Olie, olie, olie

Het arme Tsjetsjeense volk roept nauwelijks enig mededogen op in het Westen. Allicht, want er staan grote westerse olie-belangen op het spel. Grozny is immers een knooppunt van pijpleidingen en transportroutes.

DE WESTERSE REGERINGEN hebben in het algemeen nogal ingehouden gereageerd op de wijze waarop de Russen de constitutionele orde in Tsjetsjenie hebben hersteld. Misschien was dat vooral een kwestie van politiek realisme. Meer dan twintig grote westerse ondernemingen hebben recentelijk investeringen gedaan in de oliewinning uit het gebied van de Kaspische Zee, de laatste grote reserve voor de westerse automaatschappij. Volgens de bestaande plannen zal ongeveer de helft van de extra oliewinning worden getransporteerd langs nieuwe en herstelde oliepijpleidingen dwars door de noordelijke Kaukasus, via Tsjetsjenie, naar de Zwarte Zee.
In 1993 werd vanuit de olieterminals van de Zwarte-Zeehavens Batoemi, Toeapse en Novorossiisk 35 ton ruwe olie en olieprodukten uitgevoerd. Dat moet in het begin van de volgende eeuw zijn toegenomen tot 100 miljoen ton, wanneer nieuwe olievelden in Azerbeidzjan, Kazachstan, Toerkmenie en het gebied om Astrachan in exploitatie zijn genomen. Turkije werkt intussen aan een alternatieve route die wordt gevormd door twee pijpleidingen vanuit Azerbeidzjan en Centraal-Azie, door Iran en Turkije. naar de olieterminals aan de Middellandse Zee. Een derde alternatief is voorgesteld door Kazachstan en Toerkmenie en voorziet in een kortere pijpleiding naar het oosten van de Kaspische Zee en van daar zuidwaarts door Iran naar de Perzische Golf.
Engeland en de Verenigde Staten spelen via hun multinationale ondernemingen BP en Chevron een belangrijke rol in het internationale consortium dat is gevormd om de Kaspische olie te exploiteren. Zij waren tot zeer recent voorstanders van nieuwe pijpleidingen door Rusland. Dat is goedkoper, omdat deze langs bestaande traces kunnen worden aangelegd, en bovendien maakt het Westen zich liever niet al te afhankelijk van Iran. Deze situatie is echter in juli 1994 radicaal veranderd, toen Turkije om ecologische redenen eenzijdig besloot beperkingen op te leggen aan de doortocht van grote olietankers vanuit de Zwarte Zee door de Bosporus.
HOE JE HET OOK bekijkt, Grozny, de hoofdstad van Tsjetsjenie, neemt een sleutelpositie in voor de economie van Zuid-Rusland. De constitutionele argumenten voor de bezetting van Tsjetsjenie door het Russische leger waren wellicht niet al te overtuigend. Natuurlijk was de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Tsjetsjenie in oktober 1991 niet in overeenstemming met de grondwet van de toenmalige Sovjetunie, maar dat gold evengoed voor bijvoorbeeld Georgie en Litouwen. De hele ontmanteling van de Sovjetunie kan men op die gronden ongrondwettig noemen. De bet}effende grondwet bestaat intussen niet meer en aan het referendum over de nieuwe grondwet heeft de Tsjetsjeense bevolking niet deelgenomen. In elk geval was de Russische regering in november 1991 nog bereid een dreigende oorlog te voorkomen door Tsjetsjenie een speciale status en aanzienlijke autonomie te verlenen in ruil voor een volledige Russische controle over de oliepijpleidingen door Tsjetsjenie en gezamenlijke controle over de petrochemische industrie in Grozny.
Het klinkt misschien ironisch, maar tot 1929 maakte de stad Grozny, waar nu zo bitter om wordt gevochten, geen deel uit van het autonome district Tsjetsjenie. Ook in 1991 waren de meeste van de 400.000 inwoners van Grozny Russen. In de gehele Noordelijke Kaukasus wonen negentien verschillende, inheemse Kaukasische volkeren, maar slechts 3,2 miljoen van de in totaal 16,5 miljoen inwoners zijn van Kaukasische afkomst.
