Opheffer

Olijke tijden

Theodor Holman vroeg me of ik zijn in de vakantie gemaakte versje over het kabinet kwijt kon. Natuurlijk geef ik hem die ruimte.

Kabinet Balkenende

Wat staat er nu precies op het bordes?

Ik weet helaas nog niet hoe of ze heten,

maar ik zie windvanen, ik zie proleten,

ik zie, voor ons, het zwaard van Damocles.

Democratie trekt thans zijn hardste les:

want wat het volk nu wil zijn slangenbeten:

verworvenheden worden stukgesmeten

en «patriae» vindt hier een mager «spes».

Veel stropdassen en grijze nette pakken,

waarin dus goedgevulde grote zakken.

Die zakken weten hoe je pakken moet

en goede zaken voor de zakken doet.

In zo’n zak een harde hand die — o wonder —

geeft ons straks een net pak voor onze donder.

Tot zo ver Holman.

Zo’n gereformeerde jongen naast de koningin heeft wel iets, vind ik. Je ziet ook aan hem dat hij zich verdiept heeft in het katholicisme door veel Bomans te lezen, want hij doet ook… ja, hoe moet je dat zeggen: olijk.

Hij maakt grapjes.

Van der Knaap noemde hij expres Van der Knap — ha ha ha — en ik zie de olijkerd ook als Godfried door zijn haren strijken. Nou moet je, lijkt mij, als je Balkenende heet, erg uitkijken met naamgrapjes. Ik denk aan, als ik me wat naamgrapjes mag permitteren, aan bijvoorbeeld Balkenbende, Balkenbrij, Balkeneinde…

Olijk toch?

Jan Peter — die dubbele voornaam heeft trouwens eveneens iets komisch — denkt waarschijnlijk ook dat het een olijke tijd is. Die indruk wekt het hele kabinet trouwens. Het blijkt ook uit de keuzes die gemaakt zijn en de fouten die zich in hoog tempo opstapelen. Heinsbroek, Bomhoff, Bijlhout, De Vilder, het is een beetje — ik ga weer een olijk grapje maken — proleten aller landen verenigt u. Het is het oude studentencabaret van de VU, denk ik weleens, die af en toe een sketch opvoeren.

Het leukste cabaretgroepje is natuurlijk de LPF. Elke keer als een camera de LPF in beeld brengt, denk je toch dat Frans Bromet een aflevering van Buren aan het draaien is. Van die mensen die druipen van de rancune, op een verrukkelijke wijze niet kunnen redeneren en tot in het diepst gekwetst zijn als ze intellectueel voorbijgestreefd worden; je kwam het vroeger vaak bij communisten tegen — de LPF’ers hebben ook hetzelfde woordgebruik. Ze voelen zich «genaaid», ze willen meteen de pers aan banden leggen, wie niet bevalt moet onmiddellijk ontslagen worden en, dat zie je ook altijd, voor iemand met een mooie auto hebben ze dan altijd respect.

Arme VVD, denk ik gek genoeg toch.

Het zijn de beschaafde ooms en tantes van het kabinet, die het eigenlijk vreselijk vinden dat hun onbeschaafde neefjes op bezoek zijn, maar je moet nu eenmaal beleefd zijn.

Buiten — op de hoek bij het huis van oom en tante — wachten kaalgeschoren motorjongens in bomberjacks de neefjes op. En met die jongens willen de neefjes maar wat graag spelen.