Olibrius

Om als taart in het leven te slagen dien je op z'n minst in een toneelstuk voor te komen.

Dat is de gemberbolus gelukt door middel van Potasch en Perlemoer, en het mooi rijmende recept voor een geslaagde tarte amandine echoot regelmatig over de bühne wanneer Cyrano daar in droefheid zwelgt. Neus en taart, zo dicht bij elkaar, het ligt voor de hand. De voorschriften ter vervaardiging van de oplossing voor het amandelprobleem zijn van Cyprien Ragueneau.
Cyprien was gek, dus staat hij in de boeken. Voor het signalement van een goed gelukte halve gare is altijd wel emplooi. Zodoende.
Hij stierf in Lyon in 1654 maar werd geboren in Parijs in 1608, waar hij zich als lekkernijenbakker in de rue St. Honoré vestigde. Hij hield er open huis voor berooide dichters en bijna kreperende bohémiens, die hij in ruil voor hun poëzie en andere kunstuitingen volstopte met zijn beroemde koekjes en taarten. Daarin niet alleen slagroom en amandelspijs, ook muskus en amber bliezen hun aroma mee. Wie zich binnen diens gehoorafstand liet ontvallen dat Cyprien de nieuwe Apollo was, tijdelijk herboren als banketbakker, had voorlopig aan zoet lekkers geen gebrek.
Buiten het bakwerk om schreef hij nog 456 sonnetten, daarbij elegieën, een aantal odes en zelfs zestien komisch-heroïsche toneelstukken. Het meest ingenomen echter was hij met zijn tragedie Don Olibrius, moordenaar der onschuldigen. In de hoop dat Molière het op de planken wilde zetten, reisde hij naar Béziers, waar deze met zijn groepje huisde. Molière hield de bakker van zijn lijf door hem een paar kleine rollen te laten spelen.
De grote suiker- en roomvertolker is ten slotte als straatarm kaarsensnuiter gestorven. Maar leeft voort als gek. In vergelijking met sommige andere toneelschrijvers zo gek nu ook weer niet. Eigenaar van het welluidendste recept ooit. Recepten op het toneel. Waarom dan niet wat meer toneel in de keuken?
Ik hoor het mijzelf zeggen.