Olof palme

Tijdens het onderzoek baden de Zweden dat de dader ‘gewoon’ een psychopaat zou zijn, maar de moordenaar van Olof Palme werd nooit gevonden en de ontluisterende komplottheorieen zijn nooit ontzenuwd. Op 28 februari is het tien jaar geleden dat een van ‘s werelds meest gerespecteerde sociaal-democraten stierf.
EEN GROOT POLITICUS is doorgaans of een vaderfiguur of een visionair die de wereld wakker schudt. Olof Palme (1927), een eigenzinnig visionair, stamde uit een burgerlijke familie, maar raakte al in zijn studententijd gefascineerd door sociaal-democratische ideeen. De toenmalige sociaal- democratische premier Tage Erlander nam het 'politieke wonderkind’ aan als persoonlijk secretaris. Al gauw deed in de wandelgangen de grap de ronde: ‘Als iemand Palme wenst te spreken, krijgt hij te horen: “Palme is helaas bezet, maar misschien neemt u genoegen met premier Erlander.’

Op zijn dertigste wordt Palme gekozen in de Eerste Kamer, op zijn zesendertigste is hij de jongste minister, op zijn drieenveertigste de jongste premier van Europa. Palmes felheid steekt vreemd af bij de bezadigde Zweedse aard. Zijn talrijke tegenstanders noemen hem arrogant en machtsbelust. Zijn aanhangers bewonderen zijn briljante redenaarsstijl en zijn verantwoordelijkheidsbesef. Palme eiste sociale rechtvaardigheid, vrede en tolerantie. Zelfs in naam van hoge principes, zei Palme, is terreur ontoelaatbaar. Hij trok (sommigen zeggen: joeg) Zweden het wereldtoneel op.
Want Palme was niet zomaar een regeringshoofd. Zijn militante pacifisme maakte van hem het boegbeeld van de vredesbeweging. Hij leidde de commissie voor ontwapening die naar hem werd vernoemd en hij werkte intensief mee aan de Socialistische Internationale en aan de Noord-Zuidcommissie van Willy Brandt die de kloof tussen de rijke landen en de derde wereld wilde verkleinen.
Op economisch gebied bleek hij een realist. Hij verlichtte de belastingdruk, bevorderde het particulier initiatief, devalueerde de Zweedse kroon en richtte investeringsfondsen op. De werkloosheid daalde tot drie procent. Deze succesvolle economische politiek leidde tot zijn herverkiezing in de zomer van 1985.
OP 28 FEBRUARI 1986, een vrijdagavond, lopen Lisbet en Olof Palme na een bioscoopbezoek om elf uur ’s avonds door de binnenstad van Stockholm naar huis. Commentaar van een stel vrienden die ze tegenkomen: ‘Is Zweden niet een fantastisch land! Kijk de premier naar de bioscoop gaan als een gewoon burger.’ Achteraf weet iedereen het beter. Lisbet Palme zal tegen de politie zeggen dat ze al weken rare types bij hun huis heeft zien rondhangen. Hetzelfde is op de dag van de aanslag ook Palmes overbuurman opgevallen, maar die dacht dat het lijfwachten waren. Hij wist niet dat Palme verboden had zijn huis te observeren en na werktijd zijn lijfwachten naar huis stuurde.
Tijdens de voorstelling ziet een vrouw in de buurt van de bioscoop twee ongure figuren met walkietalkies rondlopen. Tien meter verder wacht een rode auto met draaiende motor. De volgende dag al telefoneert ze naar de politie, maar ze wordt pas een jaar later opgeroepen.
In de bioscoop waren de Palmes in het gezelschap van hun zoon Marten en diens verloofde. Marten en de verkoper in een naburige snackbar zien hoe een man in een blauwe jas de Palmes volgt. Marten zou achterdochtig zijn geworden als hij had vermoed dat zijn vader werd bedreigd. Maar sinds in 1792 koning Gustav III op een bal- masque in de Stockholmse opera werd vermoord, waren er in Zweden geen aanslagen op politici meer gepleegd.
Op zevenhonderd meter van de bioscoop loopt de moordenaar naar de Palmes toe. Hij schiet eerst de premier in de rug en richt daarna op Lisbet, die zich juist omdraait - wat haar redding is. Het projectiel doorboort de ruggegraat van Palme, ontploft en scheurt aorta, luchtpijp en slokdarm open. Palme valt zwaar bloedend in de sneeuw. Lisbet en de moordenaar kijken elkaar aan. Ze heeft hem ooit gezien, maar ze zal nooit weten waar en wanneer. Hij springt in een blauwe Volkswagen Passat die met draaiende motor wacht. De politie, gewaarschuwd door een taxichauffeur, is dertig seconden later ter plekke. Bijna tegelijkertijd arriveert de ambulance. Een half uur lang proberen de artsen het onmogelijke te doen. Dan geven ze het op.
