Video

Ogen te kort

Video: ‹Double Vision› op het World Wide Video Festival

Het lijkt erop dat het World Wide Video Festival dit jaar haar laatste aflevering beleeft. Enkele weken geleden maakte de Raad voor Cultuur bekend de subsidies voor het festival in de periode 2005 -2008 in te trekken. Wellicht pakt de organisatie daarom met de tentoonstelling Double Vision dit jaar dubbel uit. Thema: de dubbelprojectie, oftewel het naast elkaar projecteren van twee of meer videobeelden.

Zowel in de film als in de videokunst is dit een bekend verschijnsel. In nieuws uitzendingen en reclamefilmpjes zie je het, maar ook in het werk van de cineast Peter Greenaway, die in films als The Pillow Book en Belly of an Architect binnen het hoofdkader verschillende kleine kadertjes plaatst waarin achtergrondinformatie en zijlijnen van het verhaal zijn te zien.

In theorie klinkt het aardig, in praktijk werkt het nogal vermoeiend. Het is praktisch onmogelijk om twee of meer bewegende beelden tegelijk te bekijken. Hoe snel je ogen ook heen en weer schieten, altijd blijft het gevoel dat je iets mist.

De Duitse kunstenaar Harun Farocki exposeert onder de titel Auge/Machine drie dubbelprojecties, die uitsluitend bestaan uit (onder meer uit de Golfoorlog afkomstig) found footage-materiaal. Te zien zijn beelden gemaakt door kamikazecamera’s, radars, robots, beveiligingscamera’s en nachtkijkers. Alle ogen afstandelijk. En dat is precies de bedoeling, daar ze bedoeld zijn voor robots, die op grond hiervan keuzes maken en zelfs handelingen uitvoeren. Fascinerend, zeker, alleen niet erg spannend om naar te kijken.

Onderhoudender is Third Memory van de Fransman Pierre Huyghe. Huyghe maakte een reconstructie van de overval die twee Italiaanse Amerikanen in de zomer van 1972 op een New Yorkse bank pleegden en die leidde tot een meer dan tien uur durende gijzeling. Het spektakel was live op televisie te zien en werd later nog eens verfilmd door Sydney Lumet in Dog Day Afternoon. Meer dan dertig jaar na dato weet Huyghe de echte overvaller voor de hoofdrol te strikken. De gladde Dustin Hoffman-look-alike van weleer is veranderd in een dikke, grijze man die nonchalant met een shotgun over de set paradeert.

Huyghe weet de dubbelprojectie wél optimaal te benutten, wat komt doordat hij één handeling vanuit verschillende hoeken tegelijk laat zien. Daarnaast zet hij de reconstructie af tegen fragmenten uit de speelfilm. Welke van de twee de werkelijkheid het dichtst benadert blijft de vraag. Feit is dat de bankroof niet zo rustig verliep als de bejaarde overvaller ons wil doen geloven. Bewijs daarvan zijn de amateurbeelden waarop hij als een wild gesticulerend mannetje is te zien.

Centraal in de tentoonstelling hangt S*CKMYP, een op vier schermen geprojec teerde film van Kurt d’Haeseleer. In tegenstelling tot de andere werken hangen D’Haeseleers projecties niet naast elkaar maar in een ruitvorm. Ze tonen een stroom van lukraak achter elkaar geplakte, digitaal bewerkte beelden. Een vrouw in bad, een autosnelweg, voetgangers, naakte ondefinieerbare gestalten in een cel, een slapende zwerver. Soms worden ze afgespeeld in een Bill Viola-achtige slowmotion, dan weer zijn ze zo versneld dat er weinig anders overblijft dan een onnavolgbare waas. Het effect is prachtig. Banale handelingen krijgen een magische glans.

Een minpunt van de installatie is de overdaad. De combinatie van én vier projecties én een in verschillende talen door elkaar voorgedragen gedicht, én een geluidsbehangetje van nerveus pingelende muzak is toch echt te veel van het goede. Je wordt overvoerd. Er is geen tijd voor verwerking, laat staan voor bespiegeling. Dat is jammer, en ongepast op een festival dat pretendeert een kritische houding aan te nemen tegenover de schreeuwerige, alomtegenwoordige beeldcultuur.

10 tot en met 20 juni, Post CS Amsterdam