Elma van Haren

Om en om

Elma van Haren, Eskimoteren.Uitg. De Harmonie, 42 blz., ƒ27,50

Wie een beetje thuis in de edele kanosport, weet wat eskimoteren is. Wie dat niet is, zal dat graag willen weten. Eskimoteren (spreek uit met de klemtoon op de voorlaatste lettergreep: alsof je een Inuit met asfalt overgiet) is het tegenovergestelde van in paniek raken: de kanovaarder die omslaat en ondersteboven in het woelige water komt te hangen, draait zichzelf met één snelle, vloeiende beweging om en belandt weer in de gewenste positie, het hoofd in de lucht en de kano met de bodem op het water.
De bundel Eskimoteren van Elma van Haren bestaat uit een reeks gedichten die alle een titel als Het helle, Het zwarte, Het gewone hebben, en op één na alle beginnen met een zin als: «Het ontpopte zich (…)» of: «Het tekende zich af (…)». Het lyrisch ik maakt een ontwikkeling door die eindigt in het gedicht Het eskimoterende, en waarvan de beweging, inderdaad, eskimoterend is. Ze is eerst ziek, en wordt verzwolgen door de dingen om haar heen — zelfs het allerkleinste is verstikkend door een veelheid aan betekenissen — maar ze weet zich op te richten en weer «beter» te worden. In die toestand heeft ze de controle over de wereld om haar heen weer terug, en ziet en waardeert ze weer de schoonheid en waarde van ook de kleinste dingen.
Het proces dat Van Haren in de 22 gedichten van Eskimoteren beschrijft is fascinerend om te volgen. Soms lyrisch, soms haperend en hakkelend, soms duister en ondoordringbaar, en dan weer licht en trippelend trekt de dichteres eerst de lezer onder water om hem ten slotte (hij hapt naar lucht, voelt zich verzwolgen worden) te redden door hem mee om te draaien. Het hoofd weer boven water, de lucht weer in de longen, en de zon schijnt. Het licht straalt over de wereld en de dingen, en alles schittert, «aangeraakt door de gestrekte wijsvinger van het licht».