Okselhaar als handelsmerk

Ani DiFranco (1970) maakte in acht jaar tijd een stuk of twaalf cd’s. Op haar eigen label Righteous Babe Records. Eerlijk en oprecht luidt haar credo. Goed handelsmerk.

Ze zeggen dat ze lesbisch is, Ani DiFranco. Of hipper nog: biseksueel. Ze heeft een grote bek, raar haar, een heftige tatoeage op de plek waar bij anderen een ketting hangt, en piercings op plekken waar bij de meesten helemaal niets hangt.
Ze noemen haar een powergirl. Een derdegeneratiefeministe. Ze is een icoon, besluit men op de universiteit. Zo'n meisje dat niet gehoorzaamt maar zelf wetten oplegt. Rebel without a penis. Maar mÇt okselhaar.
Begin jaren negentig richt ze haar eigen Righteous Babe Records op en maakte ze cd’s met titels als Not So Soft en Not a Pretty Girl. Ze komt uit Buffalo. Als een ware folkzangeres trekt ze in een beschilderde auto langs kerken, dorpszalen en festivals overal in Amerika om haar mengeling van folk, spoken word en dance-beats ten gehore te brengen. Een totaalpakket van opstandigheid voor ‘het andere Amerika’.
Er zitten ijzersterke nummers bij. Op Not a Pretty Girl zingt ze: 'i wouldn’t work for you/ no matter what you paid/ i may not be able/ to change the whole fucking world/ but i can be the million/ that you never made.’ De laatse woorden blijft ze verbeten herhalen, en zo waar als ze de snaren van haar gitaar scheurt, ze meent het.
Een mooi meisje gehuld in legerlompen dat zingt waar ze zin in heeft. Genoeg voor hardcore-feministisch Amerika om haar in een wurgende knuffelgreep te nemen. Genoeg voor hÇÇl alternatief Amerika trouwens.
Helemaal wanneer ze een cd produceert voor de stokoude folkzanger Utah Philips. Op The Past Didn’t Go Anywhere legt de oude communist op humoristische wijze uit waarom hij geen belasting betaalt en geen paspoort krijgt. Ani heeft hem naar de Beastie Boys laten luisteren. De ontstane combinatie van spoken word, rustig tokkelen op folkgitaar en onvervalste dance-beats levert een wonderlijk geslaagde cd op.
Ani DiFranco is inmiddels eigendom van heel alternatief Amerika. Overigens een koopkrachtige groep. Ze verkoopt voor miljoenen aan cd’s en is al lang niet meer underground.
Arme Ani. Moest ze tijdens een concert opeens uitleggen dat ze nieuwe liedjes had gemaakt en heus, het was geen sell out, geen bewuste afkeer van politiek en boodschap, van protest en zo, maar ze was een beetje afgeleid geweest. Er was iets tussen gekomen: een nieuwe liefde. Nu had ze daarover gezongen.
Niet meer recht in de leer.
Ook op haar laatste cd Little Plastic Castle doet ze haar beklag over het commentaar: 'like lipstick is a sign of my declining mind/ like what i happen to be wearing/ the day that someone makes a picture/ is my new statement for all of womankind.’
Of de maakster stoer is of niet, op Little Plastic Castle staan prachtige nummers. Ze drijven van folk naar dance-beats en gitaarpop. Rustig, lief, gemeen, boos of verliefd, Ani DiFranco propt haar stemming schijnbaar moeiteloos in een nummer. Nergens een banaal thema, nooit een concept. Ze is geen simpel te duiden, hippe powergirl. Ani DiFranco zingt gewoon over wat ze voelt.

  • Prince - Crystal Ball (Paisley Park). Eens, toen het geval Tafkap nog Prince heette en nog geen godsdienstwaanzinnige ijdeltuit was, maakte hij heel goeie platen. Onder fans circuleerde afgekeurd materiaal en illegale concerttapes. Om er nog wat aan te verdienen heeft Prince nu zelf een vierdubbelalbum uitgebracht. Heel fijn, maar niet in Nederland. Toch is hij hier en daar voor rond de Ÿ 160,- te koop.
  • Shane MacGowan & the Popes - The Crock of Gold (ZttRecords) N¢g is hij niet dood. Het haast tandeloze lijk MacGowan staat dit weekeinde zelfs in Rotterdam, Tilburg en Amsterdam aangekondigd. Altijd de vraag of hij het einde van het concert haalt. Zijn Ierse feestmuziek met teksten over oorlog en verval klinken wondermooi vanuit MacGowans permanente staat van dronkenschap.