Stadsleven - Bij Jane Jacobs in de buurt

Ogen op straat

Voor Jane Jacobs, kampioen van het kleinschalige, was de buurt het fundament van de stad. In deze tijd van burgerparticipatie en de opkomst van burgerwachten is ‘de buurt’ langzaam maar zeker een andere betekenis aan het krijgen.

Medium be032210

Ze was nieuwsgierig, en ambitieus, en ze wilde in een échte stad wonen. In 1934 verliet Jane Butzner Scranton, Pennsylvania voor New York. Daar ontdekte ze dat ze wilde schrijven – over de stad. Ze ging vaak naar het dak van het appartementencomplex waar ze met haar zus woonde en keek naar de vuilniswagens beneden terwijl ze hun patronen door de straten vlochten. ‘What a complicated great place this is’, dacht ze volgens schrijver Anthony Flint, ‘and all these pieces of it that make it work.’

Het is bijna een eeuw geleden dat Jane, die na haar huwelijk Jacobs heette, geboren werd, en tien jaar geleden dat ze overleed. In New York ontwikkelde ze zich tot stadschroniqueur en activiste. Ze had er niet voor gestudeerd, maar ze kon scherp observeren en haar gedachten beeldend verwoorden. Over zichzelf zei ze: ‘I had no credentials, so I set myself up as my own expert.’

In zijn boek Wrestling with Moses beschrijft de Amerikaanse auteur Anthony Flint de titanenstrijd tussen haar en het machtige hoofd stadsplanning van New York, Robert Moses. Voor hem was de auto de toekomst, en hij wilde de stad moderniseren door er snelwegen doorheen te trekken. Daarvoor moesten oude en arme wijken verdwijnen. Jacobs daarentegen, geïnspireerd door haar eigen minikosmos Greenwich Village, was juist kampioene van het kleinschalige. Van overzichtelijke bebouwing met allerlei functies, zowel wonen als winkels; van hergebruik van oude gebouwen; van hoge dichtheid, zodat er genoeg mensen, en genoeg verschillende mensen op straat waren voor wat zij noemde ‘het straatballet’.

Dat was ‘een ingewikkeld ballet waarin de individuele dansers en ensembles allemaal verschillende rollen hebben die elkaar wonderbaarlijk versterken en een ordelijk geheel vormen’. De modernistische stedenbouw, zeg maar de torens van Le Corbusier, vond ze de dood in de pot, of ze nou in buitenwijken stonden of in stadsvernieuwingswijken in de bestaande stad. ‘Deze projecten zullen de stad niet revitaliseren, ze zullen haar doden’, schreef ze over de plannen voor stadsvernieuwing in New York. ‘Ze zullen stabiel en symmetrisch en ordelijk zijn. Ze zullen schoon, indrukwekkend en monumentaal zijn. Ze zullen de kenmerken hebben van een goed onderhouden, waardige begraafplaats.’

Met haar boeken en artikelen, en haar verzet tegen de grootse plannen van Robert Moses, zette Jacobs de buurt als een levend organisme en het fundament van de stad op de stedelijke agenda. Haar eerste en bekendste boek, Death and Life of Great American Cities uit 1961, is nog steeds een standaardwerk. Hoe relevant is haar denken voor het buurtgevoel in steden nu? Wat is er in ‘de buurt’ veranderd nu we het doorlopend over burgerparticipatie hebben? Nu we eerder met elkaar app’en dan praten? Nu veiligheid zo hoog op de agenda staat en de buurtwachten bloeien?

Joke van der Zwaard woont in het Oude Westen, een volkswijk in Rotterdam. Een aantal jaar geleden publiceerde ze het boek Scènes in de Copy Corner: Van vluchtige ontmoetingen naar publieke vertrouwdheid, een portret van de belangrijkste ontmoetingsplek in haar buurt. ‘Dat werkte goed omdat iedereen een heel praktische reden had om er te komen’, vertelt ze. ‘Er was geen sociale drang om aardig te zijn en bij elkaar op de koffie te gaan. Nee, iedereen had daar iets nodig, mensen kwamen elkaar daar tegen en kenden elkaar daardoor van gezicht. Ze waren vertrouwde vreemden van elkaar.’

