Onzichtbare werklozen

‘Om een onverklaarbare reden ligt mijn toekomst in tuinieren’

In Amsterdam-Nieuw-West zijn zesduizend jongeren werkloos. De meesten hebben een niet-westerse achtergrond. Velen leven in lethargie. Patricia Zebeda van de Kandidatenmarkt wil ze wakker schudden.

Medium kandidatenmarkt 01

Patricia Zebeda neemt haar publiek vorsend op. ‘Wie heeft er schulden?’ vraagt ze. ‘Zeg het maar eerlijk, we zijn hier onder elkaar’, dringt ze aan als iedereen zwijgt. Dan steekt ze zelf haar hand op. ‘Ik heb schulden hoor, een hypotheek is ook een schuld.’ Eén, twee, drie handen gaan nu de lucht in, de jonge werklozen die bij haar hulp komen zoeken hebben bijna allemaal betalingsachterstanden, weet Zebeda uit ervaring. Soms is hun telefoonabonnement stopgezet en vaak kost het ze grote moeite om hun maandelijkse rekeningen te betalen.

Patricia Zebeda is directeur van de Kandidatenmarkt, een organisatie die jonge mensen zonder dagbesteding klaarstoomt voor een bestaan met een opleiding, een stage of werk. Twintig procent van de jongeren in Amsterdam tussen de vijftien en 26 is werkloos en hun aantal groeit nog iedere dag. Jongeren met een niet-westerse achtergrond zijn oververtegenwoordigd in deze onrustbarende cijfers.

Stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Nieuw-West Achmed Baadoud spreekt over een ‘explosief probleem’ in zijn stadsdeel, waar ze op dit moment uitgaan van zesduizend jonge werklozen. Baadoud maakt zich ernstig zorgen over zoveel jonge mensen zonder perspectief. Maatschappelijk buitenspel staan omdat je niet werkt is vooral schrijnend als je leven nog voor je ligt. Veel jongeren schamen zich voor hun situatie, soms blijven ze het liefst hele dagen in bed, in de hoop dat zich een wonder zal voltrekken. Om die lethargie te doorbreken is het belangrijk om, hoe moeilijk ook, je situatie onder ogen te zien, vindt Zebeda. Te erkennen dat het zo niet verder kan. Pas dan kun je uit de impasse komen.

Tijdens de research voor mijn boek Familie is alles, dat deze week verschijnt, viel me op hoeveel jonge mensen in Amsterdam-West hun dagen in ledigheid doorbrengen. In dit vervolg op Onzichtbare ouders, het boek waarin ik leerlingen van een vmbo-klas thuis opzocht, keerde ik na tien jaar bij dezelfde gezinnen terug. De pubers van toen zijn inmiddels volwassen en hun levens hebben vaak een verrassende wending genomen, sommigen kwamen goed terecht, anderen waren nog zoekende, de meesten woonden nog in Amsterdam. Ik sprak niet alleen met oud-leerlingen, maar ook met hun ouders, ik ging terug naar de school waar ze op zaten en sprak met beleidsmakers en de politie.

Regelmatig wezen mijn gesprekspartners op de grote groep twintigers die niet aan de slag konden komen en die ook niet actief op zoek leken te zijn naar werk. Ze onttrokken zich zo veel mogelijk aan het ‘gewone’ leven, gingen met jongeren om die in eenzelfde positie verkeerden en raakten op die manier gemakkelijk in de criminaliteit verzeild. Niemand wist goed hoe je deze groep uit deze deels door henzelf gecreëerde situatie moest halen.

Neem Cemal, een van de leerlingen uit de klas die ik toen volgde. Hij was redelijk goed op school, een fervent voetballer. Zijn familie deelde toen hij klein was met z’n tienen een flat in Amsterdam-West. Hij is nu 24 en woont er met zijn broer en nog een zusje, zijn vader is inmiddels gepensioneerd en zijn ouders wonen het grootste deel van het jaar in Turkije. Cemal is na het Calvijn nog aan een vervolgopleiding begonnen, maar hij gaf snel op. Nu doet hij al tijden niets en ligt hij grote delen van de dag op bed. ‘Hij is lui’, zeggen zijn grote zussen die zich zorgen maken maar ook niet weten hoe ze hun broer aan het werk moeten krijgen. Hij luistert toch niet naar ze, hij gaat zijn eigen gang en leeft vooral ’s nachts. Cemal zelf zegt zich geen zorgen te maken over zijn toekomst. ‘Heus, het komt goed met mij’, laat hij via WhatsApp weten. Een week later reageert hij niet meer op pogingen tot contact van mijn kant. ‘Waarschijnlijk had hij zijn telefoonrekening niet betaald’, verzucht een van zijn zussen.

