‘om erger te voorkomen’

Sinds een paar jaar spoor ik eens in de twee maanden naar Parijs in het kader van een Streng Geheim Project, waarover ik dus geen nadere mededelingen kan doen, behalve dat het draait om Willem Mengelberg, de dirigerende domkop die in 1945 voor eeuwig en altijd uit het Concertgebouw is verbannen omdat hij zich tijdens de bezetting de protectie van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart heeft laten aanleunen.

Het heeft geen nut daarover, zestig jaar na dato, moralistisch te doen. Mengelberg was geen kwaaie man, in elk geval was hij een bijzonder kunstenaar, die alleen niet wist of wilde weten in welke wereld hij leefde. Ecce homo! Maar hij was geen held, laat staan een verzetsheld en de tijd dat te zijner faveure de geschiedenis werd herschreven ligt definitief achter ons.
In de trein naar Parijs lees ik de twee weken geleden verschenen studie De Nederlandse Unie, geschreven door de historicus Wichert ten Have. Het is deprimerende lectuur, het verhaal over die drie flinke, vaderlandslievende mannen (L. Einthoven, J. Linthorst Homan en J.E. de Quay) die van mening waren dat staat en samenleving dringend aan vernieuwing toe waren. Bij dit streven leunden zij zo dicht tegen de nieuwe machthebbers, de Duitsers, aan dat het illegale Het Parool gewaagde van ‘walgelijke strooplikkerij in de richting van de beulen van ons volk’. Het waren geen nazi’s, het Driemanschap en hun vleugeladjudanten.
Zij pacteerden slechts met de nazi’s 'om erger te voorkomen’.
Daarbij overschreed de Unie elke grens. Duitsland bouwde, vond de Unie, 'met de geestdrift van de jeugd aan een nieuwe orde’. Nee, een imitatie-Duitsland moest het nieuwe Nederland niet worden, vond ook de Unie, al was het alleen al omdat in dat geval een ordinair zooitje als de NSB tot de macht zou komen. Het Driemanschap dacht veeleer aan de autoritaire, corporatistische staat, gemodelleerd naar het Portugal van Antonio Salazar of het Italië van Benito Mussolini. Hoe het ook zij: 'Iedereen is het erover eens dat de parlementaire democratie met evenredig kiesrecht voorgoed voorbij is.’
Daar is na de oorlog door menigeen (P. Geyl, J. Rogier, L. de Jong) tamelijk kritisch over gesproken en na hun spijkerharde woorden geloofde geen mens meer dat er ooit 'een redelijk en gunstig oordeel’ over de Unie zou verschijnen (De Quay tegen Linthorst Homan).
Zij hadden buiten Wichert ten Have, historicus, gerekend.
Na ’s-middags Willem Mengelberg te hebben geschoren gingen wij ’s-avonds naar het toneelstuk waarin Wilhelm Furtwängler de hoofdrol speelde. Mengelberg was de muzikale entertainer van Seyss-Inquart. Furtwängler was, met tegenzin, de huisdirigent van Adolf Hitler. Hij werd geacht op bruiloften en partijen, samen met het Berliner Philharmoniker, zijn kunstjes te vertonen. Dus was hij veelal ziek. Behalve die ene keer dat hij moest.
Wat te doen? Hitler wilde natuurlijk dolgraag handenschuddend met de wereldberoemde kunstenaar op de foto. Geen nood. Furtwängler klemde zijn dirigeerstokje in zijn rechterhand, zodat dit lichaamsdeel onaanraakbaar was, maakte een snelle buiging en luchtte als een wezel de kleedkamer in.
Het Parijse Furtwängler-drama ('A torts et a raisons, Ronald Harwood, Montparnasse-theater) reconstrueert het naoorlogse verhoor van Wilhelm Furtwängler door zijn Amerikaanse ondervrager majoor Steve Arnold. Hoffelijk en Pruisisch-keurig beantwoordt de dirigent zijn onbehouwen kwelgeest, die er geen geheim van maakt dat hij 'the leader of the band’ in feite als 'een stuk stront’ beschouwt, 'een lul, een arrogante lul’.
'Who does he think he is?’ Een begenadigde Beethoven-interpretator? Afgezien van het feit dat majoor Steve Arnold geen boodschap heeft aan die Beethoven, heeft hij, de Amerikaan, in Bergen-Belsen de metershoge bergen lijken gezien die zich opstapelden terwijl Furtwängler voor zijn bazen zijn kunsten vertoonde.
'Ik geloofde dat ik dankzij de muziek iets essentieels kon redden’, zei Furtwängler verdedigend.
'En wat mag dat zijn?’ vroeg Arnold.
'Vrijheid, humaniteit en recht’, zei Furtwängler.
'Tjeempie, Wilhelm’, zei Arnold sarcastisch. 'Bij God, dat klinkt prachtig, zo waarlijk helpe mij God almachtig. Ik zal dat proberen te onthouden. Wat zei je ook alweer? Vrijheid, humaniteit en recht? Diep aangrijpend!’
Het echte schandaal is het programmablad. Dat gewaagt van de grootste dirigent van de eeuw, die na de oorlog door de geallieerden zo misselijk is behandeld.
Daar gaan wij weer. Natuurlijk was Furtwängler geen nazi. Hij was slechts hun Duits-nationale huispapegaai, die dertien jaar lang als culturele legitimatie van het Derde Rijk heeft gediend.
Zoals Einthoven, Linthorst Homan en De Quay natuurlijk geen nazi’s zijn geweest. Zij waren zelfs in principe geen antisemieten. Wél vonden zij het vrij vervelend, onderhandelend met de bezetter, dat er ook joden lid van hun Nederlandse Unie waren geworden. Toen er via het blad van de organisatie om 'werkende leden’ werd geworven, staffunctionarissen waarvan De Quay c.s. liever niet zagen dat het joden waren, zat de Unie met een probleem. Dus werd het profiel van de nieuwe functionaris omschreven als 'een kerel’, die 'met goed en bloed’ bereid was 'als Nederlander en als Christen’ offers voor het vaderland te brengen. Vrij vertaald: Joden niet gewenscht.
Zo bezat de Nederlandse Unie, aldus Wichert ten Have, 'een eigen dynamiek en sfeer’. Belichaamd in de tienduizenden functionarissen die voortdurend actief waren voor de Unie 'als gemeenschappelijke, nationale zaak’. Het ging erom dat, zoals een pamflet vertelde, op de vraag: ’ “Vader, wat deed u toen ons land in nood was?”, trots geantwoord kan worden: “Mijn zoon! Ik hing een Unie-affiche voor het raam!” ’
De naoorlogse critici van de Unie waren niet onder de indruk van dit soort patriottisch vertoon. Geyl vond dat het Driemanschap 'een allerbedenkelijkste eind in de Duitse, dat wil zeggen, in de nationaal-socialistische richting’ was gegaan. Rogier sprak over een koers die 'anti-parlementair, ondemocratisch, antimarxistisch, nationalistisch en minstens semi-fascistisch’ is geweest. De Jong constateerde: 'Zij wilden tegelijkertijd het Nederlandse volk in dat “nieuwe Europa” binnenvoeren en onder een leiding die zowel voor het volk als voor de machthebbers van het Derde Rijk acceptabel zou zijn. Aanpassing aan het Derde Rijk was dus een van de doelstellingen.’
Exit Einthoven, Linthorst Homan en De Quay. Nee, dan nog liever collaborateurs als Willem Mengelberg en Wilhelm Furtwängler, die in elk geval nog mooie muziek bij die onsmakelijke vertoning hebben gemaakt.