Intussen is de Copy Corner gesloten, maar op initiatief van buurtbewoners zijn er veel nieuwe ontmoetingsplekken ontstaan. Van der Zwaard was zelf vier jaar geleden een van de oprichters van Leeszaal Rotterdam West, in een oude hammam. De Leeszaal heeft de functie overgenomen van het gesloten filiaal van de openbare bibliotheek, maar er is ook veel te doen: muziek, migranten die hun verhalen vertellen, activiteiten voor kinderen, CaféNL waar Nederlanders twee keer per week Nederlands komen spreken met buitenlanders. Het is puur vrijwilligerswerk, van inmiddels honderd mensen.

Van der Zwaard is er zelf twintig uur per week. ‘Er is geen businessmodel voor te bedenken. Voor sommige programma’s krijgen we subsidie, maar voor de exploitatie willen we geen geld van de gemeente, want dan moeten we haar politieke programma gaan uitvoeren.’ In Rotterdam kun je als buurt beter zaken doen met de woningcorporatie dan met de gemeente, vindt zij: de corporaties zien beter het belang in van een dergelijk initiatief voor het aantrekkelijker maken van de wijk. ‘De gemeente wil de vele leegstaande panden verkopen als klushuizen of verhuren voor zogenaamd “marktconforme huren”. Of tijdelijk vullen met mode, fotografie, galeries – dat ziet er leuk uit maar die trekken nooit zo veel mensen als de Copy Corner of de Leeszaal. Dit is niet het zoveelste hipstercafé, dit is echt publiek domein – open voor iedereen.’ Ja, ook daklozen. ‘Als ze te erg stinken, vraag ik of ze terug willen komen als ze schone kleren hebben.’

In korte tijd is het buurtgevoel zich op een heel andere manier gaan manifesteren in Nederland: met de opkomst van de buurtwacht. Volgens stadssocioloog Vasco Lub van het Bureau voor Sociale Argumentatie en de Erasmus Universiteit, is hun aantal gegroeid van 120 in 2012 naar ruim 660 nu, in bijna de helft van de Nederlandse gemeenten. ‘Ze bestaan al sinds de jaren tachtig, maar verreweg de meeste zijn in de afgelopen vijf jaar opgericht.’

Dat komt onder meer door de uitvinding van de buurtapp, waarmee buren zowel elkaar als de gemeente en de politie op de hoogte kunnen houden. De buurtapp Nextdoor, een startup uit Silicon Valley, is na zijn stormachtige succes in de Verenigde Staten ook in Nederland begonnen. Nextdoor, dat zichzelf omschrijft als ‘the Facebook for your neighborhood’, wordt volgens The Wall Street Journal nu op 1,1 miljard dollar gewaardeerd en wordt in ruim een derde van alle buurten in de VS gebruikt.

Voor het onderzoek ‘De burger op wacht’ dat hij eerder deze maand presenteerde ging Lub mee op patrouille met burgerwachten in verschillende buurten in Den Haag, Rotterdam en Tilburg. Hij ontdekte dat de burgerwacht inderdaad betrokkenheid bevordert, maar ook bemoeizucht. ‘Gemeenten en politie zijn vervuld van de nieuwe leer van de burgerparticipatie en omarmen de burgerwachten tamelijk gedachteloos. Ze moeten beter ingebed worden in het beleid.’

Bewoners van Vinexwijken vinden eerder dingen verdacht dan mensen in wijken met een lagere status

Gezien alle bezuinigingen op de politie komen de extra – onbetaalde – ogen op straat gemeente en politie ook niet slecht uit. Niet voor niets heet een van de burgerwachten die Lub onderzocht ‘burgerblauw’. ‘Jane Jacobs’ idee van “ogen op straat” is gekaapt door beleid en bestuur en vertaald in het idee dat burgers elkaar gaan controleren. Dat was niet wat zij bedoelde. Maar nu er in de samenleving zoveel aandacht is voor veiligheid gaan gemeenten hier gretig in mee en liggen de bordjes en de jassen voor de buurtwachten meteen klaar. No questions asked.’ Daar staat tegenover dat de gemeente en politie in Zeeland de buurtapps zelf gaan toebedelen. Na de aanhouding van twee inbrekers in Krabbendijke ontstond er op Schouwen-Duiveland een wildgroei, er waren meer dan honderd buurtapps en nu ruim dertig. ‘En iedereen wil de wijkagent in zijn groep hebben’, aldus de nieuwsbrief Stadszaken.nl.