De politie stapelde blunder op blunder tijdens de jacht op de moordenaar. Zo duurde het uren voordat de plaats van de moord en de vluchtweg werden afgezet. In de tussentijd hadden toeschouwers alle belangrijke sporen al vertrapt. De politie heeft drie weken gewacht met het buurtonderzoek. De controleposten op de toegangswegen naar het centrum van Stockholm, bij de havens, luchthavens en grenzen werden pas vele uren na de moord opgezet, zodat de moordenaar alle tijd had om te ontsnappen. De politie had geen rampenscenario en werkte ongecoordineerd. Sommige tips werden drie keer gecontroleerd, duizenden andere werden niet nagegaan.
Twee weken na de aanslag werd de eerste arrestatie verricht: een rechtse extremist. Deze moest echter al gauw wegens gebrek aan bewijs weer op vrije voeten worden gesteld. Wie wilde zich van Palme ontdoen en waarom? Bijna elke terreurorganisatie en veel geheime diensten stonden onder verdenking. Maar het Openbaar Ministerie vond in bijna alle gevallen de bewijzen te mager om een proces te beginnen. Na de vrijlating van de rechts-extremist liet Hans Holmer, hoofd van de recherche, het rechts-extremistische spoor plotsklaps vallen, ook al was Palme in rechts-extremistische kranten uitgemaakt voor een gevaarlijke gek en moordenaar.
Twee maanden later kwam Holmer met een 'voor 95 procent zeker spoor’: de Koerdische PKK. De Zweedse regering had in 1984 en 1985 maatregelen genomen tegen de PKK en de Zweedse geheime dienst had daarna verscheidene telefoontjes onderschept waarin sprake was van een bruiloft die eind februari moest plaatsvinden. Was 'bruiloft’ een codewoord voor moord?
EEN ANDERE theorie ging om wapenleveranties. Het Zweedse concern Bofors had - in strijd met de Zweedse wet - jarenlang wapens en munitie aan Iran geleverd. En dat terwijl Palme in opdracht van de Verenigde Naties de vredesonderhandelingen tussen Iran en Irak leidde! Zweden startte een regeringsonderzoek. De enige die iets over de wapenuitvoer kon zeggen was inspecteur van oorlogsmateriaal Algernon. Vijf weken voor de moord op Palme werd Algernon onder de metro geduwd. Palme gaf opdracht de wapenleveranties in te perken. Een hoge Zweedse beambte zei later tegen de New York Times: 'De wortels van de moord op Palme gaan terug tot Iran of Irak. We kunnen er maar beter met onze vingers van afblijven.’
Ook de Chileense dictator Pinochet had redenen om van Palme af te willen. Want terwijl Palme Fidel Castro veel vergaf, maakte hij Stockholm tot de belangrijkste operatiebasis van de Chileense oppositie in ballingschap. De beroeps-killer Michael Townley bekende aan de FBI dat de Chileense geheime dienst hem de opdracht had gegeven Palme te doden. De opdracht werd later ingetrokken, omdat Pinochet internationaal geaccepteerd wilde worden.
De voorlopig laatste verdenking viel op Gladio - het netwerk opgericht voor het geval dat Navo-landen door de Sovjetunie veroverd zouden worden. In 1990 kwamen er meldingen dat de Italiaanse chef van Gladio kort voor de moord op Palme tegen de Amerikaanse zou hebben gezegd: 'De Zweedse boom moet geveld.’
Volgens Der Spiegel baden de Zweden tijdens het onderzoek: 'Lieve god, laat de moordenaar een psychopaat zijn.’ Want die buitenlandse 'connecties’ waren slecht voor het internationalisme waaraan Palme zelf zo gehecht was. Maar het kon nog erger! In Zweden was Palme nooit onomstreden. Diverse kringen - conservatieven, industrielen, maar ook kunstenaars - koesterden grieven jegens hem. Politie en veiligheidsdienst waren berucht om hun rechtse gezindheid en hun afkeer van wat ze als de afbraak van de Zweedse staat en als verraderlijke concessies aan de Sovjetunie beschouwden. De notoire onbeholpenheid van het politieonderzoek geeft voedsel aan allerlei geruchten, evenals het gebrek aan alertheid bij de veiligheidsdienst. Die zou door de Engelsen en de Israeli’s zijn gewaarschuwd dat er een aanslag op Palme werd voorbereid, maar had daarop niets ondernomen.
De moord op Palme heeft Zweden op zijn grondvesten doen schudden. Zijn graf is nog steeds een pelgrimsoord. Men beweert dat de Zweden wars zijn van emotievertoon, maar een kwart van hen heeft om hem gehuild. De ochtend na de moord was er al een berg van bloemen op de plek waar Palme viel, en een punkmeisje prikte een briefje aan een nabije boom: 'Ze hebben onze vredesduif neergeschoten.’