daar kan het opeens wel, en dan ‘brengt het ons dichterbij de kunst’, of zoiets.

Blaudzun (Johannes Sigmond, 1974) en Sigmar Polke (1941-2010) hebben elkaar niet gekend, en hebben op het oog weinig gemeen, maar de zanger had naar eigen zeggen een sterke relatie met Polke’s werk en voelde zich vooral aangesproken door de titel van de serie Musik ungeklärter Herkunft. De gouaches zijn prettig divers, kleurig, met raak geklieder met de waterverf over grappige rasterprints uit de krant of de reclame. Bovendien hebben ze elk een geestige titel – ‘Blumenwasser riecht nicht, wenn man ein Stück Holzkohle hinein gibt.’ Je zou je daardoor als componist vrij kunnen voelen er een eigen steentje aan bij te dragen.

De muziek is heel aardig. Blaudzun richtte zich op zijn eigen interpretaties van de structuur en de vormen in de tekeningen, maar hij illustreerde ze niet, noch zijn de muziekstukken makkelijk tot de tekeningen te herleiden. Ze hebben vooral een dienende dimensie en vormen een introvert mengsel met twee ons Keith Jarrett, twee ons Sufjan Stevens, twee eetlepels Philip Glass, een snuf Ludovico Einaudi, wat frisse krautrock-dissonanten en een neuzelende basklarinet. Niet dominant, maar ook niet triviaal. Kortom, uitgebalanceerd werk van een getalenteerde musicus.

Klopt het ook, bij Polke’s werk – ga je al luisterend beter kijken? Geen idee. ‘Les mots et les couleurs ne sont choses pareilles/ Ni les yeux ne sont les oreilles’, schreef Jean de la Fontaine: ogen zijn geen oren. De paragone duurt voort.


Polke vs Blaudzun: Muziek van onbekende herkomst, t/m 5 april in het Cobra Museum Amstelveen, cobra-museum.nl