Olie op het vuur van de krasse knarren

De Binnenhof-watchers vinden het wel grappig, maar serieus nemen kunnen ze het niet. In hun ogen is het Algemeen Ouderen Verbond de Boerenpartij van de jaren negentig. Wijst het merkwaardige advies dat de AOV bij de koningin heeft ingeleverd (de belangen van de ouderen worden het best behartigd door een VVD/CDA/D66-kabinet) er niet op dat we met een gezelschap van politieke folkloristen van doen hebben?

Met een bewonderenswaardige vasthoudendheid blijven zelfs na deze verkiezingen politici en commentatoren uitblinken in het marginaliseren van het verschijnsel ouderen. Geen analyse die de moeite neemt om deze electorale doorbraak van de ouderen in verband te brengen met het feit dat er een groeiend reservoir aan het ontstaan is van mensen tussen de 55 en 75 jaar die buiten het arbeidsproces staan, redelijke inkomens hebben, mobiel zijn, nog van alles willen en kunnen en de verzuiling definitief achter zich hebben gelaten. Gerontologen spreken in dat verband van een vierde levensfase: na de eerste twintig jaar ‘leren’, de tweede twintig jaar 'vechten’, de derde twintig jaar 'wijs worden’, is het aan het einde van deze eeuw in de vierde twintig jaar 'genieten’ geblazen.
Het bedrijfsleven heeft dit overigens al jaren door en richt zich met speciale ouderenprodukten op deze groeimarkt van de Herman Wigbolden en de Til Gardeniersen. Toevallig twee namen van twee vitale zestigers die deze maand te bewonderen zijn in Plus, het full-color magazine voor 'actieve 50-plussers’ dat maandelijks in een oplage van 135.000 van de persen rolt.
Deze trend lijkt echter aan de rest van Nederland voorbij te gaan. De maatschappelijke waardering voor ouderen is in ons land zelfs aan het teruglopen, zeker in vergelijking met andere landen. En dan gaat het niet alleen over niet-opstaan in de tram of bus. De vut-regelingen hebben de ouderen in het bedrijfsleven en bij de overheid de status van overbodigheid opgeleverd, zestigers tref je in de politiek eigenlijk nog maar zelden aan, het ouderenbeleid is een litanie van treurigheden en in het publieke vertoog domineert het beeld van ouderen als een object van zorg.
Die spanning tussen vitaliteit en meetellen aan de ene kant en afschrijven en wegzetten aan de andere kant werd tot voor kort gekanaliseerd door de ouderenbonden. Deze brave restanten van de verzuiling, met vertakkingen tot diep in de traditionele politieke partijen, hebben zich altijd hardnekkig verzet tegen het vormen van een politieke vuist van ouderen. Daar waren zij immers voor. Daarmee bleef de spanning jaren weggestopt - tot het CDA met het bekendmaken van die ene ongelukkige AOW-paragraaf uit het verkiezingsprogramma (die niet veel erger was dan wat andere partijen voorstelden) de ongenoegens onverwacht een uitweg bood. Vanaf dat moment was de beer los en had alle onvrede ineens een doelwit gekregen. In het centrum van de macht begon het CDA te wankelen en toevallig was het AOV de passerende ouderenpartij.
Is dat nu folklore? Dat is natuurlijk een al te oppervlakkige redenering. Het is bovendien olie op het vuur van de ouderen Nee, als AOV-partijleider Nijpels het handig aanpakt, haalt ze de pensioengerechtigde leeftijd nog wel in de Tweede Kamer.