In het westelijk deel van de noordelijke Kaukasus bevinden zich de belangrijkste Russische landbouwcentra, vanwaar grote hoeveelheden graan worden gezonden naar Transkaukasie, de Oeral en Siberie. Noodzakelijk hiervoor is de levering van landbouwmachines uit Rostov aan de Don en olie en diesel uit de raffinaderijen van Grozny. De strategische spoorlijn dwars door de Kaukasus van Rostov naar Bakoe aan de Kaspische Zee gaat door Grozny. De spoorlijn van Grozny naar Astrachan, ten noorden van de Kaspische Zee, voert verder naar Tsjeljabinsk, de Oeral en Siberie. Van de gehele graanconsumptie in Azerbeidzjan, Armenie en Georgib in 1991 kwam negentig procent uit de noordelijke Kaukasus. Toen in 1992 het spoorverkeer tussen Rostov en Georgie langs de kust van de Zwarte Zee werd onderbroken door de oorlog in Abchazie, vormde de spoorlijn tussen Rostow en Bakoe de enige transportverbinding tussen Transkaukasie en de andere landen van het Gos en Europa.DE BELANGRIJKE oliepijpleiding BakoeToeapse en lokale pijpleidingen die olie transporteren lopen ook door Grozny. Vanwege deze sleutelpositie van de stad was het voor Rusland niet mogelijk Grozny met economische sancties op de knieën te krijgen. De Tsjetsjenen konden van de goederen die over hun grondgebied werden vervoerd gewoon alles inpikken wat ze nodig hadden.
De militaire bezetting van Tsetsjenie werd volkomen onverwacht en zonder behoorlijke voorbereiding gelanceerd als antwoord op het stoppen van alle treinverkeer door Tsjetsjenie. Azerbeidzjan kocht begin oktober 1994 vanwege kritieke voedseltekorten 300.000 ton graan in Rusland, die echter niet naar Bakoe konden worden vervoerd omdat de Tsjetsjenen de spoorweg blokkeerden. Azerbeidzjan en Georgie werden met het vooruitzicht van een hongersnood gedwongen Iran en Turkije om hulp te vragen. Daarmee zouden deze landen de invloed in de Kaukasus herwinnen die ze sinds het begin van de negentiende eeuw hadden verloren.
Tijdens de vierjarige oorlog tussen Armenie en Azerbeidzjan om Nagorno-Karabach steunde Rusland Armenie en Turkije Azerbeidzjan. Aangezien Iran vreesde dat een sterk Azerbeidzjan separatistische neigingen zou stimuleren onder de negen miljoen Iraanse Azeri’s, nam de Iraanse regering een meer neutrale positie in. Na de ontbinding van de Sovjetunie werd Aboelfaz Elichibey, een pro-Turkse nationalist, president van Azerbeidzjan. Hij weigerde deel te nemen aan het Gos en eiste de terugtrekking van Russische grenstroepen en de verwijdering van Russische militaire bases uit Azerbeidzjan. Armenie werd wel lid van het Gos, behield zijn Russische bases, en Russische grenstroepen bleven aan al zijn buitengrenzen gestationeerd.
Begin 1994 had Armenie z'n belangrijkste strategische doeleinden bereikt. De Azeri’s waren verdreven uit het gehele gebied tussen Armenie en Nagorno-Karabach, en Karabach was een deel van Armenie geworden. Het Armeense leger hield halt op enkele kilometers van de spoorlijn tussen Tblisi en Bakoe en de twee oliepijpleidingen van Bakoe naar Batoemi waardoor de olie uit Azerbeidzjan wordt vervoerd. Afsnijden van deze pijpleidingen zou voor Azerbeidzjan een economische ramp betekenen. Geidar Alijev, die Elichibey was opgevolgd als president van Azerbeidzjan, was nu gedwongen een wapenstilstand te sluiten, waarmee hij in feite z'n nederlaag toegaf.