In Amsterdam-Nieuw-West, het deel van Amsterdam dat buiten de ring ligt, vonden de beleidsmakers de situatie zo zorgelijk dat ze zelf initiatieven ontplooiden om hun jonge werklozen op te sporen. Zo werden er informatiebijeenkomsten georganiseerd gericht op jongeren die geen uitkering ontvingen en die ook geen opleiding volgden, de zogenoemde onzichtbare werklozen. De meer dan honderd belangstellenden die verschenen werden doorverwezen naar kleine projecten zoals de Kandidatenmarkt die vervolgens met hen aan de slag zouden gaan.

Medium kandidatenmarkt 02

De Kandidatenmarkt is gevestigd in een verbouwde garage in Amsterdam-Nieuw-West, een prettig en vooral ruimtelijk gebouw, alle bedrijven in het pand hebben een maatschappelijke functie. De nieuwe lichting werkzoekenden die zich vandaag heeft gemeld hoeft zich wat Patricia Zebeda betreft nergens voor te schamen. Ze benadrukt dat gevoelens van schaamte je alleen maar in de weg kunnen zitten. Het leven is voor iedereen een worsteling, lijkt ze te willen zeggen. Het helpt om daar met elkaar over te praten.

Haar directe, confronterende aanpak werpt vruchten af, vindt ze. Ze dwingt jongeren niet alleen over zichzelf na te denken, ze moeten ook onder woorden brengen hoe ze in het leven staan, wat hun verwachtingen zijn en hoe ze het doel dat ze zich stellen denken te bereiken. Ze stellen samen met een coach hun cv op en pas als dat klinkt als een klok beginnen ze hun zoektocht naar een stage of naar werk. ‘Wij gaan hier uit van wederkerigheid. Dat betekent dat als wij iets voor hen doen, zij iets kunnen terugdoen, bijvoorbeeld door een ander te helpen.’

‘Gebruik je netwerk’, roept de directeur telkens. ‘En zeg niet dat je geen netwerk hebt!’ Schakel de mensen om je heen in, zij kunnen je het best helpen, is haar overtuiging. ‘Een vriend, een oom, een vroegere werkgever, maak de kring steeds groter!’ De meeste werkzoekenden generen zich voor de belabberde positie waar ze in zitten, ze durven niet om hulp te vragen, weet Zebeda uit ervaring. ‘Ik probeer ze ervan te overtuigen dat hun leven simpeler wordt als ze wél de moed hebben om hulp te vragen.’

Ze maakt een rondje langs de aanwezigen van deze ochtend en weet haar stelling bevestigd. De jongeman tegenover haar zegt dat hij anderen niet lastig wil vallen met zijn sores, zijn buurman geeft toe zich ervoor te schamen dat hij geen baan heeft kunnen vinden, anderen denken er net zo over. Toen ze geen gehoor vonden bij een onpersoonlijke instantie als het uwv of de Dienst Werk en Inkomen gingen de meesten teleurgesteld naar huis en liepen ze langzaam maar zeker vast. ‘Ik ga jullie wakker schudden’, roept Zebeda monter. Haar kandidaten móeten vechtlust ontwikkelen.

Zebeda weet dat haar klanten grote moeite hebben met alle regeltjes die de bureaucratie heeft bedacht, dat ze al schrikken als ze een DigiD moeten aanvragen, een inlogcode voor de overheid. Alles moet stapje voor stapje. De kandidatenmarkt biedt gesprekken en trainingen in soorten en maten: sollicitatie, agressie, alles komt voorbij. Binnen een paar maanden moeten de kandidaten aan het werk zijn of een stage hebben. Als je niet meteen de baan kunt krijgen waar je op had gerekend, moet je met minder genoegen nemen, stelt Zebeda, ‘het is zo belangrijk om je verwachtingen bij te stellen’. Tegenwoordig krijgen jongeren bijna alleen nog losse contracten voor een bepaald aantal uren, soms voor maar een paar uur per week. ‘Dus moeten ze meerdere contracten zien te krijgen, dat heet stapelen’, zegt Zebeda blijmoedig, ‘Het moet een sport worden om te kijken wie de meeste contracten heeft. Zo werkt het tegenwoordig.’

