Opheffer  

Ogen open?

Medium opheffer discriminatie

beeld Milo

Vrienden van het vliegtuig gehaald. Ze hadden wat kranten voor me uit Zuid-Afrika meegenomen.

In Zuid-Afrika heb je een wet die blanken discrimineert. Je moet als bedrijf aan ‘vroeger misdeelden’ de voorkeur geven. Dat wordt nauwkeurig bijgehouden. Het gevolg is dat verschillende bedrijven – waaronder Nederlandse – voor tachtig tot negentig procent zwarten in dienst hebben. Iedereen erkent dat de wet racistisch is, maar wil je iets in Zuid-Afrika beginnen, dan zul je je eraan moeten houden.

Eigenlijk is niemand tegen deze wet, behalve dan die paar blanken. Maar ook in Europa is er nauwelijks verzet, omdat men het wel begrijpt. Vroeger waren de blanken racisten, en ja, nu de zwarten, maar die zijn dan ook zo gediscrimineerd… Er bestaat niet de neiging om er als vanzelfsprekend tegen te ageren. De wet, zo schijnt, heeft eigenlijk weinig zin. De economie groeit er niet door, bedrijven zijn te veel geld en mensen kwijt aan de controle erop en de intelligentsia trekt weg. Maar ook al zou die wet fantastisch werken, het blijft pure discriminatie.

Ik gaf de vrienden een pak kranten mee en wees ze op enkele artikelen. In Nederland heb je 140 locaties waar de blanke bevolking uit wegtrekt. Men voelt zich gediscrimineerd, men vindt het eng, de buurt verloedert. Winsemius heeft er onlangs nog op gewezen, waarbij hij overigens niet aanstipte wiens schuld het is. Het bericht kreeg nauwelijks aandacht. Het wordt niet als ernstig ervaren. De reden is duidelijk: iedereen begrijpt het. De huren zijn te hoog, subsidies te laag, het onderwijs is te slecht en buitenlanders worden gediscrimineerd dus die zijn lastig. De tragiek van de 140 locaties is dat niet de allochtonen de blanken discrimineren of de blanken de allochtonen, maar dat iedereen iedereen discrimineert.

Discriminatie op kleur en ras – de echte discriminatie – neemt overal in de wereld toe, behalve in Amerika, volgens mij.

Onlangs was ik weer even in Parijs en Londen en New York. In Parijs en Londen zelfs binnen één week. In de kranten daar – vooral in de Franse – stonden lange analyses over Europa en de vreemdelingen. Ze hadden allemaal eigenlijk één strekking: rechts komt op omdat men zich bedreigd voelt, meer dan de tien voorafgaande jaren. Het lijkt of nu pas de rechtse reactie komt op de Twin Towers. En ook weer: iedereen begrijpt het. Zoals een Engelsman schreef in de krant: ‘We zijn opgevoed met het idee dat het allemaal onze jongens zijn, maar als onze jongens onze jongens niet meer willen zijn dan komen onze jongens daartegen in protest.’ Mij baart deze tendens zorgen, maar eigenlijk verder niemand.

In New York vroeg ik ernaar. Wie haat wie? Het antwoord was dat de gangs voornamelijk andere gangs haten. Er werd eigenlijk niet gediscrimineerd op kleur, maar op wijk. In Manhattan kwam het niet voor dat negers joden discrimineren of andersom, niet stelselmatig. De islamofobie bestond eigenlijk niet – op nog geen honderd meter van Ground Zero. Daarentegen vond men Europa ‘too soft’ als het om Irak en Abu Ghraib gaat. ‘Daar zitten geen mensen, daar zitten misdadigers’, zeiden leeftijdgenoten die hun Sartre en Sloterdijk kenden.

In Brussel stapte ik uit het vliegtuig en reed met de trein naar Antwerpen, om daar lekker te eten. Wat ik gedurende die treinrit hoorde, had in een nationaal-socialistisch pamflet niet misstaan, als het niet over allochtonen maar over joden was gegaan.

In Nederland zijn er verkiezingen. Als je, zoals ik, een paar dagen in het buitenland bent geweest, komt Nederland vreemd over. Je leest in New York een artikel van Theodore Dalrymple over Nederland en je komt hier en het gaat over hypotheekrenteaftrek, ontslagrecht en bejaardenbelasting.

Hebben we onze ogen open of dicht?