Een westers olieconsortium onder leiding van BP had, zolang de oorlog duurde, geaarzeld om met Alijev een overeenkomst te sluiten om de Kaspsische olie te exploiteren. Binnen zes maanden na de wapenstilstand was Alijev in staat in Londen een overeenkomst te sluiten die vele miljarden aan westerse investeringen in de olie-industrie van Azerbeidzjan garandeerde. Rusland ontving tien procent van de aandelen in het nieuwe olieconsortium. Maar de transportproblemen waren nog niet opgelost. De goedkoopste manier was het herstel van de bestaande leidingen van Bakoe naar Batoemi en van Bakoe naar Toeapse. Het consortium stelde zich tot doel de olieproduktie van Azerbeidzjan van 12 miljoen ton per jaar naar 25 a 30 miljoen ton te verhogen.
Het conflict in Tsjetsjenie en de onderbreking van de communicatielijnen door het land onthulde echter hoe kwetsbaar een nieuwe oliepijpleiding door de noordelijke Kaukasus zou zijn. Herstel van de slechts 540 kilometer lange pijpleiding tussen Bakoe en Batoemi was echter de goedkoopste oplossing en weerhoudt bovendien Azerbeidzjan ervan de strijd tegen Armenie weer aan te gaan. Bovendien maakte de Turkse beperking van de olietankers door de Bosporus en de Dardanellen elke Zwarte-Zee-optie weinig levensvatbaar.
Tijdens een ontmoeting met de Turkse president Demirel in oktober 1994 stelde Alijev zich achter het Turkse voorstel voor een nieuwe pijpleiding. De mogelijke bouw van een oliepijpleiding van Bakoe naar de Turkse Middellandse-Zeehaven Seyhan maakte het alleen maar waarschijnlijker dat die in de toekomst zou worden aangevuld met pijpleidingen uit Toerkmenie en Kazachstan. Intussen waren het in Tsjetsjenie niet langer een stel geïsoleerde extremisten maar ook president Doedajev zelf die dreigden olie- en gasleidingen op te blazen als Rusland zou aanvallen. Als gevolg daarvan begonnen ook president Nazarbajev van Kazachstan en president Nijazov van Toerkmenie steeds meer te voelen voor het Iraans-Turkse plan. Vandaar dat Rusland nu z'n toevlucht moest nemen tot extreme maatregelen.
DE TWEE HISTORISCHE rivalen van Turkije in de Zwarte Zee en de Middellandse Zee, Bulgarije en Griekenland, kwamen al twee maanden na de aankondiging van de beperking van de oliedoorvoer door de Bosporus bij Rusland met een zeer voordelig nieuw plan om olie vanuit Toeapse en Novorossiisk door de Zwarte Zee in - Griekse tankers naar de Bulgaarse haven Burgas te vervoeren en van daaruit via een betrekkelijk korte pijpleiding van 350 kilometer naar de Griekse haven Alexandroupolis. Daarmee werd Turkije volledig buiten spel gezet. Bovendien kan deze Bulgaars-Griekse pijpleiding veel sneller en goedkoper worden aangelegd dan de Turkse pijpleiding van tweeduizend kilometer door bergachtig gebied. Rusland ging onmiddellijk akkoord en reeds in oktober 1994 werd een intentieverklanng getekend. Maar om over de Kaspische olie te kunnen beschikken moet Rusland kunnen garanderen dat het olietransport via Tsjetsjenie normaal kan verlopen.
Het leek in eerste instantie niet zo'n moeilijke taak het kleine Tsjetsjenie op de knieën te dwingen. Rusland besloot echter een reusachtige voorhamer te gebruiken voor een operatie waarbij eerder een pincet was vereist Maar dat had vooral te maken met de persoonlijke karaktertrekken van Jeltsin en Doedajev, die geen van beiden erg tot compromissen zijn genegen.