Olympische vrienden

WILLEM-ALEXANDER kan het watermanagement wel uit zijn hoofd zetten. Voorlopig wordt het waterpolo en schoonzwemmen. Het lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comité is voor het leven, en er gaat allemachtig veel tijd in zitten. Het 118-koppige gezelschap trekt met aanhang en gevolg kriskras door de wereld, in een permanente zegetocht langs steden die smeken om hun gunst. Het is vliegtuig in, vliegtuig uit, per limousine van de ene feestelijke receptie naar de andere, en het vraagt het uiterste van zelfs de meest geharde party-animal. ‘Nee, niet weer zalm!’ is een vaak gehoorde klacht.

De interne verhoudingen zijn bovendien delicaat. Irritaties leiden soms tot explosies. De aanwezige royalty wil nogal eens hoogneuzig doen tegen de nieuwe rijken die het uiteindelijk allemaal betalen, terwijl de aanwezige bobo’s uit de sportwereld zich nogal eens te buiten willen gaan aan commerciële uitspattingen. Mediamagnaat Mario Vasquez Raná uit Mexico ontplofte niet lang nadat hij de Olympische eed had gezworen aan IOC-president Samaranch tijdens een feestelijke receptie op Warwick Castle. Daar had zijn tafelgenote, de Britse prinses Anne, hem de gehele maaltijd lang straal genegeerd. De heetgebakerde Mexicaan zond zijn tolk woedend weg en bracht de hele middag luid foeterend in het Spaans door.
Bij andere gelegenheden wil het er bovendien wel eens wild aan toegaan. Tijdens de campagne van Athene voor de Spelen van 1996, de honderdste verjaardag van de moderne Olympiade, belandde het gezelschap na een cruise langs de Griekse eilanden bij de wereldpremière van een symfonisch ballet van Mikis Theodorakis en veroorzaakte daar de nodige beroering. ‘Tijdens de hele duur van dit werk met zijn meeslepende melodieën bleef meer dan de helft van de erbij aanwezige IOC-leden luid praten, drinken en lachen’, rapporteerde een verslaggever van de Londense Times. 'Als ik Griek was geweest, zou me de neiging hebben bekropen om op te springen en hun toe te schreeuwen: “Houden jullie je spelen maar, en jullie televisiemiljoenen, sponsorcontracten en gedrogeerde automaten.”(’
MET ZIJN UITVERKIEZING tot lid van dit superexclusieve jetsetgezelschap steeg Willem-Alexander als eerste Oranje tot ongekende Olympische hoogte. Hendrik, toch ook een Olympiër in hart en nieren, kwam nooit verder dan een beschermheerschap van het Nederlands Olympisch Comité. Bernhard palmde zijn aanstaande Juliana in tijdens de nazi-Winterspelen in Garmisch-Partenkirchen in 1936 en deed later met zijn peperdure, nog enige tijd onder behandeling van Greet Hofmans gestelde springpaard No No Nanette een vergeefse gooi naar een Olympische medaille, maar de deuren van Château de Vidy, het hoofdkwartier van het IOC in Lausanne, bleven voor hem gesloten.
De enige landgenoot die Willem-Alexander tijdens de vergaderingen van het IOC zal aantreffen, is judoka Anton Geesink. Maar mede-royalty is er genoeg. Naast prinses Anne - die trouwens tot een van de grootste teleurstellingen onder de koninklijke recruten van Samaranch behoort - treft Willem-Alexander bijvoorbeeld groothertog Jan van Luxemburg, de Monegaskische prins Albert, prins Feisal Fahd Abdoel-Aziz van Saoedi-Arabië, prinses Nora van Liechtenstein en prins Alexander de Merode uit België.
Het IOC is in de eerste plaats een broeinest van intriges. De Britse journalist Andrew Jennings, auteur van Power, Money and Drugs inside The Modern Olympics (1992, geschreven met Viv Simson en alhier vertaald als In de ban van de ringen: Feiten en onthullingen over misbruik van macht en geld binnen het IOC) en van The New Lords of the Rings: Olympic Corruption and How to Buy Gold Medals (1996, nog niet vertaald) schat in zijn laatste boek het aantal IOC-leden dat bekend staat als niet te corrumperen op een spectaculaire zeven. Jennings schildert een inktzwart beeld van het functioneren van het IOC.
