kunst

Om boeg en tuig

Marcel van Eeden

Enkele jaren geleden zei de kunstenaar en verzekeringskantoorbeambte Marcel van Eeden in dit tijdschrift (interview door Bert Mebius, 31 mei 2006) dat hij een fascinatie voor de dood bezat, die hij deelde met Gerrit Achterberg. De sleutel daartoe was Achterbergs gedicht Anti-materie, waarin de dichter zijn ‘min-ik’ introduceert: ’(…) min-ik zo duidelijk omlijnd/ dat hij alleen hoeft op te staan/ en naar de slaapvertrekken gaan/ om u te vragen of het licht/ uit kan, de antichambre dicht.’ Voor Van Eeden was de 'min-ik’ het besef dat je wordt gedefinieerd door wat je niet bent, je tegendeel, je niet-zijn, je dood: 'De tijd dat je dood zult zijn ligt voor je, die is nog onbepaald, maar er is ook een tijd dat je dood wás. De tijd voor je geboorte. En díe tijd van je dood, dat deel van je min-ik, van je anti-ik, kun je nu al beschrijven.’
De belangstelling voor het fotonegatief van een leven - dat in Van Eedens geval begon in 1965 - bepaalt zijn werk. Aanvankelijk tekende hij oude krantenberichten na, en foto’s; dat mondde uit in een weblog met dagelijks een nieuwe tekening, een 'Encyclopedie van mijn dood’. Het was hard werken: Mebius noteerde dat in Van Eedens atelier over alles 'een donkergrijze sluier van potloodslijpsel’ lag. Van Eeden verliet daarna zijn kantoorbaan, verhuisde naar Berlijn en ontwikkelde zich tot een internationaal hoog aangeslagen kunstenaar. In 2010 heeft hij tentoonstellingen in Bonn, Wenen, Zürich, Amsterdam, Toronto, ArtBasel en Berlijn.
En ook in Rotterdam, in het Nederlands Fotomuseum, waar de serie De Cornelia Maersk wordt getoond. 'Cornelia Maersk’ was een koopvaardijschip dat in 1942 tot zinken werd gebracht op de plaats waar nu de Tweede Maasvlakte ontstaat. De serie is een opdrachtwerk, bedacht om dat nieuwe land iets van een eigen geschiedenis te geven, iets wat voorafging - een min-ik, zogezegd. Van Eeden tekent in sober, somber zwart-wit, in een stijl ergens tussen de grove korrel van de film noir en het expressionistische stadsgezicht in houtskool, dat in Nederland in de jaren dertig populair was - denk aan Germ de Jong, Arnaut Colnot of Leo Gestel. Het heeft ook het timbre van kolen en staal, van havenkranen en het geheim der dokspoorlijnen. De Cornelia Maersk heeft echt bestaan; het was een schip onder Deense vlag, dat bij het naderen van Rotterdam op 5 februari 1942 door vliegtuigen werd aangevallen, explodeerde, brak, en volgens Van Eedens ondertiteling 'brandend afdreef en daarna op N51°75'43 - E03°59'98 naar de bodem zonk’.
Het zijn indrukwekkende tekeningen, en niet alleen omdat ik, bijvoorbeeld, van zulk soort schepen en zulk soort zee houd, maar omdat Van Eeden zo'n sterk gevoel heeft voor een specifiek soort zeemanspoëzie die natuurlijk ook romantisch is, een tikje slauerhoffiaans zelfs, maar ook bestaat uit de bouten en moeren en kolenbunkers van de koopvaardij. In Van Eedens visie zijn lengte- en breedtegraden belangrijk - want dáár is het gebeurd.
De serie begint en eindigt met onheilspellend zwarte golven, een lege zee met scheve horizon. Eerst niks, dan even een schip, vliegtuigen, het verhaal; dan weer niks. In het bijschrift: ’(…) Aan het roer die avond stond het hart/ en scheepte maan en bossen bij zich in/ en zeilend over spiegeling/ van al wat het geleden had./ Voer het bij wind en schemering /om boeg en tuig voorbij de laatste stad.’ Achterberg, dus.

Marcel van Eeden, De Cornelia Maersk. Nederlands Fotomuseum, Rotterdam, t/m 4 juli. www.marcelvaneeden.nl/com, www.nederlandsfotomuseum.nl. Later dit jaar: The Sollmann Collection, Kunstforum Baloise, Basel (juni-november) en Haus am Waldsee, Berlijn (november)