‘Ik probeer ze ervan te overtuigen dat hun leven simpeler wordt als ze wél om hulp durven vragen’

In de afgelopen jaren bezochten driehonderd jongeren tussen de zeventien en 29 de Kandidatenmarkt. 120 van hen vonden in de afgelopen twee jaar een baan.

De Kandidatenmarkt heeft drie betaalde krachten, een paar stagiaires en tien vrijwilligers die zelf ook op zoek zijn naar werk. Geld krijgen ze van de gemeente Amsterdam en uit Europa. De sfeer bij de Kandidatenmarkt is ontspannen, de werkzoekenden lunchen iedere dag samen met de staf en de stagiaires. ‘We zijn hier allemaal gelijk’, benadrukt Zebeda. Allerlei nieuwtjes worden uitgewisseld, een van de kandidaten heeft de volgende dag een afspraakje met een meisje dat hij via een datingsite leerde kennen. Iedereen wenst hem veel geluk en plezier.

Medium kandidatenmarkt 03

Bureautjes die jongeren aan werk proberen te helpen, schieten als paddenstoelen uit de grond. Werd er tien jaar geleden, na 9/11 en de moord op Theo van Gogh, op de vrije markt geld verdiend met integratieprojecten en antiradicaliseringsprogramma’s, in deze tijd is werk, of eigenlijk het gebrek eraan, het gat in de markt. Het stadsdeel heeft wel zes bureaus ingezet die jongeren aan werk proberen te helpen.

Er lopen zo’n tien kandidaten door de grote ruimte. Vandaag is er geen speciale training, zoals sollicitatie- of gesprekstechniek, en gaat iedereen zelf aan de slag. De meesten staan of zitten achter beeldschermen, ze zoeken vacatures of werken aan brieven.

Te hoge verwachtingen, te weinig steun van thuis, onvoldoende discipline, niet weten wat je met je leven wil: iedereen bij de Kandidatenmarkt heeft een eigen verhaal. De meesten hebben een hekel aan een uitkering omdat je tegenwoordig wordt geacht een tegenprestatie te verrichten wanneer je in de bijstand zit. ‘Vroeger stopten jongeren met school omdat ze wisten dat ze toch wel geld zouden krijgen’, vertelt een 23-jarige alleenstaande moeder van twee kinderen. Zodra de jongeren school verlieten, vroegen ze een uitkering aan, maar nu met die tegenprestatie in het vooruitzicht is die optie een stuk minder aantrekkelijk, weet ze uit haar omgeving.

De 22-jarige Avir probeert al een tijdje een baantje in de horeca te krijgen, maar zelfs dat lukt niet. ‘Geen ervaring’, zegt hij en lacht als een boer die kiespijn heeft. Yassin, een jongeman met een bos krullend haar en een vriendelijke, verlegen glimlach, is nu een jaar werkloos. Nadat hij zijn ict-opleiding had afgemaakt kwam hij nergens aan de slag. Hij heeft een foldertje in zijn hand van de App Academie, die een negen weken durende programmeertraining aanbiedt, daar wil hij graag naartoe. De Chinese man van 24 naast hem heeft een afgeronde hbo-opleiding, ook ict. ‘Ik praat te snel’, zegt hij trouwhartig. ‘Ik moet leren beter over te komen.’ Hij is al zes jaar op zoek naar werk, maar hij geeft de moed niet op. ‘Ik leer hier to the point te praten. Als dat lukt kom ik straks misschien wat zekerder over.’

Sheila bestudeert haar sollicitatiebrief. ‘Ik moet hem veranderen, hij is niet goed’, is haar conclusie. Het afgelopen jaar solliciteerde deze vrouw met een Surinaamse achtergrond zeker negentig keer, tot haar verbijstering werd ze maar drie keer uitgenodigd. Er werd nooit een reden gegeven, daarom hoopt ze dat het aan haar brief ligt. ‘Ik ben een verzorgd persoon’, schreef Sheila in die brief, en: ‘Ik ben een hardwerkende jongevrouw.’ Als ze in de loop van de ochtend met hulp van haar coach de brief nog eens kritisch doorneemt, sneuvelen deze zinnen. Aan het eind van de middag laat ze haar nieuwe, zakelijke maar uitnodigende brief lezen. Ze is opgelucht, zegt ze: ‘Ik weet zeker dat het nu gaat lukken.’