Het is ontegenzeglijk waar dat het aantal inbraken met de opkomst van buurtapps en buurtwachten afgenomen is, maar al patrouillerend en pratend met de vrijwillige deelnemers kwam Lub diverse voorbeelden tegen van doorgeschoten sociale controle, soms ook eigenrichting. Als voorbeeld noemt hij een gekleurde krantenbezorger in de Tilburgse Vinexwijk Reeshof, die ’s avonds met een zaklamp in zijn auto scheen om zijn voorraad kranten te zien. Er ging een melding op de buurtapp rond en meteen stonden er veertig waakse bewoners om hem heen. De jongen zette het maar op een lopen.

Lub: ‘De buurtwachten krijgen training in omgaan met agressie, maar belangrijker lijkt mij het écht herkennen van een verdachte situatie.’ Uit voorzorg ziet hij dat op veel plaatsen struiken en bomen worden gekapt en bankjes verwijderd. ‘Terwijl een praatje van buren op dat bankje vermoedelijk juist meer doet voor het buurtgevoel en de veiligheid.’

Buurtwachten kunnen, al dan niet onbedoeld, inspelen op raciale en etnische vooroordelen. In een van de buurten die Lub onderzocht werd via de buurtapp gewaarschuwd voor mogelijke inbraken omdat er vlak bij de wijk een parkeerplaats was voor vrachtwagens die vaak worden bestuurd door Oost-Europese chauffeurs. In een andere wijk waarschuwde de buurtwacht telkens een allochtoon gezin dat de ladder in de tuin het inbrekers te makkelijk maakte. Maar de gezinsleden gebruikten de ladder om hun tv-schotel bij te stellen en hadden helemaal geen zin om hem weg te halen. In het Brabantse Aalburg was er ophef over apps over verdachte Poolse nummerborden. De buurtapp is opgedoekt, maar de burgemeester liet weten nog steeds voorstander te zijn van digitale buurtpreventie.

Er is een natuurlijke stimulans voor buurtwachten om iets te vinden of om iemand te betrappen, want daarmee bewijzen ze hun nut en noodzaak. Bewoners van middenklasse- en Vinexwijken vinden eerder dingen verdacht dan mensen in wijken met een lagere status, ontdekte Vasco Lub. ‘Als de wijk nogal homogeen van samenstelling is, dan wijken anderen eerder af – en zijn daarmee ook verdacht.’

Zo had Jane Jacobs haar ode aan ‘ogen op straat’ zeker niet bedoeld.

Stadsleven Bij Jane in de buurt

Stadsleven, de maandelijkse live talkshow en digitaal magazine van Tracy Metz, behandelt elke maand een aspect van het leven in steden en in Amsterdam in het bijzonder. Op dinsdag 29 maart is het thema ‘Bij Jane in de buurt’, over de betekenis van Jane Jacobs, de New Yorkse stadsactiviste die een eeuw geleden werd geboren, voor het nieuwe buurtgevoel. Sprekers zijn:

Simon Franke, uitgever en co-auteur van De levende stad: Over de hedendaagse betekenis van Jane Jacobs; Joke van der Zwaard, socioloog en oprichter van de Leeszaal Rotterdam West; ontwerpers van buurtapps Nextdoor en Veiligebuurt; EYE Filminstituut vertoont een fragment uit T wordt toch niks (2001) van Stella van Voorst, over de Rotterdamse buurt Spangen;

Vasco Lub van de Erasmus Universiteit over zijn onderzoek naar (de uitwassen van) buurtwachten.

Dinsdag 29 maart om 20.00 uur in De Balie, Amsterdam, toegang € 10,-; stadslevenamsterdam.nl.


Beeld: Beatniks in een koffiehuis in Greenwich Village, New York, 1959 (Corbis)