HET IOC REGEERT over een aanzienlijk deel van de miljarden dollars die omgaan in het hedendaagse sportbedrijf. IOC-president Samaranch noemde de cultus van de Spelen 'de grootste georganiseerde religie op aarde’, hetgeen hem op een reprimande van de katholieke kerk kwam te staan.
Dat miljardenspel brengt politieke verwikkelingen op het hoogste niveau met zich mee. Wie de Spelen naar zijn stad wil trekken, zal van goeden huize moeten komen, en dan vooral financieel. Zo maakte Amsterdam voor de Spelen van 1992 geen enkele kans. Van Thijn, Abram de Swaan en de andere strijders voor de Amsterdamse Olympiade kregen nauwelijks een hand op elkaar bij het IOC. Slechts vijf leden zagen iets in de kandidatuur van Amsterdam, zo blijkt uit de stemming. De internationale sportpers was weliswaar enthousiast (daar hadden de vele bierfeesten op kosten van het stadhuis wel voor gezorgd), de atleten waren ook opgetogen, maar de IOC-top zag er niets in. Jennings schrijft in In de ban van de ringen dat minstens één IOC-lid (wie staat er niet bij) openlijk vroeg om steekpenningen om de kandidatuur van Amsterdam te ondersteunen.
'Ik beloof mijzelf te vrijwaren van eventuele commerciële invloeden’, zweren de aspirant-IOC'ers bij hun inhuldiging, maar die belofte blijkt niet altijd in te lossen. Sinds de Spelen van Los Angeles in 1984 bewezen dat Olympia wel degelijk geld in het laatje kan brengen, zijn de aanbiedingen overstelpend. De Amerikaanse Olympiër Robert Helmick, actief in de Raad van Bestuur van het IOC in Lausanne, moest in 1991 het veld ruimen nadat USA Today had onthuld dat hij een slordige driehonderdduizend dollar aan steekpenningen had geïncasseerd van sportbonden die hun sport tot Olympische tak wilden zien benoemd, van tv-magnaten als Ted Turner en van het Amsterdamse sportreclamebureau Tivi van Ion Tiriac, de manager van Boris Becker.
Als gevolg van die commerciële druk wil de sportieve geest het wel eens begeven. Bij de Spelen van Seoel waren er overduidelijke signalen dat de jury’s en de scheidsrechters hier en daar waren bewerkt om het organiserende land ook een medaille te bezorgen. Dat is schering en inslag geworden toen Samaranchs vertrouweling in de atletiekwereld, de Italiaanse voorzitter van de Internationale Atletiekbond Primo Nebiolo, in 1987 bij de wereldkampioenschappen atletiek in Rome de scheidsrechter bewerkte om de sprong van de Romeinse verspringer Giovanni Evangelisti zo'n veertig centimeter langer in te schatten dan hij in werkelijkheid was gekomen.
Ook heeft de commerciële druk zijn uitwerking gehad op het dopingbeleid van het IOC. Omdat de atleten telkens maar nieuwe records dienen te leveren om de kijkers aan de buis gekluisterd te houden, wordt er veel door de vingers gezien. Kogelstootsers met evidente baardgroei, hardlopers met de injectiesporen nog in het dijbeen, gewichtheffers met uitdijende biceps maar steeds verder slinkende testikels, het wordt allemaal getolereerd uit naam van de sportieve verbroedering.
'U kunt ervan verzekerd zijn dat wij uiterst streng tegen dopinggebruik zullen protesteren’, zei Samaranch nadat er een wereldwijd schandaal was uitgebroken toen de Canadese atleet Ben Johnson vibrerend van de steroïden de honderd meter in maar liefst 9,84 seconden had gelopen. Samaranch profeteerde de komst van vliegende laboratoria die de dopingslikkende atleet overal ter wereld zouden controleren. Maar na een paar maanden werd dit idee al weer losgelaten, officieel vanwege de te hoge kosten - een dopingtest kost zo'n 250 dollar per keer. Het IOC had in Lausanne toen net voor tachtig miljoen gulden een Olympisch Museum laten bouwen.