De volgende dag geven enkele bedrijven die vacatures hebben een presentatie bij de Kandidatenmarkt, waaronder de Rai en Schiphol. Patricia Zebeda’s netwerk is groot en gevarieerd.

Medium kandidatenmarkt 06

Een paar honderd meter verder, op het Osdorpplein, schuin tegenover de Hema, zit Work Solutions. Hannan Selmani coacht jongeren die al zo lang langs de kant staan dat ze hun dagelijkse ritme kwijt zijn. ‘Ze zijn na een aantal mislukkingen passief geraakt’, weet Selmani. ‘Ze missen vaak een doel in hun leven.’ Vanmiddag zitten twee vrouwen en vier mannen om de tafel. Ze zijn tussen de 22 en 24 en allen van Marokkaanse komaf. Geen van hen heeft een uitkering.

Selmani heeft samen met Mehmed Hasic, beleidsmedewerker van stadsdeel Nieuw-West, werkervaringsplaatsen bij de Hema weten te bemachtigen. Zeven weken werken, drie avonden in de week, tussen zes en tien. Daarnaast krijgen ze trainingen van Selmani en haar collega. De cursisten moeten vakken vullen, de vloer vegen en andere karweitjes uitvoeren. Als om zeven uur de winkel sluit, werken ze nog een paar uur door. Er is altijd iemand van Work Solutions aanwezig die hen begeleidt en die het contact met de Hema onderhoudt. De eerste vier weken krijgen de deelnemers een stagevergoeding, de laatste drie weken krijgen ze zoals gewone Hema-werknemers per uur betaald.

Vandaag, tijdens de derde trainingssessie, staat Hannan Selmani naast haar flapover. Sharif is de enige die zijn rode Hema-shirtje aan heeft, hij moet meteen na de cursus aan het werk, samen met Khadija, maar die moet zich nog verkleden. De cursisten vinden het ‘wel leuk’ bij de Hema. ‘Alles gaat z’n gangetje’, zegt de een. ‘Ik hoop dat er geen ongelukje uit de hoek komt’, zegt een ander, die bang is deze kans te verpesten. ‘Het is in ieder geval wat om te doen’, vindt een derde. Een baan bij defensie of bij de beveiliging, dat lijkt de mannen wel wat. Ze hebben hun postuur mee en ze zien er goed uit, dus waarom niet?

Actrice worden lijkt haar wel wat, of nieuws­lezeres bij de televisie. ‘Maar ik weet niet of dat zal lukken’

Dat vindt Selmani ook, die samen met haar collega Yvonne Doevendans alles in het werk stelt om jongeren op de juiste plek te krijgen. Dat valt niet altijd mee. De een is ziekelijk, de ander heeft problemen thuis, sommigen hebben een diepgeworteld en chronisch gebrek aan eigenwaarde.

In groepjes van twee moeten de jongeren elkaars sterke en zwakke kanten benoemen, maar ze vinden elkaar vooral heel erg goed. Selmani behandelt het woord ‘verantwoordelijkheid’. Wat is dat, wil ze weten. Doen wat je belooft, vindt iedereen, en: afmaken waar je aan begint.

Ashraf, 22, zijn Red Bull-petje houdt hij op, deed vmbo en ging daarna naar een roc, maar hij maakte niets af. Hij lacht veel. ‘Ik wil geen uitkering, ik wil werken.’ Omdat hij al maanden thuis zat, kwam zijn buurvrouw met de tip eens bij Selmani langs te gaan.

Volgende week wordt er tijdens deze sessie een beroepskeuzetest gemaakt, kondigt Selmani aan. ‘Pfff’, is het commentaar van Adnan. ‘Ik heb al zo veel van die tests gedaan. Om een onverklaarbare reden komt er altijd uit dat mijn toekomst in tuinieren ligt.’ En dat terwijl hij thuis niet eens een balkon heeft. Hij gaat onderzoeken of hij bij defensie aan de slag kan, maar eigenlijk, zegt hij zachtjes, wil hij naar de media-academie. De vorige keren was hij bang dat hardop te zeggen. Selmani reageert opgetogen omdat hij voor het eerst ergens warm voor loopt.