Zo zijn er tal van politieke machinaties in het spel. IOC-president Samaranch voert een geheel eigen koers in de geopolitieke verhoudingen. Totalitaire regimes als voorheen Moskou en Seoel genoten zijn voorkeur. De partners die hij tot de zijnen kiest, blijken nogal eens bizarre types. Zoals de in 1990 bij de invasie door Irak om het leven gekomen Sjeik Fahd al-Ahmed al-Jaber al-Sabah uit Koeweit, alias Mad Fahd, die miljarden stak in de Aziatische Olympische Spelen, alleen maar om Israel te kunnen boycotten. Dat was geheel niet in overeenstemming met het Olympische charter, dat stelt dat het IOC zal 'strijden tegen iedere vorm van discriminatie en zich zal inzetten voor de triomf van de geest van de sportiviteit’, maar Mad Fahd had nu eenmaal de financiële kracht die een IOC-bestuurder graag ziet.
ZOLANG DE inmiddels 77-jarige Spanjaard Juan Antonio Samaranch presideert over het IOC wordt er van Willem-Alexander niet veel meer verwacht dan tijdens de vergaderingen de voorstellen van het bestuur per acclamatie aan te nemen. Het woord van 'Zijne Excellentie’, zoals hij op het briefhoofd van het IOC wordt aangeduid, is nog altijd wet. Samaranch is niet gesteld op een al te kritische inbreng van degenen die hij tot zijn club heeft toegelaten. De in Barcelona geboren Samaranch verbaasde vriend en vijand door na zijn meer dan vier decennia trouwe dienst als fascistisch Catalaan - hij was minister van Sport en gouverneur van Catalonië - en na de dood van zijn geestelijke vader Franco in 1976 als Spaans ambassadeur in Moskou de fundamenten te leggen voor zijn latere uitverkiezing als president van het IOC. Het was een staaltje van politieke overlevingskunst eerste klasse. In eigen land was Samaranch hopeloos uitgespeeld. Te veel mensen wisten nog hoe hij bij de optochten van Franco’s Falangisten in het blauwe overhemd van de Spaanse fascisten met de rechterarm geheven door de straten had geparadeerd.
Als IOC-president, waar hij in 1966 lid van werd, begon Samaranch een tweede leven. In de gloriejaren van fascistisch Spanje had Samaranch al enige ervaring met het organiseren van grootschalige sporttevenementen. Zo stond hij aan de wieg van de Middellandse-Zeespelen, waar Israel trouwens ook al van werd uitgesloten. Ook was hij de ideoloog van de Spaanse Olympische teams, die hij als minister van Sport opriep 'de viriliteit van het Spaanse ras’ uit te dragen. Als IOC-president werd Samaranch opeens een prediker van de Olympische geest en de wereldverbroedering. Terwijl hij in eigen land jarenlang had staan applaudisseren bij de bij bosjes uitgevoerde executies op communisten, gebruikte Samaranch nu de leiders van de communistische heilstaten in het Oostblok voor zijn streven naar de opperste macht in het Internationaal Olympisch Comité. Communistische dictators als Ceausescu, Honecker en Zjikov werden door Samaranch behangen met de Olympische Orde in Goud, de hoogste onderscheiding van het IOC.
TELKENS VERHOOGT Samaranch de maximum leeftijd van het IOC-lidmaatschap om te kunnen blijven zitten. Volgens de IOC-statuten had hij al in 1996 vanwege ouderdom plaats voor een opvolger moeten maken, maar die statuten zijn inmiddels veranderd. Samaranch kan er geen genoeg van krijgen. Zijn grootste wensdroom is volgens ingewijden het houden van de Spelen in Peking. Willem-Alexander kan dan volop meedelen in de politieke consternatie die dat met zich mee zal brengen.
Samaranchs vermoedelijke opvolger is zijn rechterhand dr. Un Yong Kim, een Koreaanse advocaat en expert in taekwondo die vroeger berucht was als plaatsvervangend commandant van de presidentiële garde van de Koreaanse dictator Park Chung Ho. Kim heeft als oud-militair naar verluidt heel wat lijken van politieke tegenstanders op zijn naam staan, maar begon na de Spelen in Seoel in 1988 net als Samaranch aan een geheel nieuw leven. Zijn Koreaanse voorganger bij het IOC, Chong Kyn Park, alias 'Pistolen Park’, was volgens CIA-bronnen van Jennings 'staatsmoordenaar nummer één’.
Willem-Alexander kan zich kortom verheugen op een enerverende tijd. Binnen het IOC is het bijna onmogelijk om niet controversieel te worden. Het is bijna alsof iemand er alles aan doet om Willem-Alexander geen koning van Nederland te laten worden.