Sharif is 24, hij maakte zijn timmermansopleiding af maar kwam niet aan de slag. Hij zat een jaar in de bijstand en moest in ruil daarvoor iets terugdoen. Hem werd verzocht hout te zagen en steigers te bouwen, in de winter moest hij onder barre omstandigheden sneeuw ruimen. ‘Het waren nare klussen, ik vond het vreselijk, ik voelde me zo slecht behandeld. De voormannen vonden me een stront-Marokkaantje. Het was echt een vorm van modern slaven drijven.’

Veel jongeren zien deze gedwongen manier van werken als een grote vernedering die nergens toe leidt. ‘Toen ik dat rotwerk deed, kwam ik ook niet verder’, legt Sharif uit. ‘Ik moest om half zes opstaan en was de hele dag in touw. Hoe kan je onder die omstandigheden naar een baan op zoek gaan? Ik heb me nog nooit zo waardeloos gevoeld als toen.’

Na de training beginnen Sharif en Fatima bij de Hema, waar het op dat moment al rustig is. Af en toe komt een verdwaalde klant wat last-minute-inkopen doen. Sharif staat op de eerste verdieping, hij vult met een brede grijns op zijn gezicht de gekleurde stempels bij op de speelgoedafdeling. Fatima staat beneden bij de T-shirts. Ze is verlegen, dit vriendelijke meisje, haar bruine hoofddoek zit ruim om haar heen en valt over haar Hema-shirt. Ze heeft een opleiding als onderwijsassistente achter de rug, maar kwam er tijdens haar stage achter dat ze het helemaal niet leuk vindt om met kinderen te werken. Toen wist ze het niet meer.

Ze zit al een tijdje thuis en dankzij dit werk voelt ze zich een stuk beter. Over de vraag wat ze het liefst zou doen, moet ze lang nadenken. Actrice worden lijkt haar wel wat, of nieuwslezeres bij de televisie. Ze lacht een beetje en haalt haar schouders op. ‘Maar ik weet niet of dat zal lukken.’

Het Hema-project is succesvol, van de vorige lichting cursisten zijn de meesten bij de Hema gebleven, sommigen werken inmiddels in het restaurant, anderen vullen nog altijd vakken. Mehmed Hasic is trots op dit resultaat. Deze jongeren hebben nu in ieder geval een reden om ’s ochtends uit hun bed te komen. Hun arbeidsvoorwaarden zijn nog wel beschamend. Ze krijgen een contract van vier uur in de week, zo is de werkgever weinig kwijt aan bijvoorbeeld ziektekosten, want de werknemer is maar voor vier uur verzekerd. Vaak werken ze veel meer dan die vier uur, maar als oproepkracht horen ze pas op het laatste moment dat ze moeten verschijnen.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil wat doen aan die minimale contracten, ook hij beseft dat zo’n wankele basis zonder perspectief tot grote onzekerheid leidt. Als hij wil dat deze jonge mensen weer wat vertrouwen in de toekomst krijgen, moet hij snel handelen, want de positie van oproepkrachten is beschamend slecht.

Sharif, die al een jaar zonder werk zit, hoopt vurig dat hij bij de Hema mag blijven. ‘Weet je wat ik het liefst zou willen? Dat een werkgever met mij in zee wil gaan. Ik zou me zo graag nuttig willen voelen. Wat is er nou mooier dan je nuttig maken voor de maatschappij?’


Hoe het verder ging met Cemal en de andere leerlingen uit Onzichtbare ouders is te lezen in Familie is alles van Margalith Kleijwegt, dat deze week verschijnt bij Atlas Contact.

Op 21 mei is er een debat onder leiding van Arie Boomsma in Podium Mozaïek in Bos en Lommer, Amsterdam, over de positie van jongeren in Amsterdam-West en de positieve rol van het geloof. Er wordt onder meer gedebatteerd over de stelling: De calvinistische moslim is een zegen voor de integratie.

Beeld: (1 & 2) De Kandidatenmarkt, Amsterdam. ‘Ze missen vaak een doel in hun leven.’ (3 & 4) Sollicitatietraining bij de Kandidatenmarkt. 'Wat is er nou mooier dan je nuttig maken voor de maatschappij?’